Totdat ik er niet meer ben

Ik wil zijn waar mensen lachen
Waar het van pret wordt uitgegierd
Waar geen oog is voor ellende
Het schaamteloze hoogtij viert
Daar wil ik lachen aan het lachen maken
Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
Daar wil ik publiek en clown zijn
Tot het lachen mij vergaat

Dan wil ik gaan waar mensen vechten
Ik wil voorop gaan in de strijd
Tegen windmolens en bierkaai
Tegen de verloren tijd
Met het zwaard als ze het vragen
Met de vuist of met de pen
Zal ik me in de oorlog mengen
Tot ik moegestreden ben

Dan wil ik gaan waar mensen huilen
Om de toevalstreffers van het lot
Waar het lijden zinloos is geworden
Omdat men niet meer gelooft in
God Daar wil ik heulen met de goeden
Om de willekeur van het kwaad
Daar wil ik treuren wil ik troosten
Totdat ik geen traan meer laat

Dan wil ik gaan waar mensen zingen
Over vechten vreugde en verdriet
Over minnaars die elkaar verliezen
In een langzaam liefdeslied
En wat er ook klinkt aan stijlen
Blues country rock-‘n-roll of rap
Ik zal me bij de zangers voegen
Totdat ik geen stem meer heb

Dan zal ik zeggen tot de mensen
Het is mijn tijd en ik moet gaan
Ik zal trots zijn en me schamen
Over wat ik heb nagelaten en gedaan
Dan wacht mij een laatste oordeel
Waarin ik mij hopelijk herken
Dan zal de herinnering vervagen
Totdat ik er niet meer ben

Tekst: Freek de Jonge
Uit: De Vergrijzing (2004) Muziek: Geen