Waarom

Ik zag je staan
En dacht van meet af aan
Waarom
Ik dacht niet aan
Een waterkraan
Of lindelaan
Alleen waarom

’t Is snel gegaan
Jij kwam eraan
En verdomd ik dacht waarom
En niet malle meid
Kun je je handen niet thuis
Ik ga bij jou thuis ook niet gelijk
De snikkel van je vader uit zijn broek halen
Laat staan hier op de bushalte op het Bos en Lommerplein
Waar toch al zo’n gluiperige trek staat
Het kan me wel bij de blaas pakken
Nee ik dacht gewoon
Waarom

Het gekke is
Meestal denk ik hoezo
Niet wie of wat
Waardoor waarvoor
Maar simpelweg hoezo
Ik weet nog goed die eerste keer
In die veerboot op het Veerse Meer
Ik wou niet naar de overkant
Iemand uit mijn eigen land
Vroeg wat is hier aan de hand
Ik zei
Hoezo

Waarom dacht ik waarom en niet hoezo
Het lijkt warempel wel een plaatje van Clouseau

Gewoon hoezo
Later is daar nog een liedje op gemaakt
Een scheepje in den haven landt
Hoe zo hoe zo hoe zo hoe zo
Hij leve lang hoezo hoe zo
Hij leve lang hoe zo hoezo
Hij leve lang hoezo

Tekst: Freek de Jonge
Uit: De Vergrijzing (2004) Muziek: Robert Jan Stips