Martijn

Ondergetekenden doen een beroep op de Hoge Raad om de Vereniging Martijn niet te verbieden, en wel om de volgende redenen:

1. Een verbod zou de vrijheid van vereniging en van meningsuiting, alsmede de mogelijkheid van meningsvorming ernstig in gevaar brengen.
2. Het is geenszins aangetoond dat de organisatie een bedreiging voor de samenleving vormt.
3. Wij hebben er ernstig bezwaar tegen dat een ingrijpende inbreuk wordt gemaakt op de grondrechten van vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting op grond van een uitsluitend theoretische kans dat de ideeën van Martijn grootschalig zullen worden uitgedragen. Die kans is in het huidige tijdsgewricht
nihil. Een slechts denkbeeldig gevaar voor de openbare orde kan een dergelijke inbreuk op grondrechten niet dragen.

Deze oproep heb ik mede ondertekend.

Dat dat niet onopgemerkt zou blijven realiseerde ik me ten volle. Vanmorgen stond de telefoon al weer roodgloeiend. De media. Ik heb me niet beschikbaar gesteld voor toelichting omdat ik me niet de woordvoerder acht van dit initiatief. Op deze plek wil ik graag wat zeggen over mijn redenen.

Ons land is in hoog tempo zijn status als open samenleving aan het verkwanselen. Het ministerie van veiligheid en justitie is daar een mooi voorbeeld van. Het onderscheiden van veiligheid en justitie geeft aan dat justitie alleen onze veiligheid niet meer kan garanderen. Misschien straks een ministerie van defensie en behoud van het volkseigen. De tolerantie voortkomend uit een eeuwigdurend debat over waarden en normen die ons land een reputatie in de wereld had verschaft is in een tiental jaren verketterd en vervangen door reactionaire onverdraagzaamheid. De bereidheid van een deel van de bevolking om op eigen gezag orde op zaken te stellen neemt angstige vormen aan. Daar ligt mijn belangrijkste motivatie.

Of het nu Volkert van de Graaf, de trainer van Cambuur, een pedofiel, de Marokkanen of inbrekers betreft de stem van de straat overschreeuwt á la minute wat na jarenlange overweging rechtvaardige procedures zouden zijn.

De strapatsen van bisschop Gijsen maken duidelijk dat de onwrikbaarste moralisten een dubbele moraal hebben. Voor wie vindt dat een kind bescherming verdient biedt het selectieve kinderpardon voldoende aanleiding om zijn verontwaardiging te tonen.

Dus in een zin: ik ben geen pedofiel, geen promotor van pedofilie, maar ik verzet me tegen onverdraagzaamheid, eigenrichting en afbraak van onze zorgvuldig opgebouwde rechtstaat.