Bello de hond

Daar gingen ze de wagen volgeladen
Het schuifdak open dat was lekker fris
De vrouw zei nog we hebben iets vergeten
Ik zou alleen bij God niet weten wat het is
Maar toen ze bij de grens waren gekomen
Sloeg de vrouw onthutst de handen voor haar mond
De man zei o die is depaspoorten vergeten
Vergeet het maar zei zij het is de hond

Het is de hond
Bello de hond

Waarop de man zei vrouw dat beest moet zich maar
redden

Als ik eenmaal op weg ben draai ik niet meer om
Buurvrouw laat hem wel uit als ze de planten gaat
begieten

Dat beest krijgt zonder ons zijn buik wel rond
Ze waren toch al niet van plan geweest hem mee te
nemen
Een hond mee op vakantie dat is veel te duur
Ze hadden hem bij Arnhem willen droppen
Gewoon zo’n beest weer terug in de natuur

In de natuur
Bello in de natuur

De hond zat met zijn halsband aan de tafel
Omdat hij voor het vertrek te opgewonden was
Hij stond meer dan een dag te janken
Want hij was zindelijk en moest heel erg een plas
En toen hij ’s avonds laat zijn halsband doorgekauwd
Had hij zijn plas tegen de tafelpoot gedaan
Nadat hij twee geraniums had opgegeten
Was de eerste trek maar niet de honger weggegaan

Het bankstel was na één week nog slechts veren
Getergd begon het dier aan het karpet
Buurvrouw die was gekomen met haar gieter
Lag toen al vier dagen met vleeswonden te bed
De hond hebben ze aflaten maken
Zodra ze van vakantie waren teruggekeerd
Twee weken later kwam ik ze weer tegen
Toen ze een bankstel uitzochten bij Van der Meer

Bij wie ook weer
Bij Van der Meer


Tekst: Freek de Jonge
Uit: Plankenkoorts (1972)