De Openbaring

De Openbaring (van Freek de Jonge), zoals de volledige titel luidt, is rechtstreeks op televisie te zien vanuit de kleine zaal (de Globezaal) van de Eindhovense Stadsschouwburg. Het feit dat Freek de Jonge in de traditie van de oudejaarsconference stapt, dwingt hem tot vormelijke en inhoudelijke keuzes. Zijn publiek bestaat deze keer niet alleen uit belangstellende thea-terbezoekers, maar voor het grootste deel uit televisiekijkers en hun familie, vrienden en kennissen die samen zijn gekomen in feestelijke stemming. Bij hen ontbreekt de concentratie voor een voorstelling in de lijn van de theatershows. Daarom kiest hij niet voor een toneelmatig programma in bedrijven (zoals De Komiek en De Tragiek) of een kernverhaal met terzijdes (zoals De Mars), maar voor een aaneenschakeling van losse onderdelen: conferences over de actualiteit, anekdotes, liedjes, sketches, grappen… Terugkerende elementen, zoals terloopse verwijzingen naar de inzamelacties voor Polen, zijn er voor de goede verstaander. Dat geldt ook voor de plaatsing van een blocnote van één bij twee meter met steekwoorden, wat natuurlijk verwijst naar Wim Kans spiekborden.
Freek de Jonge realiseert zich terdege dat zijn publiek niet overwegend bestaat uit progressieve hoogopgeleiden, maar uit alle lagen van de bevolking. Dat is geen reden de lat laag te leggen, maar wel voor terzijdes als:

‘Ik heb mijn moeder beloofd dat ik vanavond niets zal zeggen over God of het koningshuis. Dat valt niet mee. Nee, want wat blijft er dan nog over om grappen over te maken?’

Hoewel Freek de Jonge er in De Openbaring dus voor kiest de traditionele vorm van de oudejaarsconferences te respecteren, doet hij zichzelf als theatermaker niet te kort. Hij vindt zelfs precies de balans. De oudejaarsconferencier staat traditioneel stil bij de actualiteit van het voorbije jaar. Freek de Jonge grijpt onderwerpen aan als (natuurlijk toch) God en koningshuis, buitenlandse (Suriname) en binnenlandse politiek (zoals de bezuinigingen op de AOW door het derde kabinet-Van Agt), populaire televisieprogramma’s (als De eerste de beste) en vrijetijdsbesteding (als de attractieparken Flevohof en Ponypark Slagharen).

In de Flevohof ben ik geweest en in het Hagelslagpark met die pony’s. Heeft u wel eens pony gereden? Slecht voor je zolen! Het was daar een drukte van belang aan de hakkenbar. Ik ben in Keutshavel geweest in die schommel. Dat enorme schuitje waar je met zijn allen in zit. Misselijk dat je daarin wordt. Ik zat tegenover een man en die werd toch misselijk… In plaats dat hij nou overgaf terwijl het schuitje zó hing… Dan had hij het over zichzelf heen gekregen. Nee, natuurlijk net toen het schuitje zó ging… Bráák.

Nee, wij naar de Flevohof. Iemand van u ooit naar de Flevohof geweest? Niemand? Hoe is dat nou toch mogelijk? Toen ik erheen ging: duizenden mensen. Ik stond gelijk in de file. In de polder in de file. Voor me auto’s, links grazende koeien; achter me auto’s, rechts grazende koeien… Kom ik eindelijk in die Flevohof aan, wat zie ik? (Publiek: ‘Grazende koeien.’) Ja, en jullie zijn er nooit geweest! Hoe kan je dat nou weten?

Met het slotverhaal, Het kistje, geeft hij zijn conference een diepere betekenis, zoals we dat kennen uit zijn theatervoorstellingen. Het behandelt het thema dat ook centraal staat in zijn theaterprogramma’s, namelijk: de verwoede pogingen van de mens de geheimen van het leven te ontrafelen, terwijl hij er beter aan zou doen zich door die geheimen te laten inspireren:

Prana stormt langs de politicus naar binnen. Op tafel staat het kistje, open en al. Prana roept: ‘Doe het dicht en zet het terug waar het stond, want ik wil niet weten wat erin zit.’ De politicus lacht schamper: ‘Het kistje was leeg. Ik heb u van niets beroofd, hoogstens een paar illusies, maar dat is nu eenmaal het risico dat je loopt in een democratie.’ Prana kijkt naar het kistje. Hij beseft dat hij liever een positieve bevestiging van het geheim ziet, maar aanvaardt dat ook deze gebeurtenis een facet van het geheim moet zijn. Hij ziet het kistje dat gisteren nog alles voor hem was en nu opeens niets blijkt te zijn. Hij realiseert zich dat noch binnen noch buiten het kistje enige verandering heeft plaatsgevonden. Je zou dus kunnen stellen, denkt hij, dat alles gelijk is aan niets. Dat het leven niet alles óf niets is, maar dat alles niets is en niets alles.

Hij geeft de politicus een hand en vraagt hem de blokkade op te heffen. Hij belt de vrouw die hij ooit ten huwelijk vroeg en zegt: ‘Alles is niets.’ Ze antwoordt: ‘Dan wil ik je trouwen.’ En eenmaal bij hem thuis zegt ze: ‘Ik heb ook een kistje.’ ‘Jammer,’ zegt Prana, ‘ik heb mijn sleutel in de sloot gegooid.’ ‘Geen nood,’ antwoordt de vrouw, ‘op dit kistje past een andere sleutel.’ Ze raakt zwanger en hun kind wordt – O toeval! O fantasie! O vrijheid! O-penbaring! – geboren op 1 januari.

Als het kind tien jaar is, loopt het in de kamer en vraagt de vader: ‘Wat zit er in dat kistje?’ ‘Een geheim’, zegt Prana, maar hij schrikt van zichzelf, want hij wil voor zijn eigen kind geen geheimen hebben. Dan mompelt hij: ‘O, alles of niets.’ Het kind pakt het kistje van de plank, doet het deksel open, haalt er een klein briefje uit en leest hardop wat Prana tien jaar daarvoor geschreven heeft:

alles is gedaan
niets helpt
doe niets

overal komt narigheid van
nergens is vrede
wees nergens

iedereen heeft haast
iedereen is ongeduldig
niemand heeft tijd
niemand is volmaakt

wees niemand

COULISSEN

‘In het najaar van 1982 kwam regisseur Jop Pannekoek met het verhaal dat de IKON op 31 december een uur zendtijd had. Aan mij de vraag of ik zin had dat uur te vullen met een zogenaamde oudejaarsconference. Het was toen al bekend dat Wim Kan er ook een zou doen. Ik weet niet precies wat, behalve ambitie, mijn overwegingen waren om tegenover de grootmeester en de uitvinder van het genre te gaan staan. Ik wilde het in elk geval anders doen. De titel van de show was De Openbaring en dat werd het. Voor artiest en publiek. Ik raakte verslaafd aan het fenomeen.’
(Inleiding op dvd-box Oudejaarsconferences 1982-2001)

‘Toen de IKON mij vroeg om op oudejaarsavond een show van een uur voor de televisie te doen, heb ik eerst geweigerd. Ik heb het druk genoeg en ik zit liever thuis naar Wim Kan te kijken.’ (Interview Brabants Dagblad, 4 december 1982)

‘Ik heb delen uitgeprobeerd tijdens de laatste periode van De Mars. Dus mensen die De Mars onlangs hebben gezien, zullen wel iets herkennen.’  (Interview Brabants Dagblad, 31 december 1982)
In de weken voorafgaand aan de rechtstreekse uitzending van 31 december probeert hij de conference zelf ook nog een aantal keren uit in het land.

Juli 1982 meldt de IKON aan de NOS dat de omroep op de laatste dag van het jaar een oudejaarsconference van Freek de Jonge gaat uitzenden. De VARA heeft tussen 23.00 en 0.00 uur ‘cabaret’ gepland. Of het opnieuw lukt Wim Kan te strikken, is dan nog niet zeker.
‘Programma’s van eenzelfde aard mogen volgens de regels niet gelijktijdig uitgezonden worden. Bij de behandeling van het geschil bepaalde de Programma Coördinatie Commissie dat de VARA op de vaste avond op Nederland 2 het eerste recht had. De IKON maakte daarop een deal met de TROS om van zendtijd te ruilen. De IKON heeft nu eenmaal maar een uurtje op vrijdagavond van elf tot twaalf.

Het probleem leek opgelost tot het moment dat Kan vorige week de VARA liet weten toch liever – en dat bleek een zacht verwoorde voorwaarde – van tien tot elf te willen. (…) Dat geschuif pikken de IKON en de TROS nu op hun beurt niet, want alles was al geregeld. De onafhankelijke NOS-programmaraad gaat zich woensdag opnieuw over de affaire buigen.’ (de Volkskrant, 1 december 1982)

De TROS, die samen met de IKON Nederland 1 deelt, weet niet wat de omroep moet uitzenden van 22.00 tot 23.00 uur als Wim Kan op dat moment op Nederland 2 te zien is. En dus ziet de TROS van zendtijd af en neemt de programmaraad het besluit dat Wim Kan op zowel Nederland 1 als 2 te zien is. Freek volgt om 23.00 uur.
‘Ik begrijp al die hysterie niet als Kan mogelijk concurrentie krijgt. (…) Er zijn blijkbaar maar twee dingen waarvoor Nederlanders op hun kop staan: Wim Kan en de Elfstedentocht. Misschien kan Kan, als hij ophoudt met optreden, voorzitter worden van het Elfsteden-comité.’
(Freek de Jonge in een persconferentie over zijn theater-, televisie- en filmplannen. Theater Carré, 30 november 1982)

‘Kan heeft toen geprobeerd om samen iets met De Jonge te ondernemen. Freek de Jonge: “Kan heeft toen op zekere avond gebeld. Corry Vonk schetterde wat op de achtergrond en het leek alsof hij zich wat bedreigd voelde. Hij wilde mij buiten beeld een stokje doorgeven dat ik dan op het andere net moest aanpakken. Als Paus wilde hij zo zijn Bisschop de zegen geven, daar werd ik wat paranoïde van en daarom heb ik de boot afgehouden”.’ (Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant, 30 december 1988)

De oudejaarsconference van Wim Kan, getiteld We spreken af… dat we niets afspreken, stelt erg teleur. In mei van dat jaar heeft Corry Vonk een hersenbloeding gekregen en Wim Kan is met zijn hoofd en hart alleen maar bij haar geweest. Maar hij wil zijn driejaarlijkse cyclus van oudejaarsavondconferences niet doorbreken, vooral ook omdat hij weet dat hij er zijn vrouw een groot plezier mee doet. Juist nu zij opknapt, wil hij bij haar niet de indruk wekken dat hij geen oudejaarsavond kan doen omdat zij ziek is geweest.
Het eerste kabinet-Lubbers is van start gegaan en Wim Kan hoopt daar materiaal uit te putten. Maar er heeft, anders dan de vorige keren, geen serie inspeelvoorstellingen plaatsgehad en de keuze oud materiaal in een nieuwe jas te steken en veel gebruik te maken van zijn improvisatievermogen pakt slecht uit. Als hij de uitzending zelf terugkijkt, zegt hij een oude, vermoeide man gezien te hebben. En daar voegt hij aan toe dat hij zich ook zo voelt. Dat wordt nog versterkt door het feit dat zijn opvolger diezelfde avond al uit de startblokken schiet en in de landelijke kranten wordt geprezen. De Volkskrant gaat een vergelijking aan en schrijft dat De Jonge winnaar is op alle punten. En Trouw pakt Kan de oudejaarsavond-toorts uit handen door te schrijven dat zijn opvolger die per direct kan overnemen.

Jop Pannekoek zal vanaf De Openbaring de beeldregie doen van alle registraties van theaterprogramma’s en oudejaarsconferences.

Ook voor De Openbaring krijgt hij een Edison toegekend. Deze derde Edison (na De Komiek en De Tragiek) zal hij voor de derde keer weigeren.

KRITIEKEN

‘Bijzonder storend bleek nu achteraf dat al dat Hollandse geleuter over de programmering vooraf niet kon voorkomen dat de programma’s elkaar toch nog even overlapten. Bij de aftiteling van het programma van Kan, verscheen De Jonge op het andere net al in beeld. Aandoenlijk was het om kort tevoren de oude maestro te horen zeggen:
“Freek vind ik leuk, maar straks zeggen ze: Wat Kan kan, kan Freek ook.”
Op de gevleugelde uitspraak over Kan zijn vele varianten bedacht. De meest reële lijken na deze oudejaarsconference: Wat Kan kon, kan Kan niet meer of: Wat Kan kan, kan Freek veel beter.
De Jonge won het op alle punten. Zijn conference was echt nieuw. (…) De Jonge bleek zonder behulp van visuele foefjes een uur lang moeiteloos te boeien. (…) Ook qua diepgang moest de oude de jonge in de rug kijken. Waar De Jonge zijn tekst uitbouwde tot een snelle, energieke mengeling van visie, misleiding en kolderiek, bleef Kan steken in losse grapjes en opmerkingen. (…) Kan bereed zijn bekende stokpaardjes (…) en toonde voorts gebrek aan tekst. (…) Over de nieuwe bewindslieden had hij nagenoeg nog niets te zeggen. (…) De Jonge denderde daar even later moeiteloos overheen met een ouderwetse tv-conference, gevangen in één camerashot. Ongeveer alle issues en trends werden behandeld. Te veel om op te noemen en te doordacht om er iets snel even uit te lichten.’ (Jan van Galen in de Volkskrant, 3 januari 1983)

‘Freek de Jonge’s conference (…) is misschien wel het meest compacte televisieprogramma dat ik ooit heb gezien. Topprestatie, dat is zo’n woord waarmee al vlug wordt rondgestrooid. Wat mij betreft, dit was er werkelijk een.’ (H.J.A. Hofland in NRC-Handelsblad, 3 januari 1983)

‘Oudejaarsavond brengt de kunst met een kleine k in huis, zo wil het de traditie, en dit keer waren er zelfs twee jaarsluiters achter elkaar.
Wim Kan is langzamerhand niet meer weg te denken, vadertje Tijd, de prater des vaderlands. (…) Van mij mag jij nog twintig jaar zo doorgaan en ik zal iedere keer opnieuw met stomme verbazing het wonder aanschouwen, al was het alleen nog maar in de herinnering. Maar Freek moet er geen gewoonte van maken.
Het is uitstekend wat hij doet, werkelijk uitstekend, maar ik zoek hem toch liever op in zijn theater dan dat ik hem ineens op de buis krijg. Hij vergt enige voorbereiding, een zekere uitgeslapenheid, want hij is wel erg vermoeiend. Na een half uurtje begon ik op mijn horloge te kijken, juist toen hij zelf een zelfde gebaar maakte en dat is een veeg teken. Hij is te veel mitrailleur en te weinig muziek. Zonder Bram is hij op oudejaarsavond niet te harden.’ (J.H. Donner in NRC-Handelsblad, 4 januari 1983)

‘Freek is de belangrijkste vernieuwer van het cabaret in Nederland. (…) In deze oudejaarsshow kon hij volop zijn klasse bewijzen. Freek moet de toorts op oudejaarsavond maar overnemen.’ (Ruud Verdonck in Trouw, 3 januari 1983)

SPEELDATA

December 1982.

MUZIEK

Willem Breuker (thema), Freek de Jonge (De trekhond en de lucht) en Henny Vrienten (Oorlog en vrede).

AANKLEDING

Hella de Jonge, met dank aan Machteld Mulder en Ro Miller.

REGIE

Jop Pannekoek.

PUBLICATIES

Tekst

De Openbaring van Freek de Jonge/De Mythe (1983).
(Een boekuitgave met twee voorstellingen in twee ‘kanten’)

Het kistje. Een nieuwjaarsvertelling (1982).
(Uitgave in een oplage van 300 exemplaren ‘ter opluistering van de jaarwisseling 1982-1983’.)

De conference Fout geweest en de volledige tekst van het verhaal Het kistje zijn opgenomen in De Rode Draad (1995) en De Toeschouwer (2006).
Abusievelijk noemen beide uitgaven als bronvermelding van Het kistje de show De Volgende, waarschijnlijk als gevolg van het feit dat het verhaal staat afgedrukt in het programmaboekje van die voorstelling.

De liedteksten Oorlog en vrede en De trekhond en de lucht en de gesproken tekst De zoon van Visser Kwakman maken deel uit van de bloemlezingen Iets rijmt op niets (1990 en 1996), Leven na de dood (2004) en Wees niet bang (2007).

Geluid

S De Openbaring in de disco/De zoon van visser Kwakman (1983).

LP De Openbaring van Freek de Jonge (1983).

CD (1992).

Beeld

VHS (1986).

VHS-heruitgave als deel 4 in de videoserie in 16 delen (1992).

DVD met Een Verademing (1984) en De Finale (1985) als de eerste dvd van zes dvd’s in cassette onder de titel Oudejaarsconferences 1982-2001 (2001).

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

—-

De Openbaring

In de scriptie De Estafette, een zoektocht naar de eindstreep van Freek de Jonge, schetst Dominique Engers de geschiedenis van de Nederlandse oudejaarsconference. Te lezen valt hoe Wim Kan op 31 december 1956 zijn eerste oudejaarsconference hield. Hij stond hiermee aan het begin van een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt. In de jaren zeventig maakte Freek de Jonge al een conference voor de radio, in 1982 besluit hij het ook eens voor de t.v. te proberen. Rond de uitzending ontstond de nodige deining omdat Wim Kan op het andere net zijn oudejaarsconference hield. Men was bang dat de twee elkaar zouden overlappen. De Jonge verzette hierop het tijdstip van zijn optreden, omdat hij het Nederlands volk Wim Kan niet wilde onthouden.</br></br>
Ondanks dat de twee cabaretiers niet van een wedstrijd wilden spreken, beschouwde de pers de twee optredens alsof het een Nederland – België betrof. Later zou men Freek de Jonge als winnaar uitroepen. Overigens vond Wim Kan zelf ook dat zijn programma dat jaar beneden zijn niveau was gebleven.

De Jonge gaf zijn conference de naam De Openbaring mee. Het is zijn vierde solovoorstelling en het verschil met de vorige drie is opmerkelijk. Hijzelf had dit van tevoren al aangekondigd. In zijn voorstellingen zoekt hij altijd het spanningsveld met het publiek op. Normaal ligt dat in het theater zelf, maar omdat de oudejaarsconference rechtstreeks wordt uitgezonden is het publiek veel diverser. Het grootste gedeelte zit niet in het theater, maar in de huiskamer, waar men in de vorm van oliebollen en familie veel meer afleiding heeft. De Openbaring kent dan ook een andere structuur dan De Jonges eerdere solovoorstellingen. Geen hoofdverhaal met terzijdes, maar een uitermate humoristische aaneenschakeling van verhaaltjes, gedichtjes en liedjes. Door de steeds terugkerende opmerking ‘Gulden in de pot voor Polen’ komt het programma toch als een afgerond geheel over.

Omdat zijn moeder bang is dat hij niet in de hemel komt, heeft De Jonge zich voorgenomen geen vervelende opmerkingen over God of het koningshuis te maken. Het is echter lastig om zowel je moeder als een links-alternatief publiek te vermaken en De Jonge kan het toch niet laten enige opmerkingen te plaatsen. Om zijn schuld af te kopen besluit hij een giro voor Polen uit te schrijven.
Verder moet de Flevohof het ontgelden: ‘Ik stond gelijk in de file. Voor me auto’s. Links grazende koeien. Achter me auto’s. Rechts grazende koeien. Kom ik eindelijk in de Flevohof aan, wat zie ik: grazende koeien.’

Erg leuk zijn de verwijzingen naar de oudejaarsconferences van Wim Kan. Bekend is dat hij op het podium altijd grote vellen papier neerlegde waarop zijn conference in trefwoorden stond weergegeven. De Jonge zegt op een gegeven moment: ‘Nou tot hier wist ik het uit mijn hoofd’. Hij loopt dan naar achter waar een flapover staat en scheurt daar een vel papier af. Op het nu zichtbare vel staat een hele rij trefwoorden, waarvan De Jonge de meeste al behandeld heeft: ‘Ja, je denkt toch niet dat ik de hele avond met die borden voor me kop ga zitten.’

De Jonge scheurt nog een paar vellen van de flapover af, tot er op een gegeven moment 31 december 1982 komt te staan. Dan begint hij het sprookje over het kistje te vertellen.
Dit sprookje is een ode aan het geheim van het leven. De hoofdpersoon, Prana, heeft een kistje waarin een geheim zou zitten. Dit kistje is alles voor hem. Het is niet alleen zijn bron van meditatie, het voorziet hem tevens van zijn dagelijks brood. Wanneer een politicus het kistje onder groots machtsvertoon heeft geopend, blijkt het leeg te zijn. Wat eerst nog alles voor Prana was, blijkt nu ineens niets te zijn, zonder dat er buiten of binnen het kistje iets is veranderd. Prana realiseert zich dat alles gelijk is aan niets en niets gelijk aan alles.
Wellicht doet de mens er goed aan niet alle geheimen te willen ontrafelen, want meestal blijft er dan niet veel over. Eerder zouden we ons door het geheim moeten laten inspireren. Zo doet ook Prana, eerst met het geheim van het kistje, later met het grootste geheim dat er is: het leven. Wanneer hij de vrouw opbelt die eerder met hem wou trouwen, vertelt ze hem dat zij ook een kistje heeft. Samen krijgen ze een kind.
Wanneer het kind tien jaar oud is, vraagt het Prana wat er in het kistje zit. ‘Alles of niets’, mompelt Prana en hij haalt er het volgende gedicht uit:

Alles is gedaan</br>
niets helpt</br>
doe niets</br>
</br></br>
Overal komt narigheid van</br>
nergens is vrede</br>
wees nergens</br>
</br>
Iedereen heeft haast</br>
iedereen is ontevreden</br>
niemand heeft tijd</br>
niemand is gelukkig</br>
</br>
wees niemand</br>
</br>
Met deze boodschap eindigt De Jonge zijn oudejaarsconference. Het aardige van het sprookje is dat erin niet alleen gezegd wordt dat alles niets is en niets alles, maar dat je dit sprookje zelf ook zo op kunt vatten. Je kunt het zien als een parabel waarin een diepere wijsheid ligt verborgen, maar evengoed als niets meer dan een aardig verhaaltje.
</br></br>
De Openbaring is een luchtige voorstelling en mag gezien de reacties na afloop gerust geslaagd genoemd worden. De voorstelling is daarmee de start van een nieuwe traditie. In 1984, 1985, 1988, 1992, 1996 en 1997 zal De Jonge wederom degene zijn die het Nederlandse volk met zijn oudejaarsconference richting het nieuwe jaar loodst. De Jonge toont dat hij een waardige opvolger van Wim Kan is, al heeft hij natuurlijk een geheel eigen stijl.

[Tekst: Pascal Klaassen]