Dorpsgekken worden schaarser

Dorpsgekken worden schaarser
Kijk maar eens om je heen
Maar bij de molen in de Schermer
Woonde er nog een
Er viel altijd wat te lachen
Om deze droevige figuur
Die niet goed tegen ’t slechte kon
In de mens’lijke natuur
Hij keek geen televisie
Sprak urenlang met God
Ze noemden hem in ’t polderdorp
De boeren-Don Quichot

Als de harmonie marcheerde
Liep boeren-Don Quichot vooraan
De majorettes voor de voeten
Verkeerd de maat te slaan
Eens stond hij te oreren
In de muziektent op het plein
Over de wereldvrede
En het wezen van het zijn
Niemand nam hem ernstig
Er bleef een kleuter staan
Die zegde hij toen dreigend
Het einde van de wereld aan

De wereld zal vergaan
Door jou
Het is jouw schuld
Ja jouw
Jij bent het bestaan
Ontrouw
Het is uit met mijn geduld
Door jou
Voortaan

De meeste donderdagen
Was boeren-Don Quichot er niet
Dan zocht hij in de polder
Naar kluitjes in het riet
Dan vloog hij met de kievit
En zwom hij met de snoek
Als zijn moeder ongerust werd
Ging men naar hem op zoek
Ze zagen hem een keertje
Rechtop in de ringvaart staan
Hoorden hem zingen Jezus
Laat de wereld niet vergaan


Hij streed tegen het water
Hij schermde met de lucht
Hij vocht tegen de molen
Maar de molen sloeg terug
Hij moest voortaan door de wereld
Met een gebroken hoofd
En wat hij nog aan hersens had
Werd voor de zekerheid verdoofd
Ooit dacht hij wat te wezen
En men liet hem in die waan
Nu was ook die illusie loos
De wereld was vergaan

In hem
Het werd doodstil
In hem
Kon niets meer bestaan
Zijn stem
Verstomde en de wil
Was weg
Voortaan

Als mensen hem passeerden
En riepen boeren-Don Quichot
Dan wees hij naar de wieken
Van de molen of naar God
En elk jaar kwam de dominee
Een uurtje op bezoek
In de verte vloog de kievit
In een slootje zwom de snoek

De wereld draait wel door
En wij
Zijn doorgedraaid
En wij Blijven bestaan
Omdat De storm steeds overwaait
Of draait
Voortaan

Tekst: Freek de Jonge
Muziek: Acda & De Munnik