De ballade van Jan Lul

Jan Lul had in zijn leven
Nog nooit een vlieg gestoord
Nu draaide hij de bak in
Op beschuldiging van moord
Er waren geen motieven
Hij had een alibi dat sloot
Maar de rechter zat te slapen
En vonniste de dood
Ze zetten hem gevangen
Omdat ook de jury zweeg
Hij was koud opgehangen
Toen hij gratie kreeg
De beul die hem bevrijden moest
Ging voor hem op de loop
Want de strop die hij gestrikt had
Kreeg je nooit meer uit de knoop

Zo bleef Jan uren hangen
De zon scheen op zijn bol
Zijn nek werd almaar langer
Maar hij hield dapper vol
Toen de zon begon te zakken
Kwam Piet Snot voorbij
Jan riep Je krijgt een zakdoek
Als je mij bevrijdt
Ik neem niks aan van vreemden
Zei Piet Snot en hij liep door
De zon was al verdwenen
En de lijkwagen reed voor
Jan trilde van de zenuwen
En baadde in het zweet
Hij deed net of hij dood was
Toen de kraai het touw doorsneed

Jan plofte op de aarde neer
En juichte ik ben vrij
De kraai die zich een aap schrok
Viel naast hem neer en zei
Jij mag dan wel vrij zijn
Maar nu hang ik jou op
Ze blijven gratie geven
Jij bent mijn vierde strop
Ik kan het niet helpen
Dat de wet zich heeft vergist
Ik heb toch ook mijn kosten
Wat dacht je van zo’n kist
Jan vocht voor zijn leven
De kraai legde het af
En sinds die dag rijdt Jan als kraai
De doden naar hun graf

Jan Lul stond voor de rechter
En de rechter voor Jan Lul


Tekst: Freek de Jonge
Uit: Neerlands Hoop In Panama (1971