Er waren eens twee bussen

Er waren eens twee bussen
Die boordevol met mensen
Een wedstrijd deden
Wie het eerst bij de afgrond was
De bestuurders waren al gek
Voor ze gekozen werden
En bleken doof en blind
Toen de race eenmaal begonnen was

Corrupte conducteurs
Vochten achterin als ratten
Om het beste plaatsje
Bij de nooduitgang
Middenin werd overlegd
Door hevig verontrusten
En helemaal voorin zong men
We zijn voor niemand bang

We rijden naar de afgrond
We zijn voor niemand bang


En in een bus zat ik
Het noodlot te voorspellen
De waarheid
Vaak verscholen in een mop
Terwijl ik grappen maakte
Op het naderende einde
Was van beide bussen
De benzine op

Nu zal er ergens wel een pomp zijn
Met een paar liter benzine
Die de inzet wordt
Van een laatste vechtpartij
Maar ze zullen halverwege inzien
Dat ze beter kunnen delen
Dan gaan ze met één bus door
Die ons naar de afgrond rijdt

We rijden naar de afgrond
We zijn voor niemand bang

Want in die bus zit ik dan weer
Het noodlot te voorspellen
De waarheid
Vaak verscholen in een mop
Nu is het maar te hopen
Dat de afgrond niet te ver is
Anders zijn
Mijn moppen op

Tekst: Freek de Jonge
Uit: Bloed Aan De Paal (1978)