Freek blogt

25 mei 2020

Vandaag zes jaar geleden stierf onze Maggie. Gisteren hebben we haar graf bezocht. In de afgelopen jaren zijn om haar heen nieuwe graven gekomen, vaak van mensen die we kennen, want de begraafplaats is in ons dorp. Tegenover Maggie’s graf gaf een bloemenzee aan dat er kort tevoren iemand begraven was. Uit de surfplank bedekt met bloemen en linten met namen konden we opmaken dat het de kitesurfer uit ons dorp betrof die onlangs in Scheveningen was omgekomen .
Terwijl we een kaarsje aanstaken zag ik over het hoofdpad drie jongens aan komen, naar mijn gevoel op weg naar het nieuwe graf, maar die bij het zien van ons beschroomd doorliepen of ze elders moesten zijn.
Na een tijdje kwamen ze toch onze kant op en we raakten in gesprek. Ik vroeg de jongens of ze voor Max, dat was de naam die we op de linten hadden gelezen, kwamen. Twee knikten en de derde zei zacht: ‘Ja’.
De jongen van het ‘ja’ vertelde dat Max zijn beste vriend was. Tot een paar jaar geleden toen hij verhuisd was. Zelf geen surfer ging hij regelmatig met zijn vriend mee naar het strand als de wind krachtig genoeg was om de kite in de lucht te houden.
Hij zag Max van speelbal van de wind tot speler met de wind groeien. Zelf nooit aandrang voelend om het te leren. Niks voor hem.
Ik vroeg of hij bij de begrafenis was. Ja, op het strand had hij staan wachten. Uiteindelijk was hij met het boeketje dat hij bij zich had naar het hek ​gelopen. Bij toeval werd hij gezien door de moeder van Max die hem wenkte om zijn bloemen bij het graf te leggen.
Er was nog een bijeenkomst in een gelegenheid iets verder op, waar je buiten op gepaste afstand kon napraten. Hij niet, hij was vanwege ramadan naar huis gegaan.

12 mei 2020

Het toeval wilde dat ik mij moest buigen over de tweekamp om de wereldtitel schaak in 1935 tussen de Alexander Aljechin en de door hemzelf verkozen uitdager dr. Max Euwe.

De match over dertig partijen, de eerste 3 oktober en de laatste 15 december, werd gespeeld in Nederland op bizarre locaties als studentensociëteit Eensgezindheid in Delft, Christelijk Volksbelang in Ermelo en café Van Klaveren in de Watergraafsmeer, Amsterdam. Aljechin kreeg, winst of verlies, 10.000 gulden. Euwe een hand.

Na lekker veel gespeur op het internet kwam ik terecht in de Engelse vertaling van de biografie van Euwe, waar het verloop van de match integraal te lezen is.  De onlangs overleden Alexander Münninghoff is de auteur ervan. Hij beschrijft meeslepend het gevecht tussen een keurige 34 jarige niet belijdend protestantse, met de SDAP sympathiserende leraar wiskunde aan de Amsterdamse meisjes HBS en een negen jaar ouder ex-Russische officier in het leger van de Tsaar die zich na de revolutie tot Fransman laat naturaliseren. Geniale intuïtie tegen gedisciplineerde ratio.

Aljechin is de veel betere schaker die Euwe onderschat. Hij komt met 6-3 voor waarna Euwe in de volgende vijf partijen 4 punten pakt. 
In Hotel Frigge in Groningen wordt het 7-7 en het Nederlandse publiek stort zich opgezweept door een hysterische pers na de afgang op het WK Voetbal op een nieuw fenomeen.

Aljechin raakt uit balans, bezoekt een waarzegster, laat nadat  de auto die hem naar Ermelo brengt twee keer voor een kat heeft moeten uitwijken naar het station van Amersfoort brengen om met de trein verder te gaan. Verschijnt in Delft met zijn twee Siamese katten in de speelzaal die eerder die dag in Rotterdam bij een tentoonstelling in de prijzen zijn gevallen en laat de katten voor de wedstrijd aan de stukken snuffelen. De pers stort zich, omdat aan de stoïcijnse Euwe geen eer valt te behalen, op de merkwaardige Rus: hij zou teveel drinken en magie gebruiken.
 
Euwe komt, mede dankzij ‘de Parel van Zandvoort’ (27ste partij) twee punten voor. De stemming in het land bereikt zijn kookpunt. Aljechin herpakt zich nog een keer en levert in de 29ste partij Euwe nog een streek door voor het afbreken van de partij nog snel een zet te doen, zodat Euwe zijn voortzetting moet afgeven, wat Aljechin nog in staat stelt te analyseren.

In de slotwedstrijd in Bellevue Leidsekade Amsterdam slaat Aljechin, in rokkostuum, een eerste remiseaanbod af. Als Euwe op winst staat buigt de voormalig wereldkampioen het hoofd en de dan nog uitdager accepteert remise.

Dr. Max Euwe wereldkampioen!


30 april 2020

Het is vandaag op de kop af veertig jaar geleden dat ik mij voorbereidde op de laatste voorstelling van De Komiek in Carré. Het was ook de dag van de kroning van Beatrix en de krakers wilden die niet ongemerkt laten passeren. Ik tilde in Muiderberg het hekje uit de scharnieren en kwam er het toneel mee op lopen en zei: ‘Dit is het hek van de Dam ‘! Dat staat niet op de opname van De Komiek die nu op You Tube te zien is, die is van eerder datum.

Paul Roos onze trouwe archivaris heeft alle shows die Hella bij elkaar gebracht had in onze databank gerubriceerd en geplaatst op You Tube. Het is niet duidelijk hoeveel het is en ook nog lang niet compleet.
Zelf ben ik met Richard van Bilsen van de cabaretsite Zwarte Kat bezig om elke voorstelling van een begeleidende podcast te voorzien.
De reacties zijn overweldigend. Er komen veel mooie herinneringen boven.

Opmerkelijk was de snelheid waarmee enkele rechthebbenden bepaalde shows blokkeerden omdat er gebruik gemaakt werd van een liedje dat onder hun beheer viel. Auteursrecht is een van die geldstromen die we nou eens aan de gemeenschap ten goede zouden moeten laten komen en niet aan een paar gewiekste muziekuitgevers. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom een instituut als BUMA STEMRA niet een symfonieorkest en een groot amusementsorkest financiert in plaats van elk jaar miljoenen over te maken naar organisaties die al miljarden hebben (en een paar grijpstuivers naar artiesten die geen cent te makken hebben) .

Een advocaat van het Metropole Orkest, waar ik ooit ​Parlando mee maakte, belde: hij wilde weten of wij grof geld verdienden aan de vertoningen op You Tube? Ik vertelde hem dat ik juist mijn half jaarlijkse afrekening binnen had: 27 euro ! Ook hier weer zo’n voorbeeld van enorme geldstromen die allemaal richting zee gaan in plaats van er droge gebieden mee te irrigeren. Om nog maar te zwijgen van Google en Amazon.

Als we iets moeten in het postcoronatijdperk is het niet kiezen of delen, maar kiezen en delen.


19 april 2020

Als we ons afvragen: Hoe nu verder? ben ik van mening dat we als voorwaarde vertrouwen in alles tot uitgangspunt moeten nemen. Immers waar geen vertrouwen is, ontbreekt initiatief en daadkracht.

Hoe is het met dat vertrouwen gesteld? In onszelf, in de ander en het systeem waarin wij leven. Kan ik de vraag Mag ik er zijn? met een volmondig ‘ja!’ beantwoorden, tegelijk beseffend dat dat ‘ja!’ kan pas volmondig zijn als de ander ook volledig instemt met mijn aanwezigheid op deze aarde. Elkaar vertrouwen.

Mijn tweede punt betreft discipline. Als we iets hebben kunnen leren uit de afgelopen tijd is dat het theoretisch besef van de noodzaak tot beheersing niet altijd gelijk opging met de practisering ervan. Een voorwaarde voor discipline is dat wat voor de een geldt, ook voor de ander moet gelden.

Op basis van kennis en wetenschap zullen we niet alleen moeten erkennen dat het verstandig is gezond te leven, zuinig op de omgeving te zijn, zorg voor de ander te voelen, maar het ook doen.
Discipline is het antwoord op de vraag Wil ik er zijn? Als die met een volmondig ‘ja!’ beantwoord wordt is de consequentie dat je macht over jezelf moet krijgen. Weerstand kunt bieden aan een ziekelijk systeem dat verdient aan jouw zwakte. Dat je leert je lusten te beheersen en je ziel te beheren.

Vertrouwen en discipline effenen het pad naar de concentratie, de quarantaine van de geest. Je in het nauw gedreven gedachten brengen je bij het diepste in jezelf: je drijfveren, je verlangens. Bij de antwoorden op jouw vragen. Daar openbaart zich jouw specifieke talent.​
Omdat een mens alleen bestaat bij de gratie van de ander, zal hij zich laten gelden. In de manifestatie van onze talenten kunnen we samen zijn in in spreken en luisteren in schrijven en lezen in geven en ontvangen.

Ook op anderhalve meter.

Klik hieronder voor het filmpje van 
Hella en Freek over Vertrouwen, Discipline en Concentratie 


13 april 2020

Nog even over mijn stukje over het NOS journaal van gisteren. Eigenlijk wilde ik het hebben over het absurde slot van de uitzending.
Ik was verbijsterd.
Maar naarmate mijn stukje vorderde, vergat ik mijn ontzetting en liet tenslotte hanen op tranen rijmen.
Opeens schoot ik er vannacht van wakker. Aan het eind van het journaal hoorden we iemand de schuld van zijn aanwezigheid in de bollenvelden op zijn vrouw en kind schuiven, waarna een autoriteit nog maar eens vertelde dat we met roekeloos gedrag ook de levens van anderen in gevaar brengen. Prima afsluiting van een klassiek journaal.
Toen draaide Rob Trip zich tot weerman Verhoef met de woorden : ‘Marco is het voorlopig even uit met de pret of niet’ ?
Pardon?
Ik die zoëven van de ene emotie in de andere gevallen was, krijg van de bezorger van die indrukken te horen dat het wel eens uit zou kunnen zijn met de pret. Welke pret ? Het weer, beste mensen. Het mooie weer . In dat onvolwassen, om er eens een Ruttiaanse kwalificatie tegenaan te gooien, toneelstukje aan het eind van ieder journaal wordt nog altijd kwijlend gerept van ‘mooi weer’. Dan moet ik steevast denken aan zonnige ​dagen uit de eerste wereldoorlog met dertigduizend doden.
Mooi weer dus.
Er vallen nu dan nog geen dertigduizend doden per dag maar de wereld staat er er wel diep treurig voor.
De verwachte temperatuur, de windrichting en de mate van bewolktheid op zakelijke toon gebracht, volstaat wat mij betreft.

12 april 2020

Wat mij niet vaak gebeurt, overkwam mij zojuist. Ik schoot vol tijdens het NOS journaal. En niet een keer, nee, vier keer. Het begon met domineesdochter Van den Akker die Paasontbijtjes rondfietste in de gemeente van haar vader. De Paasdienst werd gestreamd. Alles zat er in. Geloof, hoop en liefde zegevierde .
Toen was het bij Boris Johnson die uit intensive care was ontslagen. Ik weet niet of het erg moralistisch is, maar ik zag een nederige Boris. De Corpsbal in hem was gevloerd. Dat greep mij aan.
Ik wens hem beterschap.
Daarna kreeg ik een brok in mijn keel bij het verslag over de afgelaste herdenking van 75 jaar bevrijding Westerbork. Mevrouw de Vries Robles zou het woord gevoerd hebben. Dat ging niet door. Ze wilde desgevraagd wel toegeven parallellen met het nu te zien. Je kan een journalist niet altijd de les lezen. Het ging bij mij mis toen verteld werd dat ze al met haar moeder en zusje in de trein zat die hen naar Bergen Belsen zou brengen. De trein stond nog op het perron toen de deuren open gingen en ze te horen kregen dat ze vrij waren.
Tenslotte kwam het bericht dat mijn vriend Louis van Dijk is overleden. Hij was de zoon van de koster van de Prinsessekerk in Amsterdam, dat feitje maakte hem welkom in ons huis. In ​1961.
Hij was een zeer levenslustige man, die de sleutel op de poort naar de improvisatiehemel, niet bij de koster hoefde halen, maar zelf bij zich droeg . Wat een geweldige muzikant !
Vier keer tranen en overal zwegen de hanen.

Louis van Dijk – foto Aleid van Dijk

10 april 2020

Een wielrenner gaat prat op zijn moraal. Zijn moraal zorgt ervoor in welke mate hij kan doorzetten en afzien op beslissende momenten in de wedstrijd. Dat vermogen wordt dus niet bepaald door zijn lichamelijke conditie, maar door zijn geestelijke kracht.
Met de moraal is het niet zo slecht gesteld in ons land. Er vallen natuurlijk best muggen te ziften, maar ik heb het nu even over onze collectieve weerbaarheid, ons doorzettingsvermogen en onze kunst om af te zien in moeilijke tijden.
Het vertrouwen in onze minister president en zijn regering is groot, de gewenste discipline wordt zonder veel morren geleverd en het respect voor hen die met gevaar voor eigen leven zorg bieden is hartverwarmend.
We tonen als volk op dit moment een gemeenschappelijke veerkracht die we ons een leven lang zullen heugen. Die ons verbindt op een manier waar we al lange tijd zo hartstochtelijk naar verlangen.
Die moraal, die geestelijke gezondheid is geworteld in en wordt gevormd en gevoed door onze cultuur.
Cultuur is creativiteit, sport en spel, kunst, zorg, amusement, religie, politiek, nieuwsvoorziening en onderwijs versmolten in omgangsvormen.
Dit amalgaam is ondanks zijn fundamentele belang voor onze maatschappij gebouwd op een financieel zeer wankele basis.
Vitale economische pijlers worden terecht gesteund, maar de cultuur die ons land tot een van de meest leefbare en genietbare van de wereld maakt, lijkt te worden overgeslagen.
Beeldende kunstenaars, ​musici, toneelspelers, journalisten, schrijvers, wetenschappers e.v.a. die het dagelijks leven dragelijk en de mensen weerbaar maken, worden weggezet als goedbedoelende hobbyisten.
Het zou een historisch misverstand zijn als de politiek het belang van de geestelijke gezondheid in crisistijd onderschat en als iets vanzelfsprekends beschouwd in plaats van haar koste wat kost te consolideren en te stimuleren.
Pas als de moraal optimaal is, gloort de overwinning.

9 april 2020

5 april 2020

4 april 2020

ik heb genoeg gezien
om te weten
dat het nooit meer anders wordt

ik heb genoeg gekend
toen dat voldoende was
maar het werd teveel

ik ben opgevoed door een moeder
die te midden van het tumult
op een stoel ging staan en riep
nu is het genoeg geweest

en een vader die onder
een studeerkamerdeur door
gedachten zoals deze ventileerde:
het meervoud is genoegen

30 maart 2020

daar lig je dan te vergaan
je naam wordt op een zondagmiddag
hardop voorgelezen
en de jaren van bestaan
uit het hoofd berekend
worden er aan toegevoegd
een enkel wapenfeit
door de mazen van het net
der vooroordelen ontsnapt
smoort in afgunst
drijfveer van het leven

nee verbrandt mij dan maar
en laat mijn as verwaaien
zodat een volstrekt willekeurig iemand
op een volkomen toevallig moment
hoesten moet
omdat ik in zijn verkeerde keelgat schiet

Joodse begraafplaats Muiderberg

25 maart 2020

Er was eens een heel lief meisje dat Mondkapje genoemd werd.
Ze was met een mandje levensmiddelen op weg naar haar grootmoeder in de Coronastraat.
Ze had de moeilijkste weg gekozen door het Anderhalvemeter bos in de hoop niet te veel mensen tegen te komen.
Ze was net voorbij de oude Echomuur toen meneer De Wolf haar tegemoet kwam lopen. ‘Wat zit er in dat mandje?’, wilde hij weten en je kon het water in zijn mond horen klotsen.
‘Levensmiddelen voor grootmoeder’, antwoordde Mondkapje op haar hoede en vroeg: ‘Moet u niet gewoon binnen blijven, meneer De Wolf?’ ‘Waarom zou ik?’, antwoordde deze geïrriteerd.
‘Dan leeft u lang en gelukkig’, zei Mondkapje bijdehand.
‘Och meisje toch….’ Meneer De Wolf schudde zijn vermoeide hoofd.
‘Geloof jij nog in sprookjes?’

24 maart 2020

morgen 25 maart om 12 uur bidt de paus het onze vader voor de wereld KRO/NCRV vroeg mij mee te werken aan een facebookclipje over dit evenement Ik zegde toe en schreef een seculiere versie van dit gebed

23 maart 2020

Ojee.
Gistermiddag tweette ik om een uur of zes:
Er zijn vast wel 100 000 bejaarden in Nederland te vinden die bereid zijn hun AOW uitkering in een corona noodfonds (conofo) terug te storten. Dat levert ongeveer een miljard per jaar op.

Daar kwam zoveel boze onbegrip op dat ik om 21 uur tweette:
als u geen aow trekt hoeft u er niets over te zeggen
als u uw aow hard nodig hebt wordt er geen beroep op u gedaan

als u aan alle voorwaarden voldoet maar het niet wil ook goed
het gaat alleen om wie wil en kan en dan kijken wat er binnenkomt en hoe dat te besteden

Mijn idee was en is: Er krijgen in Nederland ruim drie miljoen mensen AOW. Van die drie miljoen zijn er er vast wel honderdduizend voor wie die uitkering niet noodzakelijk is om maandelijks rond te komen. Als die nu bereid zijn dat maandelijkse bedrag te laten terugvloeien in een sociaal cultureel (staats)fonds, kunnen we daar bijvoorbeeld in de zwaar getroffen culturele sector mooie dingen mee doen.​
Temeer daar te verwachten is dat zzp-ende acteurs en theater technici niet de eerste groep zal zijn die voor compensatie in aanmerking komt.
Alle kritische suggesties neem ik mee, de woede begrijp ik niet, u hoeft zich over mij geen zorgen te maken, ik hoop mijn naïviteit zo lang mogelijk te bewaren en ik neem geen woordvoerder.
Zoals vaak op twitter bleek weer eens dat ook de slechte verstaander aan een half woord genoeg heeft.

21 maart 2020

Nieuwe tekst op (ooit) gezang 300 van Jacqueline van der Waals: Wat de toekomst brengen moge
Meer informatie en een video van het oorspronkelijke lied is te vinden via https://kerkliedwiki.nl/Wat_de_toekomst_brengen_moge

Wat de toekomst brengen moge
‘k Vertrouw op de verzorgingsstaat
Ik heb altijd nog mijn ellebogen
Als het even minder gaat
Kan ik niet volgen mag ik vragen
Voor elke klacht is een loket
Wil ik mijn last niet langer dragen
Mag ik in de bijstandswet

Ik laat me leiden door de reclame
Of ik iets nodig heb of niet
Ik leen betaal zeg ja en amen
Geloof heilig in krediet
‘k Verzeker mij van de garantie
Voor een middel tegen pijn
Bidden doe ik voor vakantie
Dat die geheel verzorgd mag zijn

Ik kan het lot niet accepteren
Daarvoor heb ik geen geduld
Mocht het mij ergens aan ontberen
Krijgt de ander daarvan schuld
Ik doe het goede mijd het kwade
Tot ik niet meer leven wil
Krijg ik bij wijze van genade
Mijn voltooidlevenseindepil

Liefde werd elkaar gedogen
Waar ik niet gaan kan kruipt mijn bloed
Wat de toekomst brengen moge
Ik weet niet waar ik het zoeken moet

De oorspronkelijke tekst van Jacqueline van der Waals

Wat de toekomst brengen moge,
Mij geleidt des Heeren hand;
moedig sla ik dus de oogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalmen moed!

Heer, ik wil Uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft gelooven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom!

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zoo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
Als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen den weg niet vindt:
neem mijn hand in Uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand
loop ik met gesloten oogen
naar het onbekende land.

16 maart 2020

hij was achter haar aangelopen
de begeerte beheerst
gewacht op afstand
toen zij inhield bij een etalage
om zich te vergapen
aan wat uitgestald
door glas en prijs onbereikbaar was

aan de paspop zijn
waar naast haar ogen
haar verlangen uitging
naar wat gedragen werd
overdrachtelijk te voelen
meende hij genoeg te hebben

liefde is een groot woord
ooit verzonnen door mensen
wie anders
zal het onbenoembare verwoorden
veel van die woorden zijn verkocht
de rest gaat in de opruiming

14 maart 2020

Sinds gebrek aan kerk valt welzijn onder de staat.
Van de liberalen mag de staat zich nergens mee bemoeien. Vrijheid blijheid immers.
Maar ziet, onze minister-president kwam opeens met een aanvulling op de Tien Geboden.
Religie gedijt het beste bij angst. Hel en verdoemenis doet de mens vol schuldbesef door de knieën zakken. Biddend en biechtend.
Mijn eerste gedachte was: Gaat hij niet te ver, onze minister-president? Maar toen even later in de supermarkt het laatste pak WC-papier voor mijn neus werd weggegrist, vroeg ik me af: Ging hij wel ver genoeg?
Gooi dicht die scholen!
De mens wil toch niet leren.

11 maart 2020

Onze koning heeft Indonesië spijt betuigd voor geweldsontsporingen begaan om de kolonie binnen het koninkrijk te houden. Op bladzij 13 van ‘Op klompen door de dessa’ kom ik de naam van mijn vader tegen. Er zitten zo’n 50 jongens in Nederlands Indië uit de omgeving van Workum, waar hij dan predikant is.
‘Er is heibel met dominee André de Jonge van de grote kerk. Hij heeft de jongens geschreven dat, mochten ze in gewetensnood komen, ze bij hem terecht kunnen.’
Waarop een ouderling de fiets pakt en bij de gemeenteleden langs gaat om te zien of ze van de dominee af kunnen.
In de epiloog gaat het over Willem Twijnstra, voormalig melkrijder uit ’t Heidenskip. Na de verloren strijd in Indië verdwijnt hij van de radar. Zijn geliefde Anna wacht nog een paar jaar vergeefs op hem en trouwt een ander. Een Workumse emigrant, voor even terug uit Australië, vertelt dat hij in Sidney Willem op tv gezien heeft. Een dakloze stumper met een hondje. Voor Willem kwam de klap op Java toen hij met zijn legervoertuig in een hinderlaag terechtkwam. Hij drukte het gaspedaal in en reed als een krankzinnige tussen de sawa’s door, sloeg op volle snelheid in een kampong rechtsaf en reed op een groep spelende kinderen in.​
Die gebeurtenis is hij niet meer te boven gekomen.
Hij keert terug en gaat bij zijn ouders in Workum wonen. Hij krijgt psychische hulp voor straatvrees. Maar het verlammende schuldgevoel blijft. Hij wacht vergeefs op troost en vergeving.
Tot zijn oude geliefde Anna, al een paar jaar weduwe, hem op een dag opzoekt. Zij blijkt hem die troost te kunnen bieden.

Andries de Jonge

8 maart 2020

Internationale Vrouwendag

Ze loopt gearmd met haar vriendin
Te zoeken in de vreemde stad
Het adres is haast onleesbaar op de brief
Die ze uiteindelijk heeft gehad
Ze draait zich om als haar vriendin
De weg vraagt aan de dienstdoende agent
Ze is bang dat hij haar door heeft
Bang dat ze door iemand wordt herkend
Ze is vierentwintig, maar heeft de angsten van een kind
Ze is stout geweest!
En iedereen mag zeggen wat ie d’r van vindt
Ze kende hem vier dagen
Ze waren allebei alleen
Nu is ze vogelvrij, ze is onteerd, ze is van iedereen

Het staat op achtendertig plaatsen in de bijbel
Het is een slachthuis en ’t doet ontzettend pijn
Denk aan de vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen
En je moet flink, gelovig, dankbaar zijn
Het is jouw schuld, die je nooit meer kan betalen
En je doet je ouders onnoemelijk veel verdriet
Je mag het leven van het leven niet bepalen
Dat mag niet, dat kan je niet, dat doe je niet

Als de zuster haar komt halen moet ze overgeven op de gang
Degene die het op komt ruimen kokhalst vriendelijk:
‘Wees maar niet bang’
Een uur daarna staat ze op straat
Ze kan opnieuw beginnen zonder pijn
En een jongen op een brommer roept
Ga je mee schat
Ik zal voorzichtig zijn

‘Vogelvrij’ Neerlands hoop in bange dagen 1975

7 maart 2020

Ben ik ook een keer viral gegaan. Nog geen miljoenen, maar 160.000 keer bekeken is een record. Veel reacties ook, zo’n kleine 200. Er is een opmerkelijke behoefte onder de reageerders om origineel te zijn. Dat is wel de winst van Twitter.
Mensen die niet wisten dat ze het in zich hadden, worden uit de tent gelokt. En geven zich prompt probleemloos bloot.

Iemand tweet naar aanleiding van de boekenbal foto met viraal beschermingsmasker: De eerste leuke grap sinds 45 jaar Freek. Dus ik aan het terugdenken geslagen. In 1975 maakten Bram en ik op verzoek van de CPNB. Neerlands Hoop Ingenaaid en gebonden, het voorprogramma van het Boekenbal in de Beatrixtheater in Utrecht. Het werd niet bepaald ons leukste programma.

Chris Berry die bijgevoegde tekening maakte, schreef erbij: “Damn, and I’ve just spent the last 15 years working on this portrait of you without mask………….grapje!”

Proud Widow (volgens haar profiel: hommelheupen ipv wespentaille) tweet: “Kunnen we dit zwart op wit krijgen en het liefst voor onbepaalde tijd !?”​ Een smeekbede die plusminus vijftig keer terugkomt. Vrije meningsuiting benutten om te zeggen dat de ander zijn bek moeten houden.

Enfin. Veruit de meeste mensen hebben even geglimlacht.

4 maart 2020

Dankzij het zendingswerk van PR de Vries is de belangstelling voor wat zich in de rechtszaal afspeelt enorm toegenomen. We mogen nog net geen verdachte in beeld zien, maar dankzij het rechtstreeks verslag dat de rechter doet van zijn of haar gedrag tijdens het verhoor, krijgen wij precies dat waar de voyeur in ons behoefte aan heeft. Een besmuikt vermoeden.

Niet de fluim zelf, maar de verbeelding ervan windt op. Een verdachte ter plekke tot inkeer zien komen, kruipend over de grond zichzelf voor het hoofd slaand, in tranen beloven dat hij zijn leven lang boete zal doen voor zijn onvergeeflijke misdaad, is wat de nabestaanden graag zouden zien, maar de neutrale toeschouwer heeft liever een onvoorspelbare verdachte: eentje die de geforceerde aandacht optimaal benut om het raadsel dat hij is in al zijn grilligheid te manifesteren. En dan is zwakzinnigheid al snel een pre.

Je kunt de kracht van een cultuur afmeten aan zijn vermogen te bemiddelen tussen emotie en ratio. Zodat wij evenwichtige keuzes kunnen maken. De functie van de kunst van hoog tot laag is om onze emotie te prikkelen en onze ratio te tarten.

De rechtszaal is geen theater.

29 februari 2020

Een van de kranten die ik lees houdt zich met een zekere regelmaat bezig met de zin van het leven. Een van de medewerkers had een bijna doodervaring en stelde zich de vraag: Waarom leef ik? Vandaar.

Je moet iets van het leven maken. Maken is het kaatsspel van vorm en inhoud. Omdat een mens God niet is, kan men niet iets uit niets scheppen. Men heeft daar wat zicht-tast-hoor-of ruikbaars voor nodig. En een ander iemand natuurlijk.

Een mens alleen heeft geen verplichting. Waar geen verplichtingen zijn is er geen vraag naar de zin. De noodzakelijke materie wordt gevormd door het extract van de mengeling van zintuiglijke ervaringen die men put uit zijn/haar belevenissen. Met de vormgeving daarvan trek je de aandacht van de ander.

In dat vormgeven schuilt de zin van het leven.

26 februari 2020

Ron Jans noemt zichzelf in de Volkskrant vanmorgen het tegenovergestelde van een racist. Kan dat? Wat is een racist?

Dat is iemand die, deel uitmakend van een groep met zekere uiterlijke kenmerken en levenswijze, zich superieur voelt aan een of meerdere mensen uit een groep met andere uiterlijke kenmerken en/of manier van leven.

Het tegenovergestelde is een absoluut begrip. Het tegenovergestelde van niets is alles. Niet bijna alles. Het tegenovergestelde van racist krijg je dus bij omkering van het woord superieur. Minderwaardig.

Voelt Ron Jans zich minderwaardig aan een mens uit een groep met andere uiterlijke kenmerken en/of manier van leven? Hij voelt zich gelijkwaardig, mag ik hopen.

De mens die trots is op wat hij zegt, is in feite horig aan de orde die de taal dicteert, beweert de Franse filosoof Foucault. Er is een emancipatie van allerlei groeperingen gaande die het taalgebruik verandert. Daarin schuilt de kern van de Zwartepietdiscussie: dat je niet meer alles mag zeggen, betekent dat je niet langer superieur bent.

Ron Jans bedoelt het goed, maar zegt het tegenovergestelde.

24 februari 2020

In korte tijd zag ik twee theaterproducties.
De ene was Wolven huilen niet (1) in Frascati 4, een après avant garde zaaltje waarbij op het puntje van je stoel zitten een voorwaarde is om wat te kunnen zien, de andere: Weg met Eddy Bellegueule (2) in de tot slaap nodende zetels van de Kleine Zaal van de Amstelveense Schouwburg. Beide met navenant publiek. Beide zalen waren uitverkocht. (1) is geschreven door de, ik hoop bejubelde scenarist Don Duijns en gebaseerd op de documentaire The Wolfpack over vier jongens en een meisje die door hun vader in New York binnen gehouden worden omdat buiten te gevaarlijk is en opgevoed worden door middel van veelal Hollywood-films op video.
(2) is een toneelbewerking van het romandebuut van Edouard Louis (Eddy Bellegueule) en gaat over een jongen die worstelt met zijn homoseksualiteit in een Noord Franse macho-omgeving waar armoe troef is.
(1) wordt gespeeld door vijf jongens met een zwarte langharige krulletjes pruik, en (2) door vier jongens in wisselende Adidas-oufits.
(2) was goed ingespeeld en had al diverse prijzen gewonnen, de confronterende thematiek werd bewonderenswaardig intens en toch niet van dik hout gespeeld. De vondst van (2) was dat alle vier de acteurs Eddy speelden en dan weer de moeder, dan ​weer de vader of vrienden of pestkoppen waren.
Van (1) zagen wij de laatste inspeelvoorstelling. Mede door de pruiken was identificatie met de karakters moeilijk. Ambitie en emotie waren (nog) niet balans waardoor de acteurs te gretig leken.
Allebei gaan zien en zelf oordelen.

Wolven huilen niet
Weg met Eddy Bellegueule

21 februari 2020

Op twittter:

20 februari 2020

René Cuperus, naar eigen zeggen constructief dwarsdenker beweert in een gesprek met Teun Gautier dat de vaderlandse politiek van nu twee uitgesproken existentiële stromingen kent, die beide voortvloeien uit apocalyptische toekomstverwachtingen.

Aan de ene kant het populisme dat vreest voor een teloorgang van het vaderland door zelfhaat, klimaathysterie, migratie, de Europese supernatie en aan de andere kant: gaat niet alleen Nederland ten onder, volgens de groenen, nee, de hele wereld (beter zou zijn mensheid, de wereld redt zich wel) gaat ten onder als we niet onmiddellijk en rigoureus ingrijpen in oude systemen van bestaan die de oorzaak zijn van de klimaatverandering en daarmee samenhangende problemen, denk aan de stijging van de zeespiegel.

De partijen van het midden, VVD PvdA CDA staan een beetje beteuterd, als bejaarden in een kortingvak, naar een tenniswedstrijd te kijken. Ik vond dat een heldere analyse. 

De populisten spreken de kiezer graag aan op zijn/haar gevoel, terwijl de groenen de leek, die de kiezer is, het liefst verpletteren onder data.
Het ironische is dat deze tegenstelling ervoor lijkt te gaan zorgen dat nog voor Nederland en de wereld ten onder gaan, de democratie ten ondergaat.

Omdat de populisten er niet voor terugdeinzen dat gevoel met leugens te bestoken en voor de groenen, overtuigd van hun gelijk, tijd ontbreekt om op consensus te wachten. De discussie over het gevoel-ratio dilemma hoort niet in het parlement, maar binnen een partij gevoerd te worden.

Daartoe moeten PvdA, Groen Links en de SP fuseren. Net als VVD/ FvD en CDA/CU/SGP.

19 februari 2020

Voor je het weet, ben je zo gewend geraakt aan het nietsdoen dat het motortje niet meer aan de praat krijgt.

Daarom zette ik me aan deel 1 van mijn mémoires, vervolg op het reeds verschenen deel 2 Reikhalzend Verlangen. De Zaanse jaren. De titel van deel 1 was al aangekondigd: Ik hoor trompetten schallen. Sterker nog een vormgever had het boek al vormgegeven. De Sint Gertrudiskerk uit Workum sierde het voorplat. In een kleurstelling die verband zocht met de cover van Reikhalzend Verlangen. Er zouden nog meerdere delen mémoires volgen.

De titel ‘Ik hoor trompetten schallen’ ontleen ik aan een gezang dat door de gemeente gezongen ter verwelkoming van de predikant, mijn vader, bij zijn intrede in Westernieland. Zo’n intrede is een feestelijke eerste kerkdienst van de nieuwe dominee. “Ik hoor trompetten schallen. De vijand is nabij” klonk het uit volle borst. Dat was een pikant lied om de jonge beginnende predikant toe te zingen. Vanwege het gevoel voor humor van mijn vader werd dit voorval een anekdote die met enige regelmaat voorbij kwam op verjaardagen en kennismakingsbezoeken.

Toen ik die gebeurtenis wilde beschrijven ging ik nog eens voor de exacte tekst van het gezang naar internet. ​Er klopte iets niet want ik zag voornamelijk aankondigingen van mijn boek dat nog niet leverbaar was. Toen ik de tweede regel erbij typte in de zoekopdracht kreeg ik de juiste tekst te zien: Ik hoor trompetten klinken… Gezang 305, Valerius Gedenkklank.

Dat ga ik morgen aan de uitgever vertellen.

18 februari 2020

Gisteren overleed Barry Hulshoff, modelvoorstopper in het grote Ajax (1966- 1973). Een bescheiden en sympathieke man binnen de van super-ego’s vergeven selectie. Door een blessure moest hij het WK ’74 aan zich voorbij laten gaan. Hij zal nooit gedacht hebben: met mij erbij waren we wereldkampioen geworden, ik wel. Niet met mij erbij natuurlijk, maar met hem.
Ook overleed Harry Gregg, keeper van Manchester United en Noord-Ierland (kwartfinalist WK 1958). Harry Gregg zal altijd herinnerd blijven als de Held van München. In februari 1958 crashte het vliegtuig (bij de derde poging op te stijgen) met de selectie van Manchester United op de terugweg van een Euopacup-wedstrijd tegen Rode Ster Belgrado.
George Best , die als jeugdspeler Greggs voetbalschoenen moest verzorgen, zei over hem: “Bravery is one thing but what Harry did was about more than bravery. It was about goodness.”
Ondanks het advies te maken dat hij wegkwam en waarschuwingen dat het vliegtuig zou exploderen, ging Gregg terug de kist in om een baby en haar zwangere moeder te redden en daarna nog enkele spelers, waaronder Bobby Charlton en Dennis Violet die hij, lees ik, aan de broeksband naar buiten trok. ​
Dertien dagen later stond hij tegen Sheffield Wednesday alweer onder de lat. Hij was ooit de duurste keeper ter wereld, maar heeft nooit nooit zelf een titel of beker gewonnen door blessures of de keuzes van coach Matt Busby.
Harry Gregg, een man getekend door een dramatische vliegramp, voorbeeld van waar een mens toe in staat is.

Lees het fascinerende verhaal over Harry Gregg op de site http://fourfourtwo.com

Harry Gregg
Barry Hulshoff

17 februari 2020

Café Weltschmerz is een modern cultuurmedium dat vanuit een conservatief gezichtspunt de wereld wil beschouwen. Een podium voor libertijn tot populist.

Eén keer heb ik meegewerkt. Stan van Houcke interviewde mij over van alles. Ik kreeg daar zulk minderwaardig commentaar op via de sociale riolen dat ik, ondanks een prettig gesprek over voortzetting van samenwerking met initiatiefnemer, oprichter, bestuurder, hoofdredacteur en cultureel entrepreneur Max von Kreyfelt, besloot daar van af te zien. Ik ben dol op kritiek zolang die stijlvol is.

Ik luisterde via Cafe Weltschmerz Podcast naar een gesprek tussen Paul Cliteur en zijn oud- leerling Floris van den Berg. Cliteur had Floris’ laatste boek Finissage (pendant van vernissage) gelezen en was daar erg tevreden over. Zo tevreden dat ik mijn oordeel over Floris al klaar had.

Tijdens het gesprek bleek Floris heel anders te denken dan de suggestie die Cliteur wilde wekken. Floris atheïstische kruistocht heeft pathetische trekjes en duidt op een sterke behoefte aan sektarisch hechten, maar zijn veganisme is consequent en zijn klimaatbezorgdheid oprecht. Cliteur deed een manmoedige poging de onhoudbare Forum voor Democratie-​klimaatscepsis staande te houden, maar moest net als met zijn amechtige pleidooi voor de natiestaat door de knieën.

Opvallend was de, voor een professor merkwaardige, overtuiging van Cliteur dat Nederland nog steeds gebukt gaat onder een links cultureel-sociaal juk. Zo vindt hij het bijvoorbeeld gek dat er zo weinig professoren zijn die PVV stemmen. Ik ga Finissage voor u lezen.

https://www.cafeweltschmerz.nl/podcasts/

16 februari 2020

Franca Treur, om haar neer te zetten moet ik weer aankomen met de kwalificatie die haar mismoedig zal stemmen: Zeeuws Meisje uit bevindelijk agrarisch milieu. Zij heeft het in haar tweewekelijkse column, ze wisselt af met, schrijver, hovenier, schaatsinstructeur Gerbrand Bakker, in Trouws zaterdagbijvoegsel Letter en Geest, over De Bron: het reservoir waaruit iedere schrijver put.

Ze somt een aantal schrijvers op wier werk gekenmerkt wordt door een terugkerende thematiek: het milieu waar de de auteur in opgroeide, geweld en seksueel misbruik, gender-onvrede, worsteling met de (seksuele) geaardheid. Enzovoorts.

Pas geleden had ik het hier over de inmiddels alweer 28-jarige Edouard Louis die op zijn 22- ste debuteerde en nu al drie, niet zulke hele dikke boeken publiceerde, over zijn treurige jeugd in Noord Frankrijk.
Afhankelijk van de steun en zware medicijnen slaagt de vader er niet in het standvastige gezinshoofd te zijn dat hij zou willen. Voor Edouard, en ik zinspeelde daarop in mijn stukje, komt het moment naderbij waarop hij zich gaat afvragen: waar zal ik het nu eens over hebben? Ik denk niet dat hij zich ter afwisseling op vakantielectuur zal storten.

Zelf zit ik nu midden in de jeugd van mijn vader. Om te weten wat er, naast de feitelijkheden, gebeurde, wat er door hem heen​ging, heb ik alleen mijzelf als kader. Welke keuze zou ik maken in zijn omstandigheden? En daarvoor put ik dan uit mijn Bron. Van het oeuvre van Shakespeare wordt gezien de hoeveelheid en diversiteit beweerd dat het niet door een persoon geschreven kan zijn.

Wel eens gehoord van Christopher Marlowe ?

15 februari 2020

Op onze wandeling lopen we langs het speelplaatsje bij de uitspanning aan het Meer. Ik zie twee ouders en vier kinderen. Ik voel medelijden met de ouders. Met de kinderen trouwens ook. Ik denk niet dat de vrouw en de man man en vrouw zijn. Ik denk dat de kinderen geen broertjes en zusjes zijn.

Een jongetje zit op de wip aan de kant die op de grond steunt. Bij gebrek aan tegenwicht blijft het bij benen strekken en weer intrekken. Op de schommel zit een meisje te wachten tot iemand haar komt duwen.

De vrouw met een boodschappentas waarin uitgetrokken jassen zijn gepropt, staat in een wachtende pose. Straalt geen vreugdevolle belangstelling voor het spel van een harer kinderen uit. Overdenkt iets. Haar blik ontmoet even de mijne en draait snel door.

De man zit onderuitgezakt op een bank, leunend tegen de houten wand van het paviljoen. Hij heeft zijn benen uitgespreid voor zich hangen. Een meisje dat bij hem staat, lijkt op antwoord op haar vraag te wachten. Het vierde kind zit weggezakt in een hoekje in zijn of haar capuchon op zijn of haar telefoon te kijken.

Met wie voel ik het meeste medelijden? Met de ouders. Ze lijken me uitgeput. Ze zijn toe aan zichzelf. Een paar weken om bij te komen. Zonder ​verplichtingen, zonder organisatiedruk. Een kans te praten over zin en nutteloosheid. Tijd om een boek lezen. Behoefte aan tederheid, lust. Liefde, bestaat dat nog?

En de kinderen? Die hebben een fijne opa nodig met een verhaal.
Ik versnel mijn pas.


14 februari 2020

In een interview in de Volkskrant, afgenomen door Sander Donkers, bezingt Raymond van het Groenewoud de lof van Teletekst. De Nederlandse, want de Vlaamse is ter ziele. Dat Raymond een Teletekst-fan is verbaast mij niets. Beiden verstaan de kunst om vorm en inhoud in balans te houden. Less is more.

Ik aarzel welke kant ik dit stukje op zal laten gaan. Die van Raymond van het Groenewoud of van Teletekst. Ik ben namelijk ook een fan van Teletekst.

Natuurlijk, dat is mij niet ontgaan, er zijn inmiddels veel opgetuigde nieuwssites met filmpjes en links, maar voor je het weet zit je drie minuten naar een surfer te kijken die het er ternauwernood levend af weet te brengen of een leeuw die zich verslikt in een egel. Dat alles in aanloop naar de Top 100 Sports Bloopers of the Decade | 2010 – 2019 Fails & Funny Moments waarna het nog maar een kleine stap is naar TOP 6 MOST CRAZY POKER HANDS OF ALL TIME! die reclameloos overgaat in Must see!!! Most Greatest Matches in Billiard History Legend Efren Reyes. Etcetera.

Wat zo heerlijk aan Teletekst is? De soberheid, wars van algoritmische terreur. Af en toe wil een redacteur wel eens uit de band springen door gewag te maken van voor de rechter slepen, uit te halen naar of hekelen,​maar er zit, godlof, een hoofdredacteur die zijn ondergeschikten er op gezette tijden op wijst dat de trouwe Teletekstconsument een goede verstaander is.

Als zij lezen:
Russen: bij schuld smartengeld MH17 128.
Eerste passagiers Westerdam aan wal 126
weten zij genoeg.


13 februari 2020

Gisteren heb ik een boek in een dag uitgelezen. Dat komt niet vaak voor.
Er liggen zo’n vijf geopende boeken op diverse plekken in het huis.

Dit boek telde 72 pagina’s. Zo ongeveer de bladzijde waarop de andere boeken open liggen. Titel: Ze hebben mijn vader vermoord. Geschreven door Edouard Louis. Penne de plume van Eddy Bellegueule.

Ik had over hem gelezen. Dat hij een sensatie is in de Franse literaire wereld en omarmd wordt door het culturele establishment. Zijn werk gaat over het uitzichtloze en daardoor kortzichtig, gewelddadige leven in het Noorden van Frankrijk. In het wielerjargon De Hel.

Hij beschrijft de problemen die zijn vader heeft met aan werk te komen, met de drank en met zijn waardigheid. De vader kan in een macho-milieu de verwijfdheid van zijn zoon niet er niet bij hebben.
Het is een ontroerend boek.

Naast een verzoening, een aanklacht tegen de onmacht van de politiek. Edouard vermoedt kwade wil, om gelijke kansen voor iedereen te realiseren. Hij verwijt respectievelijk Chirac, Hollande, Sarkozy en Macron zijn vader kapot gemaakt hebben. ​

Eddy is de eerste van zijn familie die naar de universiteit gegaan is en er in geslaagd is een leven te realiseren. Hij geeft een stem aan hen die niet gehoord worden en doet dat zo briljant dat hij binnen de kortste keren door de kunstelite omarmd is.

Hoelang blijft zijn stem authentiek?

12 februari 2020

Gisteravond opende het NOS journaal met:
Het kabinet probeert de passagiers van een Nederlands cruiseschip in Azië zo snel mogelijk aan land te krijgen. De Westerdam met 2300 passagiers aan boord waaronder tientallen Nederlanders mag nergens aanmeren vanwege het coronavirus.

We kwam terecht in een aflevering van De Vakantieman. Al acht! dagen doolt een cruiseschip op de internationale wateren op zoek naar een afmeerstek. De journaalredactie was, ondanks dat er geen signalen van het coronavirus waren, in geslaagd in het bezit te komen van een kort videoverslag van de situatie aan boord. De maker ervan, Flip Knibbe, stelde ons vanaf het zonnedek direct gerust: van een zelfmoordhausse was nog geen sprake, woedeuitbarstingen en aanvallen van spontane krankzinnigheid in het openbaar had hij niet waargenomen. Sterker nog veel mensen vonden het wel best zo. Hoe langer op zee hoe beter. Het is immers gratis en de kans op besmetting is uitgesloten.

Dat gold niet voor Flip zelf, die wilde van boord. Hoe eerder hoe beter. Minister Blok die zijn lachen nauwelijks kon houden, vertelde dat de Nederlandse regering alles, maar dan alles, in het werk stelt de Thaise autoriteiten te bewegen dit schip een ​kade te bieden om af te meren. Hij had begrip voor de Thaise aarzeling er waren immers wel degelijk besmette cruiseschepen afgemeerd met alle gevolgen van dien, maar voor de coronavirusvrije Westerdam gold dat niet.

Als regeren vooruitzien is, zou ik beginnen met het toerisme voor een paar jaar aan banden te leggen. U kunt vriend worden van Flip Knibbe op facebook.


11 februari 2020

Een huilebalk ben ik niet. Toch zat ik daarnet even in tranen. De krant (Trouw) waar ik doorheen scrollde, maakte gewag van het overlijden van Mirella Freni.

De naam zei me niets. Ik troost me altijd maar met de gedachte dat je niet alles kunt weten. Er was een foto bij geplaatst van haar met Placido Domingo aan haar zijde. Die kende ik wel. Beter dan hem lief is, vrees ik. Ze was dus zangeres, Mirella. Sopraan.

Het heerlijk van deze tijd is dat je dan maar naar Spotify hoeft te gaan, haar naam in te toetsen en je krijgt een lijstje met haar vijf meest afgespeelde, hoe zeg je dat, stukken, aria’s, liederen, songs. Nummer twee, maar wel het meest gevraagde nummer, was Un bel di vedremo uit Madame Butterfly van Puccini.

En toen vielen er een paar kwartjes. Men had mij gevraagd, voor een theaterfestival, Minetti van Thomas Bernard voor te lezen. Om het naar mijn hand te zetten, had ik er iets aan veranderd. Ik liet het verhaal vertellen door een vrouw die haar hele leven heimelijk verliefd was geweest op de acteur Minetti die hoopte nog een keer King Lear te kunnen spelen en die in Oostende een afspraak had met een theaterintendant die dat zou kunnen verwezenlijken. De vrouw slaat Minetti gade als hij de lobby van een hotel aan de Vlaamse kust binnentreedt. Ze vertelt dit zittend in een rode jurk op een rode bank breiend aan een rode sjaal als de muziek inzet: Un bel di vedremo, gezongen door Mirella Frena.

De aria schalde nu door de huiskamer. Ultieme vertolking van het onvervulbare verlangen.

Ik moest huilen.


10 februari 2020

De weerswaarschuwingen hebben hun verhoedende werk gedaan. Op een enkele gevallen boom en dakpan, een paar miraculeuze voor-hetzelfde-geld-waren-we-morsdood-geweestgevalletjes na, is er niets gebeurd. Nou ja, de verzekeraar zal wel weer versteld staan wat er toch allemaal omgewaaid is.

Zelf hebben we een aanwezigheid in Middelburg afgezegd. Op aanraden van de organisator trouwens, zodat we ons niet schuldig hoefden te voelen. Ik geloof dat we gisteren een keer of elf tegen elkaar gezegd hebben dat het maar goed was dat we niet gegaan waren.

In veel vliegtuigen is het, getuige de talrijke clipjes, vooral tijdens het landen geen lolletje geweest. Er is sinds lange tijd weer eens geklapt voor piloten als ze de kist behouden aan de grond hadden gezet.
Een mevrouw stelde verontwaardigd dat: ‘de hockeywedstrijd van mijn dochter afgelast is, maar de vlucht van mijn zoon met 300 passagiers gewoon door ging’.

Razend enthousiast waren een paar bezoekers aan De Efteling. Zelden hadden ze het er zo rustig gezien. Pas laat in de middag gingen de Python en Joris en de Draak dicht. Citaat: ‘Mijn broer en ik zaten vaak maar met zijn tweeën in een wagentje. De volgende storm gaan we weer.’

Als je dat te vaak zegt, loopt het de volgende keer…wacht even die zin gaat de verkeerde kant op.

Wat ik wil beweren, is dat de waarschuwende media de massa er onder lijken te hebben. Wonderlijk dat er nog steeds gerookt wordt.


9 februari 2020

kijkend naar de wind
zie ik zwiepende takken
een enkel nog niet
kunstmatig weggeblazen blad
plastic zakken en stijgen
een kleuter die haar vlieger nakijkt
een oude Telegraaf die meewaait
met zichtbaar plezier

de wind zelf
waar zoveel om te doen is
trekt onzichtbaar langs
niks oranje kleurloos
wind wordt als het ware
weggeblazen door zichzelf

met mijn gezicht gaan staan
naar vanwaar ze aanwakkert
en dan de mond openen
in de hoop dat de wind
als een omgekeerde stofzuiger
mijn hoofd van binnen zuivert
van wat me onwelgevallig is

zo positioneer ik mijzelf in het gebulder
waar een landend vliegtuig niet aan kan tippen
laat staan de ochtendspits
een opgestoken vlaag blaast mij moeiteloos omver
mijn opengesperde mond
snakt naar adem


8 februari 2020

Na de plechtige overhandiging van ‘Mijn Vaders Hand’, Bart Chabots genadeloze terugblik op een genadeloze jeugd op de uitgeverij, kwam er een mevrouw op mij af.

Zij (toen 21) wilde graag ouvreuse worden in Carré. De eerste avond dat zij haar kwaliteiten moest tonen, viel samen met de première van De Komiek: 1 april 1980. Ze vertelde dat de zaalchef die haar instructies had gegeven, haar die avond geen seconde uit het oog verloor. De voorstelling was begonnen. Ik was vanuit de zaal het podium opgestormd, toen zij met een groepje van acht personen (die verkeerd zaten) achter zich aan, zo onopvallend mogelijk, op zoek ging naar de juiste plaatsen. Ze voelde de ogen van de zaalchef in haar rug prikken en liet het hoongelach van het publiek, naar aanleiding van mijn verslag van haar exercitie, over zich heenkomen.

In de pauze moest ze van achter een buffet consumpties verstrekken en afrekenen. De zaalchef hield haar vanuit een strategisch punt in de gaten. Hoofdrekenen was niet haar sterkste punt. Twee koppen koffie, 2 x 75, ging nog. Maar toen iemand 2 witte wijn, 1 chocomel, 1 bier en 2 koffie bestelde, raakte ze in paniek en vroeg de klant zelf uit te rekenen wat het kostte. Die klant bleek, toen ze hem aankeek, Frans Halsema te zijn. Die zich ​geamuseerd van zijn taak kwijtte. De zaalchef vond het minder leuk.

Aan het eind van de voorstelling moest (mocht) ze mij een boeket bloemen overhandigen. In de finale van De Komiek vielen 10.000 pingpongballen uit de kap op het toneel die als water hun weg naar het lagere zochten. Ze droeg hoge hakken en had maar een doelwit: op de been blijven. Dat lukte, maar ouvreuse is ze niet geworden.

26 februari 1980 , Freek de Jonge in de Komiek Foto : Leo van Velzen

7 februari 2020

Banketbakker die moorkop schrapt moet deuren sluiten om ‘onveilige situatie’. De banketbakker heet Jürgen Verwoerd en heeft een zaak in Monster.
Er was iemand binnengekomen die moorkoppen eiste en daarbij dreigende taal bezigde tegen een van de medewerkers waardoor er een onveilige situatie ontstond.
Zodanig dat Verwoerd zich genoodzaakt voelde politiehulp in te roepen en zijn zaak tijdelijk te sluiten.
Aldus een item in Hart van Nederland (SBS6).
Nu ook de Hema het woord moorkop schapt, is de vraag gerechtigd: Wilt u meer of minder moorkoppen? 
Is de moorkop de nieuwe Zwarte Piet?
In de een van de eerste afleveringen van The Crown brengen, dan nog prinses,  Elisabeth en haar man Philip een bezoek aan de koloniën en laat scriptwriter Peter Morgan Philip de meest verschrikkelijke dingen tegen de lokale leiders in hun fraaiste uitdossingen zeggen. Daarbij trekt Philip een triomfantelijk, geamuseerde snoet. Zo ging dat halverwege de vorige eeuw. Na veel, onnodige, strijd is er een einde aan het kolonialisme gekomen.
Maar aan dat soort grappenmakerij en vooral dat superieure gevoel nog lang niet.
De achterhoedegevechten om die superioriteit te bestendigen en de primitieve pogingen om die te rechtvaardigen, lijken uit te dagen tot een confrontatie.
Iets anders is dat de moorkop niet alleen slecht voor de lijn maar ook voor de gezondheid is. Misschien is dit een goed moment het banketassortiment in zijn geheel eens langs de meetlat van het wenselijke te leggen.
Ik daag de Confectioner Defense Force uit.


6 februari 2020

De laatste dagen als ik in de auto stap, val ik in een vraaggesprek tussen Gijs Groenteman en Jan Beuving. Het is een podcast gemaakt voor De Volkskrant in de archiefkast van dat dagblad. Daar zijn er inmiddels ruim 150 van. Van die Podcasts.
Het is een flink lang interview en omdat ik de laatste tijd voornamelijk korte ritjes rijd, de podcast stopt als ik uitstap en begint weer als ik instap, doe ik er al ruim een week mee.  Gijs Groenteman stelt zich op als een onverzadigbaar jong vogeltje, de bek gespert en Jan vliegt onvermoeibaar af en aan met fijne informatie en geduchte inzichten die Gijs nog hongeriger en dorstiger maken.
Uitgangspunt is het lied. 
Vorm en inhoud, het maakproces, de strekking en de performance. Alles kan de aanleiding tot een lied zijn, melancholie is nooit ver weg en de te leren lessen zijn leerzaam. Het sterkste komt een over lied als als maker (tekstdichter en componist) en performer samenvallen. 
Jan, blijkt uit alles, is een liefhebber.
En wie naar hem luistert, wordt dat vanzelf ook. 
Jan, ooit betovert door Kees Torn, heeft wiskunde gestudeerd en is nu cabaretier die het hele veld afgraast.  Jan toont grote bewondering voor liedjesschrijver Jurriaan van Dongen die hij als leraar heeft gehad. 
Het is trouwens een en al bewondering. Rijk geïllustreerd.
Gelukkig ging het aan het eind van het gesprek ook nog even over Tom Lehrer. De Amerikaanse wiskundige die een paar jaar heeft opgetreden en een aantal verbluffende liedjes heeft achter gelaten. Goed gedaan jongens!
Ik zie hier een fantastisch televisieprogramma in.


5 februari 2020

En dan opeens zijn er teveel onderwerpen. Een gesprek met een oude filosoof over de wenselijkheid inzichten ten koste van alles te blijven manifesteren.
Zelfs Galilei en Kant bonden in. De eerste omdat hij het zijn ouders niet kon aandoen en de laatste om de overheid ter wille te zijn.
Dan zit ik in de metro en volg een conversatie tussen vier meisjes, waarvan twee met hoofddoekje, van een jaar of zestien. Ik moet even goed luisteren aleer ik in de gaten heb dat ze Nederlands spreken. Ik hoor één zeggen: ‘… is dat dan meervoud of enkelvoud?’
De vraag, of liever de kwestie, intrigeert.
Meisjes van deze leeftijd houden zich niet bezig met taalkundige problemen zegt mijn vooringenomenheid. Vlak voor de eindhalte stap ik op ze af. Verontschuldig mij voor mijn opdringerigheid en wil weten waar het daareven over ging.
Hun ouders waren van Afghanistan. Daar wordt een vijftal talen gesproken waaronder het Pasjtoe. Wat daar dan het meervoud van was en dat een taal geen meervoud kent. De metro opent zijn deuren.
Ik groet de meisjes en ga mijns weegs. Vijf passen van ze verwijderd hoor ik ze giechelen.​
En dan hoeveel invloed heeft de burn out op het libido? En hoe belangrijk is regelmatige gemeenschap voor een relatie?
Ik mijd met opzet het woord sex. Bij sex is alles gericht op het orgasme, terwijl bij de gemeenschap er klaargekomen wordt.
Daarom gaat dan ook mijn voorkeur uit naar monogamie.
De vreemdganger heeft veel orgasmes, maar komt zelden klaar.


4 februari 2020

Het gesprek kwam op reanimeren. Ik zat tegenover iemand die er les in gaf. Mijn eerste vraag was natuurlijk of het moeilijk was.
Zoals je van een kenner van exotische dieren ook altijd meteen wilt weten hoe gevaarlijk ze zijn. Nou, echt moeilijk is het niet. D.w.z., je kunt het zo moeilijk maken als je zelf wilt.
Je hebt namelijk hoognodig reanimeren en reanimeren de luxe. Ik dat niet een beetje raar? Eigenlijk zou iedereen moeten kunnen reanimeren, stelde de vrouw tegenover me die de cursussen gaf. Daarom hebben we het verfijnde reanimeren moeten laten vallen. Uit de practische overweging dat als iedereen moet kunnen reanimeren je het niet te ingewikkeld mag zijn, want dan haken om diverse redenen teveel reanimatoren in spe af.
Is er verschil in kwaliteit van verder leven tussen geheel verzorgd of eenvoudig gereanimeerd te zijn? wou ik weten .
Daar kom je nooit achter, zei ze lachend omdat het haar wel leuk leek daar over na te denken. Het te onderzoeken is onmogelijk.
Mijn gedachten dwaalden af naar merzelf als reanimateur. Inmiddels had ik wel begrepen dat er weinig tijd rest om nog eens alles op een rijtje te zetten aleer je tot reanimeren overgaat.​
Dus je bijvoorbeeld als reanimator afvragen is deze persoon mijn reanimatie wel waard is, kan, los van het immorele, fataal zijn. Ik ben geen geboren reanimator, dunkt me. Je weet het niet, misschien krijg ik na twee lessen de smaak wel te pakken.
En fiets ik straks opgewekt de stad in om te kijken of er nog wat te reanimeren valt.


3 februari 2020

De komende weken trek ik met Hella door het land met de door haar gemaakte documentaire De Slag om het Vrouwenhart.
Thema: Diagnose en Therapie van hartschade bij de vrouw zijn voornamelijk afgestemd op ervaringen en onderzoek bij witte jonge mannen. Een fijne stabiele groep waarbij een wisselende hormoonspiegel de resultaten niet discutabel maakt.
Zaterdagmorgen was Hella ter promotie van haar film te gast in het radioprogramma Nieuwsweekend van Mieke van de Weij en Peter de Bie. Voor haar was de beurt aan Pierre Capel emeritus hoogleraar immunologie. Hij was opgeroepen om te spreken over de bijverschijnselen van langdurig anticonceptiepil gebruik.
Zoals vaker in de vraaggesprekken van dit programma ging het over veel meer. Ik vond het interessant worden toen het gebruik van statines aan de orde kwam. Statines worden voorgeschreven om het dichtslibben van de vaten te remmen door de cholestorolproductie te drukken.
Capel vertelde dat dat vermogen maar marginaal was en bij regelmatig gebruik de energievoorziening van je lichaam met 50% afnam. Schamper merkte hij op dat statines een miljardenmarkt is.​
Hella leest, of liever, spelt iedere bijsluiter voor ze een medicijn slikt. In negen van de tien gevallen doen die haar namelijk meer slecht dat goed.
Zij heeft de moed om met de specialist over de absolute noodzaak te discussiëren en wil tevens een afweging maken tussen levensduur en kwaliteit van leven.
Statines komen er daarom bij haar niet in.

Speellijst De Slag om het Vrouwenhart


2 februari 2020

Uit onderstaande tweet begrijp ik dat Klaas Dijkhoff vlees wil eten.
Ondanks de misstanden in de slachthuizen. Stom dat ie die er bij haalt, want ik was er uit mezelf nooit over begonnen. Slachthuizen en misstanden horen nu eenmaal bij elkaar als water en vuur. Slachtoffers, het woord zegt het al.
Ik gun Klaas zijn stukje vlees van harte. Als je bourgondier bent, en Klaas Dijkhoff is every inch een bourgondier (ik laat de trema’s even met opzet weg), dan is een stuk gebraad geen kers op de taart, maar een voorwaarde. Een mens moet vlees kunnen eten, sterker nog ieder mens moet vlees kunnen eten, vindt elke rechtgeaarde liberaal.
Maar zoals ieder mens ook maximaal 130 km/u zou moeten kunnen rijden, ligt het practisch moeilijk. Want terwijl nog lang niet alle mensen vlees kunnen eten, is er toch al sprake van misstanden in de slachthuizen.
Welke?
Ik hoef alleen maar ‘patronen en (slaande) bewegingen’ te zeggen en dan weet u genoeg, hoop ik.
Hoewel het Klaas als liberaal door merg en been gaat zullen er dus slachtregels bij gaan komen en en daar bovenop ook nog eens strenger toezicht worden gehouden. Sterker nog Klaas wil, indien nodig, laten ingrijpen. ​
De dieren boffen maar. Live cameraverbinding naar de inspectie zorgt voor de rest. Het woord ‘fatsoenlijk’ dat Klaas bezigt ergens in de tweet is hem ten voeten uit. ‘Fatsoenlijk’ is een woord dat liberalen graag bezigen om het gezellig te houden.
En jongens, wie wil dat, in dit land, in deze tijd, nou niet?


1 februari 2020

Een van de voordelen van beroemd zijn is dat je niet zo opkijkt tegen beroemd zijn. Het is een bijltje waarmee je moet hakken.
En dat geeft spaanders.
Bijvoorbeeld dat je, tengevolge van zelfkennis, niet zo’n hoge pet op hebt van beroemdheden en ook dat je, tengevolge van hetzelfde, maar moeilijk bewonderen kunt.
Onlangs stond ik op een bijeenkomst naast een wereldberoemd actrice. Ik herkende haar niet. Zij opende het gesprek met dat ik haar bekend voor kwam. Omdat ze Engels met een Amerikaans accent sprak, leek het me stug. Ik maakte me uit de voeten. Wat later hoorde ik wie ze was.
Jeetje, dacht ik.
En nog een paar andere dingen. Nu wilt u natuurlijk ook graag weten wie zij was.
Dat ga ik niet zeggen, want dan komt u er na enig speurwerk achter bij welke gelegenheid ik haar zag en dat gaat u geen fluit aan. Ik weet dat de mensen die de bijeenkomst georganiseerd hadden er aan hechten dat het besloten karakter ervan bewaard blijft. De beroemdste buitenlandse mens die ik ooit ontmoet heb, Mick Jagger (plichtmatig handje) even uitgezonderd, was Robert De Niro.
Ik weigerde het Gouden Kalf dat hij mij moest uitreiken. ​We hebben zelfs telefoonnummers uitgewisseld. Dat wil zeggen, hij gaf mij zijn telefoonnummer.
Als ik in de buurt was moest ik beslist bellen. Of ik dat gedaan heb? Natuurlijk! Hij nam niet op.

31 januari 2020

Mijn moeder is in de 97 jaar die ze geleefd heeft niet bij zichzelf gekomen. Ze had een minderwaardigheidscomplex. Ik stel vast tijdens het opschrijven van dat lange woord dat het mij pijn doet. Nog steeds.
Ze overleed 7 jaar geleden.
Ze voelde zich op ieder vlak minder dan de ander.
Ook ten opzichte van mijn vader van wie ze zielsveel hield. Wonderlijk was dat mijn vader vol vertrouwen heel veel aan mijn moeder overliet, waar mijn moeder dus geen bevestiging in kon ervaren. Hij kwam alleen in de keuken om te voorkomen dat mijn moeder zijn verse Zeeuwse worst of mosselen verprutste. Zijn uitgekotste gebit heeft zij voor hem uit de wc-pot gevist. Lachend.
Mijn moeder had gevoel voor humor en was optimistisch. Ze kon onbedaarlijk om mij lachen.
Zij droeg de naam van een zusje dat twee jaar eerder was overleden en werd door twee oudere broers gedomineerd. Mijn moeder heeft nooit verwerkt dat ze zwanger was voor getrouwd te zijn. Het is de veelal belachelijke conventie die de mens verdeeld in superieuren en minderwaardigen.
Mijn moeder heeft het verdriet over het verlies van een tweeling kort na de geboorte niet kunnen oplossen. ​
Ze heeft haar man 44 jaar overleefd. Haar onafhankelijkheid heeft ze nooit als bevrijding ervaren. Ze bleef verzuchten: ‘Was die man er nog maar…’ Niemand heeft mijn moeder de moed (voor het eerst zie ik dat moeder de vergrotende trap van moed is) gegeven naar zichzelf op zoek te gaan.
Ook ik ben daarin tekortgeschoten.

30 januari 2020

Er is het vorig jaar 1 miljard aan parkeergelden geïnd in ons land. Ik weet niet of de parkeerboetes daarbij inbegrepen zijn. Normaal gesproken duik ik om dat te checken dan even het internet in, maar ik heb geen verbinding en ook
geen zin om me daar in te verdiepen of over op te winden.
Het is een mooi bedrag dat voor een groot deel zal worden besteed aan de aan drugs gelieerde criminaliteit. Ik las dat de opsluiting van drugscriminelen ons dagelijks 400.000 euro kost. Daar valt niet tegen op te parkeren.
Hoe dan ook ik was mijn parkeerkaart kwijt.
De constatering verloopt altijd via dezelfde lijn. Eerst rustig de hand naar een zak waar die niet in blijkt te zitten en dan, nog steeds kalm naar een volgende zak. Ik was bij een officiële gelegenheid geweest en had me formeel gekleed. Dat betekende dat ik overjas meegerekend 13 zakken tot
mijn beschikking had waar de parkeerkaart in kon zitten. Bij zak 7 (kontzak linksachter) begon de onrust toe te nemen en ging ik terug naar het moment waarop de parkeerkaart als een uitgestoken tong uit de automaat op me afkwam.
En toen.
Helder denken en paniek zijn geen vrienden. Opnieuw gaan mijn handen alle zakken af, soms de zak overdreven zorgvuldig aftastend of de parkeerkaart zich uit pesterij verstopt zou hebben.
Hij ligt gewoon op de stoel naast de bestuurdersstoel, stelde ik mezelf gerust en visualiseerde mijn geruststelling.
Toen ik was ingestapt bleek de parkeerkaart er niet te liggen. Er lag wel een parkeerkaart maar die is van een dag eerder in een andere parkeergarage. Nu was het verstandig geweest als ik een telefoon had meegenomen.
Maar ik heb een hekel aan permanente bereikbaarheid.

29 januari 2020

Gisteravond bezocht ik in Amsterdam de presentatie van het boek De zonen van Bruce Lee in aanwezigheid van de schrijver. Alex Boogers. Dat was bijzonder want Alex, Rijnmonder, ziet als een berg op tegen Amsterdam, maar omdat veel Amsterdammers ook zoiets met de Rijnmond hebben en hij toch graag een paar Amsterdammers bij de presentatie had, deed Alex de Mohammedaanse concessie.
Voor de laatste keer overigens liet hij tijdens een van de toespraakjes weten.Het was eens maar nooit meer. Veel Amsterdammers die beloofd hadden te zullen komen lieten het op het laatst toch weer af weten.
Alex is gevoelig.
Kwetsbaar gebleven ondanks zijn opleiding in diverse vechtsporten, waar hij aan was begonnen om bij pesterijen van zich af te kunnen slaan.
Als je bukt en je maakt van jezelf een stoeptegel dan word je door iedereen vertrapt en overlopen.
Al gauw ontdekte hij dat er meer kwam kijken bij het uitdelen van een doodschop of een vuistslag. Een weg van toewijding naar vertrouwen, discipline en concentratie.
Bruce Lee werd zijn rolmodel.
Ik ken het stoeptegelgevoel niet. Ik heb nooit in mijn leven gevochten. Ben ik gepest, is het me ontgaan.
Ik ben vooral een groot liefhebber van het werk van Alex Boogers omdat het mij in een wereld trekt, waar bevoorrrechten het bestaan niet van kennen.
Ik ben benieuwd.
Misschien word ik nu ook een fan van Bruce Lee.

Alex Boogers en Freek de Jonge

28 januari 2020

‘De gildebaren zijn klaar!’

Ik sta met mijn vader in een kerk in Workum. Ik ben 6 jaar. Mijn besef begint op gang te komen. Het is nog steeds een puinhoop in de kerk. Er wordt verbouwd. Gerestaureerd, maar dat woord ken ik nog niet. Ik kijk mijn ogen uit en ook mijn oren worden op de proef gesteld. Mijn vader wijst veel en laat de werkmannen knikken. Er wordt ook gelachen. In het Fries. Thuis spreken we Nederlands.

Op korte afstand van ons huis, de pastorie (daar is geen Fries woord voor), worden nieuwe huizen gebouwd aan de Dolte. Twee onder een kap. Ik ga daar eens een kijkje nemen. Met de parmantige blik die ik mij in het kielzog van mijn vader eigen heb weten te maken.

De werkmannen hebben schik in mij. Waarschijnlijk omdat het vakantie is, ga ik nu dagelijks op de bouw kijken. Ik heb een boterham in een trommeltje en koude thee in een fles met beugelsluiting bij me. Ik ben een werkman geworden. Ik kijk en raap af en toe een blokje afgezaagd hout op om er een spijker in te slaan.

Op een dag kom ik aangelopen. Het is stil. Er staat een glimmende zwarte auto voor het in aanbouw zijnde huis met de achterdeur open. Ik blijf staan en zie vier mannen een brancard in de zwarte auto schuiven.​

De volgende dag is er niemand op de bouw. Ik loop het huis binnen en zie bloedsporen op de rand van het gat naar de kelder. Ik kijk omhoog en zie de spanten van het dak. Later legt mijn vader nog eens uit wat gildebaren zijn. De dood doet zijn intrede in mijn leven.

27 februari 2020

Er waart een virus door China. Het RIVM adviseert zandzakken voor de deur. Nieuws is een virus op zich. Het opkloppen van iets tot nieuws veroorzaakt eenzelfde genot als roddelen. Het institutionaliseren van nieuws betekent dat er altijd nieuws moet zijn ook als er geen nieuws is.

Om de aandacht van de lezer te trekken kopte de VKapp deze maandagmorgen: met 38 graden koorts wacht mevrouw Wu vergeefs op een ziekenhuisbed. Prikkelende kop. Ik was meteen wakker.

Snap je zo’n ziekenhuis nou? Maar goed, het is China en we hebben er grote zakelijke belangen dus kritiek heeft geen enkele zin. Van mij mag Amnesty de contributie verhogen dan doe je tenminste iets.

38 graden koorts bestaat niet. 5-6 graden is zo’n beetje de limiet. Bij een lichaamstemperatuur van 38 graden is er sprake van verhoging. Alles bij een krant wordt gecorrigeerd en geredigeerd tot in de puntjes op de i, maar de koppenmaker heeft vrij spel. Ik hou er over op, als slachtoffer van tendentieuze koppen ​kan ik me niet objectief houden.

26 januari 2020

Vandaag zat ik naast mijn vrouw in het Wertheimpark in het Joods Cultureel Kwartier te Amsterdam.
Het was niet onze eerste Holocaust herdenking. Een jaar of acht geleden legde haar vader er een eerste krans. Gisteren was het een jaar geleden dat hij stierf. ‘Nooit meer Auschwitz’ is een gevleugeld woord. Een cliché misschien wel. Maar dat geldt voor mensen voor wie de geschiedenis uit jaartallen bestaat voor wie het morgen 75 jaar geleden dat de Russen Auschwitz bevrijden. Voor anderen is die bevrijding nooit helemaal of helemaal nooit gekomen.
Wij waren getuige van het historische moment waarop de minister-president slachtoffers en nabestaanden van de holocaust namens de regering excuses aanbood voor het overheidshandelen van toen. ‘Het was alles bij elkaar te weinig. Te weinig bescherming. Te weinig hulp. Te weinig erkenning’. Je kunt niet zeggen dat de regering over een nacht ijs is gegaan, maar het kan je ook raken.
Mijn vrouw kneep in mijn arm. Ze had weer aan haar grootmoeder gedacht. Die voor het transport naar Westerbork, het voorportaal van de hel van Auschwitz, ​een briefje had achtergelaten in haar huis in de Tweede Weteringdwarsstraat met tot slot de woorden: ‘Verlies niet de moed’.
Twee uur later stonden we op de Joodse begraafplaats in ons dorp. Bij het graf van Clara Wessel die getrouwd was met een broer van Hella’s moeder David Miller. 23 april 1945 strandde zij op transport uit Bergen Belsen met trein in Tröbitz stierf twee maanden later en is hier in 1949 herbegraven.

Grafsteen Clara Wessel

25 januari 2020

Vandaag herdachten wij onze overleden vriend in de dorpskerk aan de zee. Naarmate het samenzijn vorderde, kregen wij een beeld van een zachtaardige man die van zwaar werk hield. Hij zat in de natuurbeteugeling. Bomen snoeien en vellen.
Ook kwam in ontroerende horten en stoten zijn hechte relatie naar voren. Vanaf zijn dertiende kende hij zijn vrouw en is haar zijn leven lang trouw gebleven.
Zo zeer dat zij zichzelf kon blijven. Alles was bij hun mogelijk en altijd stonden zij voor anderen klaar. De aardigste anekdote betrof de moeder van de overledene die zeer tegen haar zin in een bejaardenflat in Voorst terechtkwam. Met een kamer die een ruim uitzicht bood op een royaal grasveld dat aan de overzijde begrensd werd door een winkelstraat. Met middenin, als baken in de zee van het verleden, Banketbakker Brul wiens tompoucen de kracht van een magneet hadden.
Jammer was dat een nogal uitgewaaierde boom de oude (schoon)moeder het zicht benam op haar geliefde patissier. Het geklaag zwol aan. De bejaarde vrouw informeerde eerst voorzichtig en later dwingend bij haar zoon of hij daar niets aan kon doen. Om met een horizontaal gebaar van de vlakke hand te onderstrepen wat ze bedoelde.​ Zijn vrouw belde haar zuster die waarschuwde dat dit niet kon en waarschijnlijk strafbaar was.
Maar het echtpaar was in hun altruïstische hulpverlening niet te stuiten. De wijdvertakte boom werd in ’t holst van de nacht geveld, tot brandhout gezaagd en in de aanhangwagen afgevoerd. Al gauw bleek dat de oude vrouw de enige in het bejaardencomplex was, die zich aan de boom gestoord had.

24 januari 2020

Tussen 15.00 en 16.00 uur ben ik gast op radio NPO1
Praten over vrijheid bij Humberto Tan.
De presentator wil onderscheidend zijn kijken naar de grote lijnen in het verhaal in plaats van alleen naar het hijgerige nieuws.
Mooi.
Als ergens de geest van de vrijheid wel weer eens doorheen mag waaien is het de NPO.

Ik ben net terug van een uur radio. De andere gasten waren filmer Frans Bromet met wie ik het gesprek over vrijheid zou delen, Rocky Hehakaija voetbalambassadrice en Suzanne Swarts, directeur van Museum Voorlinde. Dan was er nog een item over een stoute meneer die door Thailand is uitgeleverd en hier zijn straf mag uitzitten, maar liever in het ziekenhuis zou liggen.
Minister Blok over onze missie in een Straat vlak bij Iran om een wereldoorlog te voorkomen, iets over een psychologie-podcast over somberheid en dan nog het nieuws weer- en verkeersberichten (2x) reclame en stationcalls niet te vergeten ​Oja Somebody to love van Queen plus nog een ander liedje.

Ooit zal de Kunstmatige Intelligentie zover zijn dat we de deur niet meer uit hoeven om zendtijd te vullen. Druk op de knop en je krijgt wat je horen wilt: Vrijheid.
Niemand vroeg of ik nog reiskosten had.

23 januari 2020

Kan een paard een onderzeeboot bemannen? Die vraag kwam bij mij op naar aanleiding van een opiniestuk in de Volkskrant over de ethische kant van de paardensport en de berichtgeving over vrouwen op onderzeeërs. Niet dat ik een paard minder acht dan een vrouw, al zijn zijn (een paard is onzijdig) huishoudelijke vermogens te verwaarlozen, daar staat tegenover dat een vrouw, die allang niet meer is vast te pinnen op haar huishoudelijke vaardigheden, moeilijk over een dubbele oxer springt met haar man of vrouw op de rug.
Vastgesteld mag worden dat de op dit moment de Dat-Zullen-We-Nog-Wel Eens-Zien mentaliteit bij het paard zich beperkt tot af en toe een weigering voor een hindernis, terwijl de enige hindernis voor de vrouw de weigering voor welke beperking dan ook lijkt te zijn tegenwoordig.
Nee, ik stel mezelf vragen over absurditeiten die ten gevolge van ons voortschrijdend inzicht de normaalste zaken van de wereld worden. Jaren geleden was de kwestie vrouwen op onderzeeërs geen item.
Michiel de Ruyter had er van gedroomd om bij Chatham onder de ketting door te varen, Jonas was een man en zeepaardjes hebben geen benen. Zodra er onderzeeërs zijn en er is een vrouwenemancipatie beweging, komt het ​moment naderbij dat een vrouw deel van de bemanning wil uitmaken. Nu gesteld wordt door een dierenethicus dat het paard niet gedresseerd wil worden en dat een bit pijn doet, komt al snel de vraag bovendrijven: Wat wil het paard dan wel?
En die vraag is het begin van iedere emancipatiebeweging.

22 januari 2020

29 december 2019 overleed Neil Innes. Dit is mijn derde stukje over hem. Wat was er tussen ons? Juist als de dood ingrijpt komt het besef van tekortschieten. Maar misschien schuilt het geheim van onze klik wel in het terloopse. Neil had een doorlopende behoefte om grapjes te maken en slingerde bij mij iets aan. Waar hij ook niet over uit raakte was Vivian Stanshall die in 1995 bij een door kortsluiting ontstane brand in zijn flat was omgekomen. De onmogelijkheid om met iemand die in zijn ogen geniaal en onhandelbaar was samen te werken bleef hem frustreren.
Om mijn buitenlandse ambities te ondersteunen regelde Neil een optreden in The Ferry in Glasgow. Een pont omgebouwd tot theater. Het werd een van mijn beste Engelstalige performances. De zomer daarop speelde ik op het Fringe Festival van Edinburgh waar mijn internationale hunkering langzaam maar zeker doofde.
We zagen elkaar jaren niet meer. Toen ik weer eens een studioplaat wilde maken, belde ik Neil. Hij hielp, gul en onbaatzuchtig. We speelden nu ook allebei golf. Ik nodigde hem uit om mee te doen aan een paar shows rond de Kerst 2010 in De Schalm in Westwoud. We hadden samen een kerstlied gemaakt, ook met een Engelse versie waar we veel van verwachten.​Bij die concerten is iets misgegaan. Ik voelde wel onbehagen, maar van er over beginnen kwam het niet. Onbeholpen mannen. We hebben elkaar nooit meer gezien.
How sweet to be an idiot
As harmless as a cloud
Too small to hide the sun
Almost poking fun
At the warm but insecure untidy crowd

21 januari 2020

Correctie op gisteren. De Tragiek moet De Mythe zijn en 1980 moet 1983 zijn.

We zochten Neil Innes halverwege de jaren 80 (ik waag me niet meer aan jaartallen) op in Edinburgh waar hij op het ‘Fringe Festival’ speelde. Neil kon bogen op 1 hit: Urban Spaceman, geproduceerd door Paul McCartney. Alle keren dat ik Neil heb zien optreden, kondigde hij het lied aan met ”…and now a medley of hit!’
Aan de uren volgend op het Schotse optreden van Neil bewaar ik mijn dierbaarste herinnering aan hem. Misschien was het wel de enige keer in mijn leven dat ik diep ben doorgezakt. We dronken veel in een rustig tempo en tegen het krieken van de dag liepen we de stad uit en besloten Arthur’s Seat te beklimmen. Een met veel mythen omgeven vulkanische rotspartij ten zuidoosten van Edinburgh, door de schrijver van Schateiland, beschreven als ‘een heuvel in hoogte een berg qua uitstraling’.
We klommen eenvoudig omhoog, nu en dan stoppend om op adem te komen en uit te zien over de stad, de monding van de Firth of Forth en verderop de Noordzee. Eenmaal boven zakten we door de knieën en leegden de fles die we bij ons hadden.
Hoewel we geen recht ons jongens te noemen, viel het ons niet zwaar die geestesgesteldheid op te roepen. Terwijl de zon opkwam namen onze levens tot dan toe door en maakten plannen om samen wat te gaan doen.​Behalve een heuse fotosessie met Anton Corbijn in Neils vijver voor zijn huis is daar niets van gekomen.
De schrik sloeg me om het hart toen ik Neil zag optreden op een nieuwjaarsbijeenkomst van Humo. Gelukkig was hij met me eens dat we iets anders samen moesten doen. We konden gemaakte afspraken omzetten, de enige schade was een gepeperde rekening van Anton Corbijn.

20 januari 2020

Het spijt me, maar ik moet nog even door met herdenken.
Pas gisteren hoorde ik dat Neil Innes afgelopen jaar op 29 december is overleden. Neil kwam in 1980 in mijn leven.
Ik zat midden in de voorbereiding van De Tragiek en werd zeer geraakt door een lied waarvan de eerste regels luidden:
How sweet to be een idiot
as harmless as a clown

Die ik vertaalde tot:
Wat fijn om idioot te zijn
zo weerloos als een clown

Bij nader inhoren bleek hij ‘cloud’ te zingen, waardoor mijn vertaling een bewerking werd.
Mijn belangstelling voor Neil groeide toen ik erachter kwam dat hij deel had uitgemaakt van de Bonzo Dog Doo-Dah Band, een doldwaas groepje Engelse muzikanten dat, met als voorman de conventieloze absurdist Vivian Stanshall, spotte met de cliché’s van de lichte muziek.
We nodigden Neil en zijn vrouw Yvonne uit om De Tragiek in Carré te komen bekijken. Zenuwachtig was ik wel want het lied was pas de toegift en ik begeleidde mijzelf op piano (plexiglas vleugel). Bovendien kwam Hella erbij om viool te spelen. Een om meerdere redenen, gewaagd experiment!
Ik was verbaasd over Neils enthousiasme. Het waarom werd me duidelijk toen hij mij te ​kennen gaf dat ik hem deed denken aan Vivian, die hij bewonderde en haatte. Ik dacht meteen: misschien is hij een Bram en kunnen we iets samen doen. Mijn internationale ambitie stak de kop op! Een paar maanden later brachten we een tegenbezoek en kwamen terecht in Debenham, Suffolk, England. Morgen verder.

Neil en Freek, 1984. Foto Anton Corbijn

19 januari 2020

Om 9.00 uur vanochtend hadden we al twee overlijdensberichten binnen. Om 10.00 uur zou ik De Preek van de Leek verzorgen in De Kerk aan Zee op 150 meter van mijn huis, en ik greep de gelegenheid aan om de ‘preek’ op te dragen aan mijn overleden vriend en dorpsgenoot.
Daarna vertelde ik iets over David Olney een klassieke Amerikaanse singer-songwriter die daags te voren tijdens zijn performance op het 30A festival in Florida een fatale hartaanval kreeg.
David kreeg waardering van Steve Earl, Townes van Zandt en Emmylou Harris. De laatste nam samen met Linda Ronstadt ‘1917’ op, een lied van een Franse prostituee in de eerste wereldoorlog. De standpunten van waaruit hij zijn teksten schreef waren vaak verrassend: De ezel waarop Jezus met Palmpasen Jeruzalem binnenreed komt aan het woord, alsook de ijsberg die de Titanic aan ziet komen.
Ik hoorde David voor het eerst via een opname van Gonzo Radio van Jan Donkers. Ik viel voor zijn stem zijn toon en zijn onderwerp.
Jerusalem Tomorrow heb ik grijs gedraaid, vertaald en gespeeld. Het gaat over een rondtrekkende kwakzalver die een zeer geneeskrachtig drankje verkoopt. Het voert te ver het lied hier samen te vatten. De laatste zin is een genadeslag. We hebben samen een concert in Westwoud gegeven. Met Martin Fondse, Cok van Vuuren, Leon Klaasse, Bart de Ruiter, Hella en zijn vaste gitarist Sergio Webb.
David Olney in dierbare herinnering.

Freek de Jonge – Freek en David Olney – 2005 from De Roje Hel on Vimeo.

18 januari 2020

In een van zijn chansons somt Jacques Brel een aantal verschrikkelijke, onoplosbare misstanden op en besluit ieder  couplet met ‘Mais, mais voir un ami pleurer’  Brel zingt dit is erg, dat is erg, zo is erg en zus is erg maar maar een vriend zien huilen…

Hij laat zo de luisteraar vrij om te bepalen hoe erg dat is. Dat is veel beter dan, zoals in de vertaling, te constateren dat je er niet tegen kunt om een vriend te zien huilen. Want dan vraag jezelf om medelijden in plaats van een poging te doen je verdrietige vriend te troosten.

Vandaag moest ik een stapje verder. Een vriend zien sterven. Er schoten meteen allerlei gedachten door mijn hoofd van geruststelling en bemoediging. Mijn vriend hoefde zich weinig zorgen te maken. De hemelpoort zou wijd openzwaaien voor hem. Ook hoefde hij zich over zijn nabestaanden niet al te zeer te bekommeren, die hadden het lot met instemming aanvaard.

Toen ik de kamer betrad waar hij hulpeloos lag te reutelen, was in een klap duidelijk dat hij de troost voorbij was. Woorden, zelfs blikken en aanrakingen waren zinloos geworden. Ik kon niet nalaten mezelf zo te zien liggen, een mens zit opgesloten zichzelf.

Maar in de omhelzing van zijn geliefden rond het bed loste het menselijk tekort op en konden wij onze tranen de vrije loop laten.

17 januari 2020

Het was druk in de hal van De Meervaart. Ik was daar zo lang niet geweest, dat ik even moest vragen hoe ik backstage kwam. De mevrouw die ik het vroeg, keek me verbaasd aan. ‘Wij noemen dat in ons land achter het toneel .’ Je kon merken dat inburgeren haar tweede natuur was.

Het verraste me dat Tim K. naar wie ik op weg was zo’n groot publiek trok, maar al snel bleek dat de meeste mensen voor Daniël A. kwamen die in de Grote Zaal stond en uitverkocht was. Daniël begon een kwartiertje eerder, dus greep ik de kans aan even een collega te bekijken in een show die ‘Meer van hetzelfde’ heette.

Het probleem van dat soort ironisch bedoelde programma-titels is, dat je als toeschouwer al snel denkt: inderdaad! Ooit was er een studentencabaret dat zichzelf ‘Leuk is anders’ gedoopt had en die naam maakten ze tijdens de voorstelling meer dan waar. Ik verliet de zaal na de zin: ‘…dat is net zoiets als 3 weken Erica Terpstra neuken, om daarna weer meer te kunnen genieten van je vriendin….’

Tim was al begonnen. Hij stemde een gitaar wat niet helemaal lukte. Normaal erg irritant voor de toeschouwer, maar Tim heeft de Westfriese charme, een geraffineerde mengeling van bescheidenheid en bluf, om een mens op zijn gemak te stellen. Ik houd van zijn ​stem, zijn repertoire en zijn ongepolijste verhalen.

Opmerkelijk was hoe verschillend beide artiesten hun publiek tegemoet traden: van geroutineerd neerbuigend (Daniël A.) tot onschuldig innemend (Tim K.). In de auto op de terugweg koos ik op advies van Tim de Louvin Brothers op Spotify. Satan is real

16 januari 2020

Gisteren was ik ceremoniemeester bij de opening van de vernieuwde Voedselmarkt in de Lutmastraat in Amsterdam. (zie blog van 9 januari) Ik begon met de vrijwilligers in het zonnetje te zetten. Vrijwilligers zijn mensen die zich zonder vergoeding, zonder dwang inzetten voor een goede zaak. Maar hoe vrijwillig ook, niemand kan zonder aai, goedkeurende blik of opgestoken duim. Drie hoeraatjes voor de vrijwilligers dus! De officiële opening zou volgens het draaiboek verricht worden door wethouder van Onderwijs, Armoede en Immigratie Marjolein M., stadsdeelraad-bestuurder van Amsterdam Zuid Flora B . en Wil zonder achternaam. Wil, een van de oudste vrijwilligers, had de hele organisatie doorlopen en deed nu intakegesprekken. Dus toen ik op het provisorische podium, geflankeerd door de hoogwaardigheidsbekleders aan het voor mij samengeklonterde publiek vroeg: ‘Waar is Wil?’, riep een vrouwenstem: ‘Hier Frreekie!’ Ik wenkte haar naar voren. Al snel werd duidelijk dat zij de verkeerde Wil was. De juiste Wil werd het podium opgeduwd. Ik vond dat sneu voor de verkeerde Wil en nodigde haar uit er bij te komen staan. ‘Dat hoeft voor mij niet!’, gaf ze te kennen. ‘Kom nou maar, Wil’, hield ik vol. Niet wetende dat de twee Willen elkaar niet zo lagen. De ​verkeerde Wil was ook vrijwilliger geweest en had dingen gezien die haar niet helemaal zinden. Zodoende was er een schaar tekort om het lint door te knippen, maar verder de verliep de opening zonder noemenswaardige incidenten. Coördinator Mike P. had eerder in een kort vraaggesprek het fenomeen Voedselmarkt mooi samengevat: ‘Schande dat ie er moet zijn, goed dat ie er is.’

15 januari 2020

Gisteren mocht ik in het Zaantheater de Erepenning van de Gemeente Zaanstad uit handen van burgemeester Jan Hamming in ontvangst nemen. Na afloop van de plechtigheid kwam er een meneer op Hella af en zei: ‘Er is een ding dat Freek nooit meer moet doen!’
‘En dat is?’ vroeg zij het ergste vrezend. ‘Volschieten’, antwoordde hij, ‘want dan hou ik het ook niet meer droog!’
Wat was er gebeurd?
In mijn dankwoord begon ik over een Zaandammer die inmiddels al zo’n 35 jaar dood is: Remmert Aten. Hij woonde tegenover ons in de Frans Halsstaat en was directeur van Houtzagerij de Bark het bedrijf van zijn vader. Tijdens de oorlog bracht hij geld en goederen rond bij joodse onderduikers, waarvan hij ook enkele huisvestte.
Aten werd vooral bekend door het, samen met Jaap Buijs, verwijderen van springstofladingen uit de pijlers van de Hembrug, die de Duitsers wilden opblazen zodra de geallieerden hun opmars in Noord-Holland zouden voortzetten. Een eerste poging mislukte en bij een tweede verwijderden ze 400 pakketten springstof. Hij kwam in contact met Walraven van Hall en werd verantwoordelijk voor de distributie van geld voor Joodse onderduikers. (voor details Zaan Wiki )​ Mede als gevolg van een buitenechtelijke relatie heeft hij nooit de waardering gekregen die hem toekwam, tenminste niet in de stad waar hij woonde.
En toen zei ik: ‘Eer eerder hem dan mij. Geef hem een straatnaam…..’
En toen schoot ik vol.

Burgemeester Jan Hamming en Freek de Jonge – foto Mike Bink
Hella en Freek tijdens de uitreiking – foto Mike Bink

14 januari 2020

Beste Thierry, Gecondoleerd met het overlijden van je leermeester Roger Scruton. Gisteren schreef ik er al een vrij onsamenhangend stukje over en zijn gedachtengoed blijft me bezighouden. Vandaar dat ik met belangstelling je artikel in de NRC las waarin je bewondering voor hem uitsprak en aangaf in grote mate door zijn ideeën beïnvloed te zijn.
Veel ideeën had hij niet. Hij keerde zich frontaal tegen waar de studenten in Parijs ’68 voor stonden. Hij wilde op zijn landgoed Scrutopia een ‘thuis’ hervinden, levend met de seizoenen, de dieren en de natuur. Een ‘ergens’ , tegenover het ‘nergens’ van de grote stad, de consumptiemaatschappij, het wereldburgerschap.
Hij was dus een reactionair.
Op reactie kun je geen politiek bedrijven. Het is verleidelijk terug te willen naar toen alles beter was, alleen heeft die tijd nooit bestaan.
Je kunt wel tegen moderne architectuur zijn, maar de hele wereldbevolking kan niet in landgoederen à la Scrutopia gehuisvest worden.
De ontaarding t.g.v. secularisatie draai je niet terug door God opnieuw tot leven te wekken. De gang van de mensheid is een van schade en schande, van schoonheid en bloei, van gruwel en geweld.
Er tikt nu een aantal tijdbommen: de ​overbevolking, het klimaat en de strijd om de wereldhegemonie. Fenomenen die door jou en je partij ontkend en genegeerd worden. Het is heerlijk om in leren fauteuils met een glas cognac en een sigaar over ‘het verloren huis’ te praten, maar buiten zwelt een massaal geroep om een huis aan.
Dus Thierry, ga lekker buiten wonen, schrijf af een toe een nostalgisch stuk, maar laat de politiek aan realisten over.

13 januari 2020

In verband met het overlijden van Roger Scruton, iets over conservatisme. Iemand met een appel staat er anders voor dan de bezitter van een boomgaard. Pas als je teveel van iets hebt, ontstaat de noodzaak wat te bewaren.
De kunst van een open samenleving is om een zodanige evenwicht in bezit te verwezenlijken dat een meerderheid, van baas tot knecht, genoegen neemt met wat zijn deel is en dat wil waarborgen. Dat weinigen veel en velen weinig onwenselijk is, is dankzij het socialisme inmiddels aanvaard.
Binnen een door grenzen bepaald gebied zorgt de democratie ervoor dat hebzucht en hebrecht in balans zijn. De status quo, het visitekaartje van het conservatisme, staat echter onder druk.
Het historische moment waarop onze samenleving ontstaan is, is voor de conservatief even heilig als absoluut. De verworven rijkdom wordt zonder schuld en schaamte weggestreept tegen de loop van de geschiedenis en de vanzelfsprekendheid van de welvaart is geworteld in een superieure cultuur. De welvaart is voor een groot deel te danken aan onderdrukking en uitbuiting en de onderdrukten en uitgebuiten vertikken het om langer onderdrukt en uitgebuit te worden. Ze willen ook, bed en bad, slok en hap, water lucht lach en dans, rust en reis. ​
Geef ze eens ongelijk.
Toch doen conservatieven dat. Ze noemen immigranten gelukzoekers en hen die voor onderdrukten en uitgebuiten opkomen oikofoob. Afkerig van eigen nest, met die reactionaire kwalificatie probeerde Roger Scruton in 2004 de solidairen met de historische vereffening weg te zetten. Dat hij ruste in vrede.

12 januari 2020

En dan opeens zoveel dingen.
Drie mannen die door een volleybalwedstrijd heen praten en een publiek van 6000 mensen aansporen (dwingen) HOLLAND te scanderen en gezamenlijk boven het hoofd ritmisch een kaart van links naar rechts te bewegen. Drie sets lang. Continu. Dat is gepermitteerd, hoort erbij. Sfeer mag niet meer ontstaan tijdens de wedstrijd op basis van het spelverloop, maar moet gemaakt. Nederland verloor kansloos. Van de Duitse vrouwen die ze voorafgaand aan het OS-kwalificatietoernooi in oefenwedstrijden drie keer verslagen hadden. Hoe onnozel kun je zijn als coach? 
Waarom moet Arnon Grunberg, opdat wij weten dat er een nieuw boek (Bezette Gebieden) van hem uit is, mee babbelen over het vrouwonvriendelijke karakter van Turks Fruit? Omdat Boeken is wegbezuinigd en de VPRO met Mondo een poging doet het gevallen cultuurgat te vullen. Het werd om verschillende redenen een teleurstellende ervaring. De vormambitie was nihil. De inhoud willekeurig. Een achterliggend idee afwezig.
Dan gaan er hele dag beelden door mijn hoofd. Van mijn vader over wie ik iets wil schrijven en wat ik voortdurend uitstel. Ik las in de recensie van Onno Blom in de VK over Bezette Gebieden dat A.G. de gevallen gaten in zijn herinnering opvult met fictie. Dat is een bemoedigende ondersteuning. Ik ben hetzelfde van plan.
Dat ik als 6 jarige stond naar de dansende voeten van mijn vader op de bassen stond te kijken terwijl hij het orgel van de St. Gertrudiskerk in Workum bespeelde. Het drama was niet ver, hij wist nog van niets. Ik zie het aankomen. Nu. Even later lag hij aan de IJssel bij Wilp, tussen de velden van Go Ahead en de dorpskerk in. Ik was er nog niet.

11 januari 2020

Geloofsstrijd is het gevecht tussen aanvaarding en afwijzing. Ik zie een kloostercel voor me waar een jonge monnik zichzelf toe bloedens toe geselt in een poging de Satan ten faveure van God uit zijn lichaam te ranselen. De straf voor de schuld van de twijfel.
In aanvaarding wacht de mens de rust van de overgave, in de afwijzing waart de kilte van de onverschilligheid.
De RK-leek heeft de geloofsstrijd met inbegrip van moraal aan de clerus overgelaten maar de protestant moet het op grond van zijn persoonlijke relatie tot God, zelf opknappen. Het is eeuwenlang een beslissende kwestie geweest.
Menig leven kon pas beginnen als de vraag Geloof ik in God? met een volmondig ‘ja’ beantwoord was. Dan pas kon het zin krijgen. Wij kennen dit soort existentiële vragen niet meer of liever we gaan ze, ons modieus schamend, uit de weg omdat de lust en de tijd ontbreekt ons af te vragen of we wel naar bepaalde landen moeten afreizen. Niet vanwege de vliegreis erheen, maar omdat de mensenrechten er worden geschonden.
Quatar bijvoorbeeld.
Edwin van der Sar heeft er geen halszaak van gemaakt. Hij is niet met een zweep met weerhaken een kleedkamer in de Arena ​ingegaan om de strijd tussen eer en geweten te beslechten. Hij voelt schuld noch schaamte. Is Van der Sar immoreel? Dat lijkt me een te lichtvaardig oordeel. Ik vermoed dat hij het probleem niet ziet. Hij waart in de kilte van de onverschilligheid.
Wel heeft Edwin mij voor een existentiële vraag gesteld:
Kan ik nog langer lid blijven van Ajax?

10 januari 2020

In september van het vorig jaar speelde ik twee voorstellingen van De Canon in Carré. Uitverkocht.
Dat is tegenwoordig van groot belang om er bij te zetten. Waarom?
Het doet niets aan of af van waar het om draaide en dat was een voorstelling van een aantal vrij willekeurig gekozen verhalen die me de afgelopen jaren dierbaar zijn geworden. (De Spin, Het kistje, De Morgenwijding e.v.a.)
Ik lees bij het bericht dat collega Borsato even gas terug moet nemen dat hij vorig jaar vijf keer uitverkocht was in de Kuip. Als lezer ga je op zoek naar verbanden. Had hij het bij vier keer moeten laten in verband met zijn grenzen?
Zo hoor je ook wel dat imand 600 miljoen of meer volgers heeft. 
Mooi, gefeliciteerd, maar dan?
Welke verantwoordelijkheid legt dat op je schouders en kun je dat aan. Ligt er een burn out op de loer.
Na De Lachgasfabriek (14 van de 18 x uitverkocht in het Westergastheater) kom ik terug in Carré met De Canon.
Waarom?, vroeg iemand die dicht bij mij staat.
Een kunstenaar zoekt de uitdaging van de verdieping van de inhoud en het zoeken naar een nieuwe vorm, terwijl een artiest zijn vertrouwde repertoire zo goed mogelijk brengt. In beide disciplines schuilt een voldoening.
In De Canon komt de artiest in mij aan zijn trekken. 
Voor de jongeren die mij op 1 januari voor het eerst zagen is De Canon een uitgelezen kans om live te ervaren wat ik zo de afgelopen decennia heb uitgespookt. Ze mogen hun (groot)ouders meenemen.
Ik hoop dat het uitverkocht raakt.

Zondagmiddag 29 maart 2020 15.00 uur De Canon in Carré:
https://carre.nl/voorstelling/freekdejonge

9 januari 2020

Vandaag was ik voor een voorgesprek bij de Voedselbank. Ik parkeerde, kijkend op een schermpje dat toont wat er achter mij gebeurt, mijn Tesla op luttele meters van de lokatie, drukte een paar toetsen van mijn telefoon in om mijn parkeerplaats te valideren en vroeg aan een bejaarde passant die een kratje bier achter zich aan sleepte waar De Voedselbank was. Hij keek mij zo vernietigend aan dat ik ter plaatse werd overvallen door een schuldgevoel. Over de vanzelfsprekende luxe waarin ik me wentel.
Ik weet wel waar ik het aan verdiend heb en dat rechtmatig niets op af te dingen valt, maar toch blijft de kwestie van het toeval en de willekeur ervan, knagen.
Ik liep een onder poortje door waar ik werd opgewacht door de leiding en druk in de weer zijnde vrijwilligers de laatste hand leggend aan de vernieuwde inrichting. Noodzakelijk geworden door een andere manier van voedselverstrekking. De door Voedselbank gevulde kratjes gaan eruit. Het wordt voor de klanten mogelijk om zelf te kiezen, te winkelen dus. Op deze manier worden ze geholpen hun gevoel van eigenwaarde op te krikken.
U kunt zich, dit zo lezend, wel voorstellen dat het niet prettig overkomt als er zo over je gesproken wordt. Temeer als je bedenkt dat veel mensen dat besef laten overstemmen door de gedachte dat wie zijn hand ophoudt niet al te veel praatjes moet hebben. ​Iemand die afhankelijk is van de goedheid van de ander moet zich dankbaar tonen, vinden wij. Maar hij/zij voelt zich schuldig omdat zij/hij er niet in geslaagd is te slagen in de maatschappij. En zo hebben de welgestelde en de armlastige een ding gemeen. Ze voelen zich schuldig.
Solidariteit kan ons redden.

8 januari 2020

Ik wil schrijven over de geloofsstrijd van mijn vader. Hoe wij in dit land binnen een eeuw van een tijd waarin geloven een onaantastbare pijler onder het bestaan was, zijn geëvolueerd naar een periode waarin iedere aanname die vorm kan geven aan het bestaan als beperking van vrijheid wordt gezien.
Ik denk aan een biografie waar ik door gebrek aan kennis van de feiten mijn fantasie zal moeten aanwenden om het verhaal rond te krijgen. Met fantasie heb ik me er tot dusver in mijn leven uit kunnen redden. De vlucht in het absurdisme is een gretig toegepaste truuk van kunstenaars die niet al te veel zin hebben om zich te verdiepen.
Grof gezegd bestaat het leven uit vorm en inhoud. De Waarheid in het toppunt van inhoud. Iedere poging om iets van De Waarheid te manifesteren maakt gebruik van een vorm. Omdat iedere vorm zijn beperking kent, wordt De Waarheid onvermijdelijk geweld aangedaan. De Waarheid bestaat niet omdat we de vorm om hem gestalte te geven nog niet gevonden hebben. Het voor ons niet te bevatten samenvallen van vorm en inhoud.
Wat mijn vader is overkomen tijdens zijn leven, is dat hij tot tweemaal toe de vorm waarin zijn waarheid, een geloof in God de vader van Jezus Christus, was gegoten, heeft moeten aanpassen. ​Van het verwerpen van het naïeve geloof van zijn vader, het verdringen van het onpraktische, intellectuele geloof van zijn leermeester Gerardus van der Leeuw naar het aanvaarden van geloof zoals Kierkegaard dat omschreef: ‘Ik ontdekte dat ik minder en minder te zeggen had, tot ik uiteindelijk stil werd en begon te luisteren. En in die stilte hoorde ik de stem van God.’

Andries de Jonge
Gerardus van der Leeuw
Søren Kierkegaard

7 januari 2020

Omdat ik onlangs heb meegewerkt aan het programma De Kist van de Evangelische Omroep zou ik vandaag om 11 uur gebeld worden door een medewerkster van Visie, de omroepgids van de EO (Evangelische Omroep). Dus ging vanmorgen om 11 uur de telefoon. Omdat ik op dat moment nog in mijn onderbroek stond en ik nog een ouderwets standpunt inneem over wat wel en niet kan, en daar hoort in je onderbroek een interview geven over een precair onderwerp als de dood bij, want daar gaat De Kist over en dat het dan telefonisch is, doet daar niks aan af. Vroeg mijn vrouw die de telefoon had aangenomen, of ze een kwartiertje later terug kon bellen. Dat kon. Een kwartiertje later ging de telefoon. De man van de centrale verwarming die in de file stond. Ik had opgenomen en vroeg of hij wat later kon terugbellen want ik zat nu even te wachten op een telefoontje van een EO-medewerkster. Hij zei er alle begrip voor te hebben en vroeg wanneer het dan gelegen kwam. Dat moest ik aan mijn vrouw vragen die nu even naar de kruidenier was. De eerste vraag die de, aan haar intonatie te horen nog niet zo ervaren, journaliste stelde, was: “Waarom heeft u besloten mee te doen aan het programma De Kist?”​ Omdat Visie geen satirisch blad is, antwoordde ik, ‘Omdat de dood, net als het leven, mij fascineert.’
Zij liet merken haar huiswerk gedaan te hebben en somde een aantal sterfgevallen op die ik in mijn leven aan den lijve heb ondervonden en koppelde daar in één moeite de vraag aan vast: ‘Waarom fascineert de dood u?’
Waarop, mijn maat vol, ik haar vroeg of de hoofdredacteur mij even terug zou kunnen bellen. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.

6 januari 2020

Het zwarte gat. Het mogen loslaten van een discipline die noodzakelijk was om te kunnen volbrengen wat je (je = ik) had afgesproken en geen vervolgafspraak hebben. De complete chaos die daardoor dreigt te ontstaan. Maakt dat complete bijgevoegd aan chaos de chaos groter, invoelbaar angstaanjagender? Wat doet dat woord daar eigenlijk. Net zo als eigenlijk dat ook niets toevoegt. Of zo. Wat zich aan onnodige onrust afspeelt in je hoofd en wat de ander niet aangaat.
Ons leven wordt gestuurd door achterdocht. De angst dat je onzekerheid is af te lezen van je voorhoofd. Dat je voorhoofd een lichtkrant is, die openbaart wat je hoopte te kunnen verbergen door je te gedragen zoals je je op zeker moment bent gaan gedragen en waar je vader, die morgen 105 geworden was als hij niet op zijn 53ste was overleden, van het begin af aan is bij geweest en zijn correcties in heeft aangebracht heeft tot hij met je leven kon. Of juist niet want zo oud is 53 ook weer niet. Maar hoe je bent gaan denken komt voort uit beroepsdeformatie en dwangneurose ontstaan uit acceptatie van gewenning en gewoonte. Er is kort geleden een echtpaar luchtacrobaten in de piste van Carré gevallen omdat een tand van het gebit van de man waar de vrouw aan hing, afbrak.​ De vrouw heeft enige tijd op intensive care gelegen, lees je in de krant en wordt daar onrustig van. Je wilt geen woordspelingen maken. Je wilt even helemaal niets. Wat niet minder is dan niets. Het was Wim T. Schippers die zei: Beter niets dan helemaal niets. .

de gebroken bril

5 januari 2020

Opruimen is ook je mailbox induiken.

Geachte heer De Jonge,
Het is al even geleden, maar toch. In een show gespeeld in De Speeldoos in Zaandam in de jaren 80 waren wij met vele vrienden aanwezig. Uit het niets roept u: “Je zal toch Pottjegort heten.” Ik heet Arend Pottjegort en al mijn vrienden wezen naar mij. Ik heb mij altijd afgevraagd: hoe kwam u aan onze naam? Ik verheug me op uw antwoord.

Arend Pottjegord

In de na-oorlogse jaren had je de fantastische sportcaricaturist en later fameus radiomaker Bob Uschi (Victor Silberberg). Hij tekende atleten als Fanny Blankers-Koen, wielrenners als Arie van Vliet, maar vooral veel voetballers. Hele kampioenselftallen zoals van SVV dat ik 1949 landskampioen werd door in De Kuip met 3-1 van het roemruchte Heerenveen van Abe te winnen.
Ik verzamelde die plaatjes nog net niet, ik ben van het Bruynestein-tijdperk, maar op den duur kende ik ze wel. De naam Pottjegort (DWV) werd in mijn geheugen gegrift. Vooral die tweede t gaf hem karakter, om met Bordewijk te spreken.
Just E., de latere manager van Neerlands Hoop, en ik duidden een bepaald type mens als een Pottjegort.​ Dit schreef ik Arend terug en tot mijn spijt moest ik erbij zetten dat ik het plaatje nergens op internet heb kunnen terugvinden.
Waarop hij weer mailde:

Dank voor de reactie. Vandaar. Dat was mijn vader.
Groet, Arend.

4 januari 2020

Vandaag stuitte ik bij het opruimen van mijn werkkamer op De Fratellini, de geschiedenis van drie clowns. Paul, Francois en Albert die alledrie een archetype clown vertolkten en grote successen boekten bij het Parijse Circus Medrano. Opmerkelijk was de belangstelling voor het trio van gevestigde intellectuelen als Jean Cocteau.
In het boekje, vertaald en bewerkt door J.W.F. Weremeus Buning, dezelfde van de voortploegende boer, wordt ook verteld hoe de ijdele Oscar Carré een onderscheiding weet los te peuteren bij Koningin Wilhelmina.
Het boekje heb ik gekregen van collega Herman F.. Helaas staat er niet bij ter gelegenheid waarvan en wanneer.
Bij het openslaan staan aan de linkerkant twee notities:
1 okt. 1993
oude wijsheid
klere wijven maken, nee,
breken een man!

wij kunnen hem
nog altijd aan de wilgen
hangen
(de kapitein)

​Dat zouden zo twee zinnen geweest kunnen zijn uit een act van 70 jaar geleden toen wij als klassiek clownsduo triomfen vierden in de Europese pistes.
Morgen gaan we en famille naar het Kerstcircus in Carré.
De uit de nok gevallen Sky Angels zijn buiten levensgevaar.

3 januari 2020

Je werkkamer binnenlopen met de bedoeling op te gaan ruimen. Een eerste boek oppakken: In de arena, toneelherinneringen van Erik Vos. Een flap van het stofomslag tussen de pagina’s, ik was gebleven bij een uitvoering van Strawinsky’s l’Histoire du Soldat met Het Residentieorkest olv Willem van Otterloo. Eerder had Erik, met groot succes, l’Histoire gedaan met het Blazersensemble en Edo de Waart. De heer Van Otterloo was niet zo meegaand als Edo, wat de sfeer niet ten goede kwam als je met Vos ging werken.
Erik hield van het barokke experiment op basis van improvisatie. Bij de laatste voorstelling van De Lachgasfabriek zat Jaap van Z. in de zaal. Met hem heb ik toen hij dirigent bij het Residentieorkest was Shakespeares Midzomernachtdroom gedaan met de muziek van Mendelssohn.
Ik speelde een nogal vrije bewerking waarin onze Koninklijke Familie, niet altijd tot genoegen van het Haagse publiek, een scabreuze hoofdrol speelde. Jaap meldde zich na afloop van De Lachgasfabriek in de kleedkamer en we vielen elkaar, de tranen waren niet ver, in de armen.
Hij was onder de indruk van de voorstelling, ik vond het een van mijn mindere. Ik zat zelfs een beetje stuk. Jaap vertelde dat hij mijn gevoel kende. Hoe hij meerdere malen na het bedanken naar zijn ​kleedkamer was geslopen in de overtuiging dat het niet zo goed was geweest. Maar al snel kwamen er andere geluiden. Het publiek vond het geweldig, musici zeiden nog nooit zo intens gespeeld te hebben en de directie kwam met een nieuwe uitnodiging. Hij had me niet helemaal overtuigd, maar wel getroost. Uiteindelijk is het oordeel aan de toeschouwer.

2 januari 2020

Graag had ik vandaag mijn blogjes voortgezet.
Maar er komt niks.
Dat is niet waar.
Er komt wel wat.
Veel zelfs.
Te veel.
Mij ontbreekt de energie om die hoeveelheid te ordenen.
Haantje de voorste.
Kip zonder kop
Het Cultureel Woordenboek omschrijft energie als een grootheid die tot uitdrukking brengt in hoeverre een systeem arbeid kan verrichten of warmte produceren. Wij mensen zijn overdragers van energie. We geven en ontvangen. Ik denk dat veel van het menselijk tekort zit in het gebrek aan evenwicht in afgave en ontvangst.

Ik heb veel pluimen gekregen.
Mensen geven aan energie ontvangen te hebben. En geven mij daarvan terug. Ik heb ook negatieve commentaren gekregen. Van mensen die niets ontvangen als ze op mij afstemmen. Die mij dat verwijten. Dat kost energie.​
Mijn dag heb ik besteed aan het hervinden van balans.
Hoe ik weet dat die verstoord is?
Ik ben moe.
Maar gelukkig.

1 januari 2020

Het is nu 16.07 uur. We hebben zojuist de montage voltooid. Nu moet de MXF file nog gerenderd worden. Dat is het samenbrengen van audio- en videodata zodat deze geschikt zijn om uitgezonden te worden. Dan volgt nog het transport naar de uitzendstraat. Daar moeten ze er dan voor zorgen dat om 21.05 uur De Lachgasfabriek op uw scherm verschijnt. Dan slaken wij hier een zucht van verlichting.
Onmiddellijk na de opname van maandagavond was er een lichte paniek in onze gelederen of registratie van de voorstelling wel de kracht had van de live uitvoering. Ik had een slechte nacht met veel vragen over voldongen feiten. Gisteren werd al duidelijk dat het wel goed zat. Vandaag hebben we nog wat puntjes op i’s gezet. 1.28.54 is de zuivere speeltijd geworden. Woensdag 6 november zijn we in Bouwkunde Deventer begonnen met een eerste try out die al meteen bevestigde dat het spoor juist was. Nu, precies acht weken later, toont de opname het eindresultaat. Ik kan daar zelf niet veel over zeggen. Laat het duimpje op de meegestuurde foto voor zich spreken. Ik ben al jaren omringd door een stel fantastische mensen, die voor mij door het vuur gaan. Ik ben ze diep dankbaar.​
Waarschijnlijk ga ik de komende dagen nog wat doorschrijven over de nasleep. Er komt een digitaal boekje op de site over de hele onderneming in al zijn facetten. U wordt daarvan op de hoogte gehouden. Ik ga De Canon weer een paar keer spelen. Ik ga aan een boek beginnen. Het houdt nooit op.

foto Claudia Otten

31 december 2019

Gisteren laatste avond Westergastheater. Opname 2. Daar ga ik over schrijven als het wat verder achter me ligt. Ik kon niet meteen ontspannen na de opname en ook de nacht was vol waakmomenten waarin de vragen bleven malen. Had ik niet? Was het niet beter geweest dat? Enfin, het staat erop. Hella is nu met Paul S. aan het monteren. Morgen om 14.00 uur inleveren.

P. S. Omdat ik de afgelopen tijd nogal met Wim Kan in de weer was, stuitte ik natuurlijk ook op Corry Vonk. Net als het afscheid nemen van Heintje Davids, behoort het bedanken van Corry samen met haar man Wim aan het eind van de voorstelling tot ons collectief geheugen. Een collectief geheugen is vrij willekeurig en scheert vaak langs de historische werkelijkheid. Lezende in ‘The Way of a Boy’ van Ernest Hillen, die als knaap tijdens de Japanse bezetting met Corry in het jappenkamp Tjimahi (Bandoeng) zat, kreeg ik een beeld van haar waarvan ik zou willen dat ze zo zou voort leven.
Corry kwam met de commandant overeen dat zij de officiële entertainer van het kamp zou worden. Gaf zichzelf de titel ‘ Hancho Main Main ’ (commandant van het spel). Met vriendin Puck Meijer deed ze aan cabaret (les deux ânes), met vrijwilligers verzorgde ze musicalvoorstellingen. De door de Japanners ​vergeefs verboden entreegelden, kwamen ten goede aan vrouwen in het kamp die geen geld hadden.
Goed gehumeurd hielp ze in het provisorische ziekenhuis met wassen van verbanden en kleding van de patiënten waarmee ze respect afdwong bij de bezetter. Corry Vonk was een heldin!

30 december 2019

Gisteren Westergastheater. De eerste opnameavond. Vanavond nog een. Eind 2001 namen we Het Laatste Oordeel op. In het oude Nieuwe delaMartheater, twee voorstellingen op twee avonden. De beste van de vier zou worden uitgezonden. De stelregel van Wim Kan ( de oudejaarsconference wordt pas uitgezonden als ik er tevreden over ben) behoorde tot het verleden.
De eerste opname was niet goed, daar waren we het meteen over eens. Ik was niet vrij, wel gespannen en geforceerd. Geen punt, straks weer een kans.
De tweede was een uur na de eerste. Opnieuw kwam ik niet echt los en bleef maar vechten tegen de herinnering aan veel uitbundiger avonden. Morgen dan maar.
De voorstelling tijdens de derde registratie liep goed, ik was blij. Maar kreeg onmiddellijk na afkomst te horen dat de gehele opname onbruikbaar was door een technisch defect. Viel verder niets aan te doen. De spanning was te snijden. Ik probeerde wanhopig mijn kop leeg te krijgen om vrijuit te kunnen spelen.
Het doek ging open, ik liep op en iemand op de eerste rij liet een langgerekt, luid ‘Freeeeeekkkiiiiiiee!!!’ horen. Normaal goed voor vijf minuten vrolijke improvisatie, maar nu schoot ik in een kramp. Ik dacht: daar gaat mijn laatste kans! ​Ik heb de man de zaal uit gebonjourd. Ben hem nog nagerend. Heb hem beneden in de hal mijn excuses aangeboden en uitgenodigd voor een andere keer. Ben als een kip zonder kop weer naar boven gerend en heb ver beneden mijn kunnen gespeeld.
Volgens mij heeft de kijker daar niet veel van meegekregen. .

29 december 2019

Gisteravond Westergasfabriek. Tot nu toe is het in deze blogjes nog nooit gegaan over de inhoud. De belangrijkste reden daarvoor is natuurlijk dat ik niks wil verklappen. Je moet tegenwoordig op je hoede zijn want de spoiler loert aan alle kanten. Vroeger hoefde je je geen zorgen te maken als je een voetbalwedstrijd opnam om na de voorstelling te bekijken. Nu word ik al tijdens de voorstelling vertrouwd gemaakt met het scoreverloop door mensen die opgewonden hun telefoons ophouden.
In recensies, boek, theater of film wordt het verhaal tot in detail verteld. Quentin Tarantino moest de pers smeken het einde van zijn Once upon a time in Hollywood niet te verraden. Veel haalde het niet uit.
Het Geweten is een van de thema’s van De Lachgasfabriek. Hoe is het gesteld met de ontwikkeling van het geweten van een kind. Wordt een geweten nog wel als een onmisbaar kompas gezien? En zo ja, wat zijn dan de normen en waarden waarop we dat geweten funderen?
Het gebrek aan strijdlust en ambitie tegen de leegte van het populisme. De berusting in, het ontzag voor de reactionaire, schaamteloze en oncreatieve manier waarop de Ongehoorden het goed van de Vrije Meningsuiting invullen.
Solidariteit. Maatschappelijke luiheid door de gewenning aan het het altijd en overal ​beschikbare geheel verzorgde. De verlamming door angst voor de toekomst. Verbondenheid. De instinctieve kuddegeest heeft plaats gemaakt voor een algoritmische besturing. De religie bood een troostender alternatief dan zijn seculiere opvolger.
En daarnaast valt er nog heel veel te lachen.

28 december 2019

Gisteravond was ik in het Westergastheater. Het was vol. Het is gegaan zoals vaker met series in Amsterdam. Aan het begin zijn er nog kaarten, aan het eind als iedereen er nog in wil, niet meer. Ik was van plan daar eens diep op in te gaan omdat het onderwerp heikel is en langs schaamte en schande scheert, maar ik ga het over iets anders hebben.
Over de prijs die ik vanmorgen, misschien mede door u, in ontvangst mocht nemen in het onvolprezen radioprogramma De Taalstaat van Frits Spits: Taalstaatmeester 2019!
De uitzending begon met de bekendmaking van het woord van het jaar volgens het Genootschap Onze Taal, een van de organisaties die de prijs ondersteunt: het achtervoegsel -schaamte zoals in vliegschaamte. De juryvoorzitter, de presentator en ik keken elkaar even gefronst aan. Schaamte een achtervoegsel? Juryvoorzitter René A. las aansluitend vol vuur het juryrapport voor en even later drukte Frits mij de legpenning in handen vergezeld van een bos bloemen.
De ontroering stond mij nader dan het cynisme. Vlak voor de uitzending was collega Youp van ’t H. de studio binnen komen wandelen. Ik dacht even dat hij ter meerdere eer en glorie van ​mijn prijs was opgetrommeld, maar hij ging direct na de prijsuitreiking in gesprek met Frits over het taalgebruik in zijn Oudejaarsconference 1989.
Wij maakten wel van de gelegenheid gebruik een foto te schieten. Omdat die vaak meer dan woorden zeggen. Zoals bijvoorbeeld bij de foto van Toon H. , Wim S. en Wim K.. Oordeelt uzelf.

De Grote Drie
De Grote Twee

27 december 2019

Gisteravond begonnen aan de laatste serie van vijf achter elkaar in het Westergastheater. Met de opnamedagen in het vooruitzicht komt het er nu op aan op lengte van de conference in de gaten te houden. Ik heb 90 minuten tot mijn beschikking. Gisteren duurde de voorstelling 5 minuten langer.
Hella, die de montage voor haar rekening neemt, vindt het moeilijk om te knippen in de opnames, dus proberen we nu terug te snoeien. Kill your darlings, heet dat. Er zou een mooi programma zitten in het zwerven over de ‘begraafplaats van de lievelingen’.
Ik doe tijdens de show drie dansjes. ze komen voort uit het idee dat woorden te kort schieten. Ballet en cabaret is nog geen platgetreden combinatie. Zeker als niet duidelijk is of het wel leuk genoeg bedoeld is. Niet alleen van de beroepskritiek ook van fans en vrienden kreeg ik al te horen: ‘Dat ballet hoeft voor ons niet.’ Hella, mijn onvoorwaardelijke baken, ziet mij graag dansen. Ze heeft een paar prachtige benen met tutu gemaakt. Het dansje van Limo, mijn antagonist, mocht een open doekje ontvangen. Maar nu moeten er vijf minuten uit en aan woorden schrappen zit een grens. En de flauwste grap kan een geduchte compositorische steunpilaar zijn.​
Na de voorstelling zag ik op Arte een documentaire over de geniale clown Grock en hoe hij zijn ziel verkocht in zijn hang het publiek te amuseren. Het confronterende er aan was dat hij dat zelf niet in de gaten had, of liever, het niet zo ervoer. Hij bleef de naieveling spelen alsof de onschuld nooit verloren ging. Ik houd vast aan mijn dansjes, maak ze alleen iets korter.

foto Claudia Otten

26 december 2019

Gisteren geen voorstelling. Onze kerstwandeling werd gemarkeerd door drie vrouwen.
Bij de Florissteen, die herinnert aan de moord op Graaf Floris V in 1296 door de edelen, zat een mevrouw gehurkt met een waxinelichtje. Haar autootje stond midden op de weg met het portier open. Ze legde in een paar woorden haar relatie tot de onfortuinlijke Graaf uit, waar naar eigen zeggen geen speld tussen te krijgen was. Er mochten veel geloven zijn, er was maar een God. Ook voorspelde ze dat volgend jaar om deze tijd dezelfde Steen omringd zou zijn door een zee van lichtjes.
Even later, op het strand sprak een moeder haar zoon toe en ik zei schertsend: ‘Niet zo streng tegen hem zijn!’ Haar gezicht bleef zorg uitdrukken. Ze vertelde dat de jongen autist was en agressief kon worden. Ik schrok van mijn onbezonnen botheid. We kregen het over kinderen die deze maatschappij niet aan kunnen en omgekeerd. Haar opluchting er zo over te kunnen praten ontroerde hevig.
Daarna gingen we even langs bij de organisator van onze 1 januariduik die mij gevraagd had dit jaar het startsein te geven. Toen ik te kennen gaf daartoe bereid te zijn, kreeg zijn vrouw een spontane vreugdeaanval. Toen ik ook nog eens te kennen gaf zelf een duik te overwegen, was haar enthousiasme niet meer te stuiten. De ​kokerrok over de bovenbenen trekkend deed ze voor hoe iceman Wim Hofs zijn pupillen voorbereidde op een sprong in ijskoud water. Het had nog het meeste weg van de voorbereiding van de All Blacks, NieuwZeelands rugbyteam, op een interland. Het lichaam iets doorgezakt op de gespreide benen de armen bezwerend zwaaiend ‘OeAh OeAh’ roepen. De beoogde magie sloeg ter plekke op mij over.

25 december 2019

Gisteravond Westergasfabriek. Het programma is inmiddels weer uitgelopen tot 1 uur en 40 minuten. Er moeten 10 minuten uit.

Ik kom een volle banketbakkerij binnen en trek een nummertje.
13.
Ik voorzie dat als ik me, eenmaal aan de beurt, meld als de bezitter van nummer 13, kan rekenen op tsunami van cliché’s aangaande het ongeluksgetal. Dus verfrommel ik mijn nummertje, laat het langs mijn broekspijp op de grond vallen en ga er met mijn voet op staan.
Klanten voor mij worden geholpen, klanten na mij trekken een nummertje. Op zeker moment laat de banketbakker een afgemeten ’13’ door zijn ambachtelijk geurende winkel klinken. Het wordt stil. Mensen kijken op hun bonnetje. Nummer 15 maakt zich bekend.
Er wordt wat suggestief naar elkaar gekeken. De banketbakker drukt op een knopje en roept tegelijk met het verschijnen van het getal 14 op een display: ’14!’
‘Dat ben ik’ zeg ik met de aangeleerde bescheidenheid van de bekende Nederlander. ‘Oh, hij had nummer 13!’ roept een vrouw vlak naast mij. ‘Hij was bang voor het ongeluksgetal!’​’Hij heeft natuurlijk al zoveel geluk in zijn leven gehad, dat ie het ergste vreest.’, voegt een corpulente heer er afgemeten aan toen.
Er volgen nog enige door hart en ziel snijdende platitudes als de banketbakker gespeeld nederig vraagt: ‘Wat mag het zijn Meneer De Jonge?’
Die halve minuut gaat eruit. Nog 9,5.

24 december 2019

Gisteren was ik vrij.
Dit is de tijd van het jaar
dat bij het vuur verhalen komen
en ernstig wordt genomen
een woord als tijdsgewricht
lampjes huis en boompje beestje sieren
wij een dode dichter vieren
die het in een woord kon samenvatten
Het woord werd licht

Het is de nacht van het jaar
dat je staan moet in de kerken
mondjesmaat de geest laat werken
handen gevouwen ogen dicht
onder het gezangen zingen
dwaal je door herinneringen
die je in een woord kan samenvatten
Het Woord is Licht

Bijna het uur van het jaar
van alleen staande komieken
met hun maatschappijkritiek en
maling aan vermeend gewicht
die lachen peurend uit het lijden
pogen de waanzin van de tijden
in een woord samen te vatten
Dat is niet licht

Hella en ik wensen u bij deze goede kerstdagen en krachtig nieuwjaar


24 december 2019 Kerstverhaal

Digna.

Het was winter. Niemand wist wanneer de oorlog voorbij zou zijn. Het hoopvolle gerucht dat begin september het land in euforische verwarring had gebracht, was bijna geheel bedolven onder de zwaarmoedige berusting die de mensen hier op het Hogeland tot hun levenshouding hadden gemaakt. Maken suggereert overigens teveel bewustzijn, moet ik erbij aantekenen. Het was ze overkomen. Moe geworden van het het lot dat wel uitdaagt, maar geen winnaars duldt. De oorlog was misschien in de stad voor veel bewoners een voortdurende levensbedreigende situatie, hier op het platteland vertoonde vijand zich nauwelijks. Het verzet beperkte zich tot onderdak verschaffen aan wat onderduikers. Iets waar, hoe vanzelfsprekend het voor de verschaffers ook was, nooit te min over gesproken mag worden. Zoals ook de keuze van heel veel NSB’ers nooit vergoelijkt mag worden, maar die toch vaak meer voor de hand lag en minder om het lijf had dan zware woorden als landverraad willen suggereren.  ‘Vrede op aarde’, had de dominee in zijn eerste adventsoverweging geschreven. En mevrouw Rienkema had het gelezen in het kerkenblaadje dat elke week verspreid werd in de drie gemeenten die de zielenherder hoedde. Ze had het hardop voorgelezen aan haar dochter Digna die, met een boek op schoot, naast haar op de bank zat. En aan het eind verzucht: Vrede op aarde. De verloren slag bij de brug over de Rijn had de hoop erop een flinke deuk bezorgd.

De dominee woonde met zijn jonge gezin een paar kilometer verder op in de geel gepleisterde pastorie vlak naast de eveneens geel gepleisterde kerk. Een paar jaar na zijn afstuderen was hij was hij hier beroepen. De excentrieke namen van de dorpen, de kleine kerken stil getuigend van een vanzelfsprekend geloof, de wederzijdse onafhankelijkheid van hereboer en knecht waren alle argumenten geweest om juist hier te beginnen. De stugheid voorzichtig tegemoet treden met de oerkracht van de verhalen, had hij zich voorgenomen. Enigszins voorbijgaand aan zijn studie die vooral gericht was op het intellectuele, moest hij pastor zien te worden. Herder voor alle schapen. Het viel hem nog niet mee de juiste toon aan te slaan in zijn preken, maar vooral in zijn simpele stukjes voor het kerkenblaadje. Bleef hij zich hardnekkige verzetten tegen zijn burgerlijke afkomst, gedirigeerd door zijn autoritaire, notabene door God zelf geroepen vader die hem, zijn oudste zoon, had voorbestemd dominee te worden? 

En nu werd het weer Kerstmis, voor de derde keer hier op het Hogeland en moest hij, nu de hoop op een snelle bevrijding vervlogen was, voorbij de gemeenplaatsen het over Vrede op Aarde hebben. Toen schoot hem dat over die kaarsen te binnen. Dat er geen kaarsen meer waren. Deze Kerst. Het kerkenblaadje lag op de salontafel. Digna’s moeder was plotseling opgesprongen en had allerlei lades en kasten opengetrokken en een paar keer verzucht dat ze ‘…toch hoog nodig eens al die rommel moest weggooien…’ ‘Wat zoek je?’, had Digna gevaagd. ‘Kaarsen.’

Het was de laatste zin van het stukje geweest – ‘Het gebed voedt de hoop’- die iets in haar moeder wakker geroepen had. Die zich er door aangespoord voelde hoe dan ook iets te doen aan die deprimerende onmacht die de bezetting meebracht. Ze begreep ook wel dat kaarsen de vrede niet dichterbij brachten, maar de dominee had gelijk het verzet zat hem niet alleen in levensgevaarlijke heldendaden maar ook in de simpele volharding van geloof in vrede. Door het zingen van het licht dat komt. De bevrijding die aanstaande is. Het branden van de kaarsen.  Kaarsen die er niet meer zijn. Tenminste volgens de dominee. Maar zij wist zeker dat er ergens in huis nog kaarsen lagen. Op de vliering misschien.
Digna is op weg naar de pastorie van Westernieland. Op haar net nog te grote fiets. Ze mocht mee naar de kerstnachtdienst als zij de kaarsen, die haar moeder in een krantje gerold in haar fietstas gestopt, weggebracht naar de pastorie een dorp verder. Ze was nog nooit alleen op de fiets zo ver gegaan. Het was koud en nat. En het was oorlog.  Haar tenen duwden de trappers naar beneden. Ze had iets om naar uit te zien. De kerstnacht tussen haar ouders in zingen in de kerk. 
Vrede op aarde.
Toen gebeurde waar ze voor gevreesd had. Wat ze niet tegen haar moeder gezegd had. Waarom niet? Haar moeder moet toch geweten hebben van de mogelijkheid. Je kwam bijna nooit een soldaat tegen. Er reed wel eens een motor met zijspan langs. Of een vrachtwagen waar je achterin wat soldaten zag zitten met een geweer tussen hun knieën. 

De Duitse soldaat was opeens vanachter een boom de weg opgestapt en had zijn hand opgestoken. Digna viel bijna om van schrik. De soldaat wist met een snelle handeling haar fiets op te vangen waarbij hij zijn geweer op de grond moest laten valllen, waarna hij een besmuikt ‘Verzeihung‘ mompelde.  Digna wist niet wat de soldaat ermee bedoelde, maar ze voelde de angst uit haar lichaam wegstromen en gaf hem haar liefste glimlach.  Toen ze de pastorie naderde begon haar hart opnieuw heviger te kloppen. Nu niet van angst, maar van opwinding. De nieuwe dominee was een keer bij hen op visite geweest en moeder was helemaal over haar ‘theewater’ geweest, volgens vader.  Ze zette de fiets tegen het ijzeren hek en nam de kaarsen uit de fietstas. Het hek ging piepend open. Ze trok aan de deurbel. De mevrouw met een baby op de arm deed open en riep haar man.  De dominee.  Toen ze hem de kaarsen gaf zei hij: ‘Nou je mag blij zijn dat er hier zo weinig Duitse soldaten zijn.’ Ze keek hem verlegen lachend aan en durfde niet te zeggen dat ze er net door een was aangehouden. Een hele vriendelijke nog wel. Of ze al groot genoeg was om bij de Kerstnachtdienst te zijn?, wilde de dominee weten. Toen ze daarop verlegen lachend ja knikte, zei de dominee: ‘Dan weet ik het goed gemaakt: dan mag jij de kaarsen aansteken!’  Op de terugweg koste het Digna geen moeite meer om bij de trappers te komen.

Dit verhaal is gebaseerd op wat een 85-jarige vrouw uit Pieterburen mij tijdens de tentoonstelling Het Volle Leven in Het Groninger Museum aan mij vertelde. Zij was tien toen ze dit avontuur beleefde. De ‘krant’ waarin haar moeder de kaarsen had gewikkeld betrof een nummer van de illegale Trouw. De baby op de arm van de domineesvrouw was ik.

23 december 2019

Gisteren had ik geen voorstelling. Wim Kan maakte in een oudejaarsconference (1973) een grap, een woordspeling ik zeg het al vast maar even, over de CHU’er Roelof Kruisinga. Die als Staatssecretaris van Volksgezondheid verantwoordelijkheid droeg voor water- en luchtverontreiniging. Kan vond Kruisinga een strenge man, hij ging niet met de AR in zee, niet met de KVP, maar Wim zag ‘m wel in Scheveningen in de vieze zee zwemmen.

De woordspeling heeft jarenlang triomfen gevierd in conferences van Wim Kan, maar vooral ook in die van Toon Hermans. Toen ik met monoloogjes begon, stikten die dan ook van de woordspelingen. Nu is het met een grap -en een woordspeling is een grap-, zo, dat als er om gelachen wordt is ie leuk. Die lach kan soms voortkomen uit de timing (Toon Hermans), soms uit de oubolligheid van de guitigheid (Neerlands Hoop) en soms uit de onverwachte, geniale gedachtensprong (daar heb ik zo gauw geen voorbeeld van).

Frits Spits vroeg afgelopen zaterdag in zijn programma de Taalstaat wat ik mijn beste taalvondst achtte. Er schoot me te binnen: een vrouw van lichte zeden had haar benen genummerd zodat zij ze dan beter uit elkaar kon houden. Ik zei het niet, ik keek wel uit. Die grap kan gewoon niet meer, maar oogste in de Neerlands Hoop Express veel succes.​ Het is met de woordspeling als met naakt in een speelfilm: Het moet functioneel zijn. Marco Kroon, de gelauwerde wildplasser, maakt dit jaar tot een Kroonjaar: kroonlid, kroonkurk, kroonjuweel, kroongetuige, kroonluchter en ga zo maar door. Wim Kan vroeg hem of dat geen kwaad kon in die vieze zee te zwemmen, waarop Kruisinga zei: ‘Dat hindert niet als ik er maar tot mijn kruis in ga!’

22 december 2019

Gisteravond speelde ik in het Westergastheater waar deze vier regels uit de proloog, die vanaf de eerste try-out meegingen, sneuvelden:
Voor al wat verloren gaat
meldt zich een louche vinder
veel te bieden heeft hij niet
‘minder minder minder’

Om de een of andere reden ontstond er maar geen klaarheid aan het begin van de voorstelling. Het publiek zocht zijn lachjes en ik trok een vierde wand op met de, aarzelend gesproken, eerste zin: ‘Ik durf niet, ik ga niet.’ Uitdrukking gevend aan mijn weerzin me te mengen in het gepolariseerde, politieke discours in ons land. Waarin een kwart van de bevolking die wij ‘De Ongehoorden’ mogen noemen de rest gegijzeld houdt, door het eigen belang van de korte termijn nogal opzichtig boven het algemeen van de toekomst te stellen, gebaseerd op een twijfelachtige filosofie waarin De Leugen niet veel minder aanzien geniet dan De Waarheid, met een vertoon van botte macht die de samenleving ontwricht. Nu ik dit allemaal noteer is het op dat moment ook wel veel gevraagd van een publiek dat er net voor is gaan zitten. Ik was te gretig. Nu zei ik, niet meer zo dwingend geacteerd: ‘Ik ga niet ik wil niet.’ Meer als de oude man die het allemaal al eens een keer gezien heeft en ​niet meer de fut kan opbrengen er nog weer eens bovenop te springen. Het programma ‘De Kneep’ begon ik, nadat ik verteld te hebben dat uit onderzoek was gebleken dat de eerste vijf minuten van een show het publiek volkomen ontgaan, met het voorstellen van de muzikanten.

21 december 2019

Gisteravond in het Westergastheater. Een van de niet te verontachtzamen aspecten in het runnen van een theater betreft de Horeca. Voor veel zalen een onmisbare pijler om de begroting rond te krijgen. Een Algemeen Bitterballenverbod zou de nekslag voor menige schouwburg betekenen. In Carré kost het me zelfs 3000 euro als er geen pauze in mijn programma zit. In het Westergastheater hebben we geen Horeca. Er staan twee glazen kannen met een schenktuitje aan de onderkant gevuld met water en sinaasappelsappelschijfjes en citroenschillen waar de bezoekers gratis hun dorst kunnen lessen. Ik ​heb er niet op aangedrongen en er is voldoende spijs- en drankvoorziening in de buurt. Westergas heeft zelf nog drie dagen een proef gedaan, maar kwam niet uit de kosten. Vooral na afloop doet zich het gemis gelden als we niet even met onze gasten bij een glaasje en een hapje kunnen nababbelen. Misschien volgend jaar? Voor je het weet, is de voorstelling ondergeschikt.

De telefoon ging. De Taalstaat, dat ik genomineerd ben. Voor Taalstaatmeester 2019! Medegenomineerden Wilma Borgman en Jeroen Dijsselbloem. Eerste reactie: Sprakeloos. Tweede reactie: Ik had me een heel andere Kerst voorgesteld! Nu moet ik het land in om stemmen te winnen. Lobbyen, handenschudden, baby’s optillen, korte praatjes houden vol taalvaardigheid zonder daarbij de virtuositeit de urgentie van het betoogde te laten overheersen.

Hier kunt u stemmen! https://onzetaal.nl/nieuws-en-dossiers/poll/wie-wordt-de-taalstaatmeester-van-2019

Foto’s: NOS/Stefan Heijdendael (Wilma Borgman), Rijksoverheid (Jeroen Dijsselbloem) en Dirk Annemans (Freek de Jonge).

20 december 2019

Gisteravond in Westergastheater schijn ik gezegd te hebben dat de Erasmus Universiteit in Amsterdam stond. Niet met nadruk natuurlijk, maar meeslibbend als begeleidende kleuring bij een verhaal: ‘Ik sta naast een excellente student op de Heren van de Erasmus Universiteit in Amsterdam….’ Deels belangrijke informatie want in het vervolg van de voorstelling speelt Erasmus een (kleine) rol. Amsterdam had ik weg kunnen laten. Toch zei ik het. Fout. Wat ging er door de toeschouwer heen die mij Erasmus Universiteit in Amsterdam hoorde zeggen? Er volgde geen lach, dus het werd niet als leuk bedoeld beschouwd. Er klonk geen morrend: ‘Rotterdam zal je bedoelen!’. Het was voor niemand aanleiding om woedend de zaal te verlaten: ‘Als we zo gaan beginnen hoeft het voor mij niet meer!’ Pikant detail: het substantieel liegen van tegenwoordig is een thema in de show. Toch nestelde het foutje zich bij een paar bezoekers die de moeite namen mij via de sociale media op de hoogte te stellen van de verspreking. Zeer invoelend overigens. Mij was mij volstrekt niet opgevallen. Tot nu toe had ik het gevoel dat ik iedere verspreking, soms op het nippertje, betrapte en maakte daar dan een triomfantelijke opmerking over. ​Met als toevoeging: ‘Er komt natuurlijk een moment dat ik het zelf niet meer in de gaten heb!’ Het is mij nu overkomen en misschien eerder ook al wel, want de mensen zullen niet altijd reageren. Ik mocht er dan nog wel eens op doorgaan en tegen het publiek te zeggen: ‘Er komt onvermijdelijk een moment dat u de verspreking ook niet meer hoort.’ Dan wordt het pas echt lachen.

Achter de schermen


19 december 2019

Gisteren Westergastheater. Nadat ik zaterdag de zaak nog al door elkaar gehusseld had, bleef het gevoel hangen dat die door het lot bepaalde verandering zo gek nog niet was. Dinsdagavond voerde ik de wijziging niet door in de voorstelling en kwam er daardoor naar mijn gevoel niet echt in. Alsof er de hele tijd iemand doorheen zat te praten. Gister overdag besteed aan het zorgvuldig hercomponeren waarbij het op aan komt dat de nieuwe lassen niet opvallen. Misschien maak ik me daar drukker over dan het publiek dat het voor het eerst ziet en alles als zo bedoeld ervaart. Voor de voorstelling vroeg een van de medewerksters of het nou niet saai is om elke avond hetzelfde te moeten zeggen. Nee. Er komen zoveel noodzakelijke en terloopse gedachten bij in die uitzonderlijke staat van bewustzijn dat de herhaling van een tekst juist bijdraagt aan de roes. Zoals in een mantra waarin de voortdurende herhaling van een tekst tot bevrijding van de geest kan leiden. De weg naar de leegte. Het is tegenwoordig gebruikelijk de artiest voor opkomst ‘veel plezier’ te wensen of hem ‘geniet ervan’ toe te voegen. Zinloos.​Voor dergelijke ervaringen is geen tijd. Je betreedt een ruimte, waarin je vrij en gebonden tegelijk bent, terwijl je de vrijheid niet als mateloos ervaart en de gebondenheid niet als beperkend. Ik maakte gisteravond één verspreking. Ik zei ‘geheugen’ in plaats van ‘geweten’. Die had ik al eerder gemaakt. Alsof het geheugen het geweten wil verdringen. Naar de leegte leidt geen spoor.

18 december 2019

Lied behorende bij deze tweet:

Ja een haai heeft scherpe tanden
Duidelijk zichtbaar bovendien
Maar als De Neus zijn macht laat gelden
Is het niet om aan te zien
Aan de oever van de Amstel
Vallen mensen op de grond
Niet als gevolg van pest of cholera
Het gerucht gaat De Neus waart rond
Een bankier was een der eersten
In een lange rijke rij
Er volgden vele liquidaties
Maar De Neus was er nooit bij
Fotografen journalisten
Artiesten zelfs College Tour
Poseerden proostend met het biertje
Waarvan de brouwer was ontvoerd
Als zijn gabber tevens zwager
Plots het leven laten moet
Wijzen velen in zijn richting
Maar De Neus doet of hij bloedt
Na jarenlang te zijn vernederd
Kwamen zijn zusters uit de kast
Hun verraad vermoordt de onschuld
Waarin De Neus zijn handen wast
Astrid een boekje open
Openhartig nooit vertoond
Ze verkocht driehonderdduizend
En zo zie je misdaad loont

17 december 2019

Gisteren had ik een vrije dag. Ik belde met de gepensioneerde cabaretcriticus P. vd H. die de voorstelling zaterdagavond bezocht had. Hij schrijft nog voor de onvolprezen Theaterkrant, maar een collega was hem voor geweest. Jammer, want P. was erg te spreken over de voorstelling. Ook over de recensie trouwens. Door het geëmmer met stoelen voor de laatkomers was een ontspanning ontstaan die hem verwachtingsvol had doen onderuit zakken. Waarom blijft het begin van de avond zo precair terwijl publiek en artiest hetzelfde verlangen koesteren? Veel hangt af van het verwachtingspatroon van het publiek. Eigenlijk treed ik de zaal nog altijd tegemoet als in de beginjaren van Neerlands Hoop. Toen het publiek nauwelijks te houden was en elke poging om de zaal te beteugelen tot nieuwe hilariteit leidde. In kleine zaaltjes in de provincie wil, omdat het publiek elkaar kent, nog wel eens die stemming heersen. Toen ik solo ging was er sprake van ontzag. De Komiek begon met bijna acht minuten stil spel. Ondenkbaar nu. Wanneer precies de kentering naar een zekere spanning is gekomen weet ik niet. Misschien ben ik in de loop der jaren wat strenger geworden en is het publiek iets bezadigder. ​Bij De Canon in Carré liep ik de tweede avond op, op de tonen van New York, New York in de uitvoering van Frank Sinatra. De stemming zat er gelijk in. Misschien is mijn verwachting wel te hooggespannen. Ga ik er van uit dat het publiek er klaar voor is, terwijl er nog te veel door hun hoofd spookt, waardoor het de eerste lach missen waardoor ik denk: o jee wat moet dit worden? De toeschouwer stelt zich steeds afhankelijker op.

16 december 2019

Gisteren ben ik de deur niet uitgeweest. Het werd een dagje rondlummelen. Als ik niet vijf x in de week optrad, zou ik me schuldig gevoeld hebben. Ik heb een ziekelijk arbeidsethos of is het gewoon aandachttrekkerij? (Tip: Stel nooit een rethorische vraag via de sociale media) Ik heb wat van de papieren opgeruimd die op de foto bij de vorige blog te zien waren. Daar zaten een paar van die kleine briefjes met een plakrandje aan de achterkant tussen, waar ik iets opgeschreven had. Iets wat op het moment van noteren van levensbelang was en maar wat nu bezien onbegrijpelijk en soms zelfs onleesbaar is. Een dag of langer rond lopen met het je proberen te herinneren van een geniale inval, is geen pretje. Ik klamp me daarom vast aan de geruststellende gedachte: als die inval zo geniaal was, komt ie altijd weer boven drijven. Wat niet dubbelblind bewezen en daarom onzin is. Verloren gegane invallen zijn overleden vrienden. Ze keren niet weerom. Dus schrijf ik ze, als het even kan, in de haast, in de auto of op de wc, in het donker, in de regen, in de metro op. var- varia , zelfmoord bestonden 10 jaar, 98-70, alles is vorm, hel cloud bereik, ze ​moesten tegen Alzheimer bridgen en ze verloren, laatste druppel . Het vet gedrukte zit op de een of andere manier in het programma. De andere notities zijn onbegrijpelijk geworden of bleken ongeschikt. Zo schijnt de librettist van JS Bach, Picander ooit op een briefje gezet te hebben: Jauchzet Frohlocket! Ik heb het vet gedrukt want Picander heeft zich zijn inval herinnerd en uitgewerkt. Luister wat Bach er mee deed: https://www.youtube.com/watch?v=rUcdKa3wkHo

15 december 2019

Gisteravond speelde ik in het Westergastheater.
Ik was al even bezig toen ik lichttechnicus Daan W. aan de zijkant van de tribune met losse stoelen in de weer zag. De deur ging even open en ik zag een vijftal drentelende mensen op de gang een verlangende blik naar binnen werpen.
Laatkomers.
De laatkomer heeft een bijzondere status in het theater. Van uiterst storend tot zeer welkom. Bij een voorstelling waarbij de optredende zich rechtstreeks tot het publiek richt, kan hij de beoogde samenzwering tussen artiest en publiek aangenaam versnellen.
Er ontstond een komische stoelendans aan de zijkant omdat iedereen zijn best deed vooral niet te storen. Ieder antwoord van de laatkomers op mijn vragen werd door de toeschouwers met een gulle lach ontvangen, opgelucht als ze waren zelf niet in de netelige positie van pispaal te zitten.
De laatkomers bleken de wandeling van de geparkeerde auto naar het theater te hebben onderschat. Ik gaf een korte inhoud van het reeds gespeelde, daarbij de optijdkomers de kans te geven om te laten horen hoe goed ze hadden opgelet en ze af en toe te verrassen door met een variatie te komen.
Toen de laatkomers, na de versnelde inburgeringscursus, eenmaal geïntegreerd waren, was de stemming optimaal.
Bij een optreden v.an de legendarische conferencier Lou Bandy, de grondlegger van de conference in ons land, zocht een laatkomer nogal omstandig zijn stoel.
‘Is de koning gezeten?’ vroeg Lou geïrriteerd.
Waarop de laatkomer antwooordde: ‘Ja, de nar kan beginnen!’
Tip: Toon het publiek nooit je ergernis!

14 december 2019

Gisteren was ik weer in het Westergastheater. Tot nu toe heb ik in deze blogs nog niet veel losgelaten over de inhoud van mijn programma. De belangrijkste reden is dat ik niets wil verraden. Er van uitgaande dat je verheugen op iets, niet doodgedrukt mag worden door een opgeklopt verwachtingspatroon. Wat de komende maanden onvermijdelijk gaat gebeuren met het Eurovisie Songfestival en de F1 Grand Prix in Zandvoort. Een gebeurtenis krijgt niet meer een kans een gebeurtenis te worden tijdens de gebeurtenis, zei ik erover in De Lachgasfabriek. Zei ik, want de zin is er inmiddels uit. Niet met opzet overigens, sommige grappen en beweringen verdwijnen opeens. Zo vecht een bosje rozen uit Israel ook al weken om een plaatsje. Nu ben ik het weer twee avonden achter elkaar vergeten. Vanavond zal het er weer in zitten. Goed, waar gaat het in De Lachgasfabriek allemaal over? Hoofdthema is Het Geweten, de persoonlijke scherprechter in te maken keuzes. De Duits Amerikaanse filosoof/psycholoog Erich Fromm constateerde lang geleden al dat het geweten veel aan betekenis had ingeboet. Zijn geweten en handelen in evenwicht is er sprake van vertrouwen (innerlijke rust). Verlegen is men als het geweten het handelen voor de voeten loopt, overmoedig als ​het geweten een geringe rol speelt bij het maken van een keuze. En als vanzelf komen we dan bij het boerenprotest, de gewetenloze misleiding van het populisme, de schandelijke uitbuiting van kinderen, de meedogenloze mensenhandel. De steeds groter wordende onmacht van mensen om deel te nemen aan een steeds krankzinniger samenleving. Er is maar een ontkomen aan: De Lachgasfabriek.

13 december 2019

Gisteren speelde ik voor de vijfde keer in het Westergastheater. Direct na afloop volgt het applaus. Dat ik dan in ontvangst moet nemen. Armoedig cliché, plichtmatig applausje, buigen en wegwezen, dacht ik toen de roem zich vestigde. Maar een zangpaedagoge, die ons optreden bezocht had, vond mijn houding schandalig. Ze prentte mij in met gepaste aandacht te bedanken. ‘Daar hebben de toeschouwers recht op. Ze proberen hun dankbaarheid uit te drukken met de beperkte middelen die ze hebben.’
Dus ik buig. Er gaat even niets door mijn hoofd. Ik loop naar de trap. Hella komt naar beneden. Ik help haar de laatste treden af. Als ze het podium betreedt, zwelt het applaus even aan. Wij buigen naar elkaar. Een ontroerend moment. Dan loop ik naar de kleedkamer en ontdoe mij van de microfoons. Wissel een paar woorden met Peter de B., die hele avond met de Ipad op schoot de voorstelling heeft gevolgd. Hij weet precies wat hij zo direct na afloop tegen mij moet zeggen. Hella wil nog wel eens meteen op een onvolkomenheid wijzen waar ik dan even geen behoefte aan heb. Zeker niet aan het begin van de serie als er nog zoveel is dat niet klopt. Liever later, op de terugweg inde auto. Eenmaal aangekleed meng ik me tussen mensen. Te beginnen met de gasten. ​Complimenten in ontvangst nemen is niet mijn sterkste punt, maar dat ik mijn prestatie relativeer vinden de gasten weer niet nodig. Onbekenden knikken mij lachend toe. Steken een duim op. Een enkeling spreekt mij verlegen aan: ‘Dat dansen hoeft voor mij niet’. Een ander zegt zich verontschuldigend: ‘Die droom moet u er uitlaten. Te pijnlijk’ Ik ga naar huis en overdenk alles.

12 december 2019

Gisteren speelde ik voor de 4e keer in het Westergastheater. Het idee om voor die locatie te kiezen ontstond uit het verlangen om in de maand december in Amsterdam op te treden. De afgelopen jaren was ik regelmatig in het (Nieuwe) DelaMartheater te vinden rond die tijd, maar op de een of andere reden wilde ik maar geen vaste gast worden. Wat een rol speelde was dat ik de jaarsconference moest inspelen. Op mijn speurtocht naar het juiste theater passeerden het vertrouwde Compagnietheater (bezet) en het Shaffytheater (wordt verbouwd, bijna klaar trouwens).

Het Westergasterrein, ooit door inspanningen van de deelraad West tot monument verheven met een culturele creatieve bestemming, bood ook plaats aan een theater met 200 plaatsen. Het werd de thuisbasis van MC Theater een intercultureel productiehuis. Toen Cosmic failliet ging en de subsidie stopte was het gedaan met de vaste bespeling en moesten verhuringen wat geld in het laatje brengen. Mijn vraag om er te mogen spelen, viel samen met de ambitie van de nieuwe directie (Duncan Stutterheim) om het theater regelmatiger te laten bespelen.

Met een compleet theater ben je er nog niet. We pioneerden weer eens. Wie verkoopt de kaartjes? Wie richt de keuken (Green Room) in? Wie controleert? Wie maakt ​schoon? Hebben we beveliging nodig? Doen we wat aan horeca? Dat laatste had ik liever niet als extra complicatie, in de directe omgeving was voldoende eten en drinken, maar op het laatste moment doemden er twee mensen en een expressoapparaat op. Gelukkig hoef ik me geen zorgen te maken over de rendabiliteit ervan. Intussen heb ik een optie genomen op volgende jaar. Zelfde periode.

11 december 2019

Gisteravond mocht ik weer in het Westergastheater. Het ging niet zo lekker. Zulke avonden heb je ook. Dat het naar je eigen idee onbevredigend was, terwijl het publiek het een prima voorstelling vond. Waar lag dat aan? Straf voor mijn openhartigheid? Het is gewaagd om zo gedetailleerd in te gaan op iets dat in feite niet te verklaren is. Omgeven wordt door weinig rationele zaken als toeval, inspiratie en genade aan de kant van de artiest en openheid, smaak en overgave ter zijde van het publiek. Er komt als vanzelf bijgeloof bij kijken.
Ten tijden van Neerlands Hoop konden wij ons vermeien (opstelwoord) door op het toneel te fluiten. Dan werden we keer op keer door een oude toneelrot terecht gewezen. Er zouden door ons gefluit demonen ontwaken die rust zochten in de krochten van de schouwburg. De kwade geest van een gefrustreerd regisseur of een bedrogen actrice. Wij achten ons toen superieur aan bad vibrations . Had ik nu de goden verzocht?
Gisteren begon ik, voor het eerst, meteen te spelen. Te acteren dus. Ik trok een vierde wand op. Dat vinden de toeschowers tegenwoordig niet prettig. Men voelt zich buitengesloten. Wil van mij horen dat ik ze zie zitten.​Een oorzaak zou ook te vinden kunnen zijn in het feit dat ik te lang van te voren in het theater aanwezig ben. Te lang omgeven door kunstlicht. Dat ik de spanning naar de voorstelling verlies. Misschien voelde ik onbewust, want ik heb er tijdens het spelen geen tel aan gedacht, dat Ajax ten onder ging in de Arena. Ook daar ontbrak het even aan scherpte. Ik kan het gelukkig vanavond alweer rechtzetten.


10 december 2019

Gisteren had ik alweer geen voorstelling. Er verscheen een recensie op de site van De Theaterkrant. Een goeie. Dat wil zeggen de voorstelling werd als goed beoordeeld, kreeg zelfs een gouden badge.

Of de recensie goed was? Ik heb heel wat recensies gehad in mijn leven. Van algehele, bijna kritiekloze jubelende tot halverwege de jaren negentig tot de wat geïrriteerd gedogende van de laatste jaren. De literaire kritiek heeft me terug in mijn hok gejaagd, de televisiekritiek is nooit serieus geweest, behalve ten aanzien van de Holland Festivalserie de Noodzaak van en Zomergasten. Allebei vernietigend. Zowel De Grens als De Vergrijzing zijn goeddeels genegeerd.

Ik kan me de laatste jaren niet onttrekken aan het gevoel dat de critici me uit alle macht met beide benen op de grond willen houden. Uit liefde vooral. Enfin, ik maak wat ik maak met dezelfde passie als toen ik begon.

Een goede recensie is belangrijk omdat mijn publiek niet op basis van het vorige automatisch het volgende boekt. Waarom dat zo is, is me een raadsel. Laten we het houden op het onberekenbare, de behoefte om te zingen en het voortdurend wisselen van theater.

Mijn imago heeft er zeker ook mee te maken. Wat vroeger spannend en uitdagend was, wordt ​nu als storend en aandachttrekkerig ervaren. Voornamelijk op de social media wel te verstaan.

Het enige wat telt, is de voorstelling. Die moet aan een paar voorwaarden voldoen: volledige inzet, grote beheersing en eigenzinnige kijk op de wereld. Of de Lachgasfabriek daar aan voldoet? Kom, oordeel zelf.


9 december 2019

Gisteren was ik thuis. We maakten de wandeling om het dorp, die altijd begint met de vraag: of we eerst langs het strand lopen of langs de volkstuintjes? We kozen voor het laatste. Die begint bij het Echobos met halverwege de Echomuur die om duistere reden een echo laat weerklinken indien op de juiste plek in de juiste richting iets geroepen wordt. Meestal: ‘echo!’. Zoals in Jeruzalem de othodoxe joden deinend ‘klaag’ roepen tegen hun Muur.

Iets verderop staken we bij de Joodse Begraafplaats om de Googweg over naar het weggetje met de knotwilgen. We liepen op een van de bunkers van de Hollandse Waterlinie af, een verdedigingsmiddel dat zijn tijd gehad heeft en tot monument verheven is. Zo gaat dat. We kregen een gesprekje met een oudere dorpsbewoner die ook in de categorie Monumenten valt en daarom een rollator voortduwde. Over dat het nooit goed komt in de wereld en dat er altijd wel wat is en hoe gelukkig we ons mogen prijzen in ons mooie dorp.

We liepen langs de aanleunwoningen van de Flevohof, het voormalige bejaardenhuis, dat in handen van een beursgenoteerde zorggigant gevallen is. We stonden bij het kunstgrasveldje even stil om de ballende jeugd gade te slaan. We keken ​elkaar aan: gaan we de hele ronde doen of gaan we lekker naar huis? We staken af.

We hebben nog een praatje met een dorpsgenoot die al 46 jaar in het dorp woont. Wij 42 jaar. Hoe het weitje voor zijn deur in handen van een projectontwikkelaar was gevallen en dat de gemeente nog net op tijd ingrepen had. Waardoor gelukkig alles bij het oude bleef.


8 december 2019

Gisteren speelde ik opnieuw in het Westergastheater. De hele sfeer, de opwinding van het publiek, de gretigheid van de bespeler en het enthousiasme van de medewerkers, roept herinneringen op aan 50 jaar geleden toen we met Neerlands Hoop in het Shaffy Theater onder vergelijkbare omstandigheden begonnen aan ons avontuur.

Na afloop kwam een vriend die me al jaren volgt op me af met de vraag: ‘Hoe is het toch mogelijk?’ Ik weet het niet en dat is maar goed ook. denk ik. Genade.

Nu begint alles op zijn plaats te vallen. Nu komt het ritme aan bod. In het begin van de ontwikkeling krijgt al het bedachte nog dezelfde nadruk en wordt met dezelfde urgentie gebracht. Allengs wordt duidelijk waar het verstandig is wat gas terug te nemen en elders wat meer te geven.

Hoewel timing in grote mate een kwestie van natuur en gevoel is, komt nu ook de plaatsing van de frappe, de clou aan de orde. Dat even durven wachten waar Toon Hermans de meester in was. Soms hoorde je het publiek de ‘grap’ fluisteren, in elk geval denken en dan maakte Toon ‘m. Geestig, net niet oubollig.

Ook opmerkelijk is dat bepaalde dingen, die om diverse redenen weggezakt waren weer terugkeren en hoe er terloops ook weer nieuwe invallen aankoeken. Steeds duidelijker wordt hoe het programma in elkaar steekt en dat had tot gevolg dat ik het einde ingrijpend veranderd heb.

Wat ik geleerd heb, is dat je nooit moet hechten aan je materiaal. Het is niet meer dan een middel. Er is altijd een beter middel om je doel te bereiken.


7 december 2019

Gisteren speelde ik in Amsterdam, in het Westergastheater. Ik was daar voor het eerst, wat ook gold voor het publiek. Apart zo’n vuurdoop.

Alles was op tijd klaar. Zelfs de in allerijl van stal gehaalde foto’s die glans gaven aan de Groningse expositie, hingen. De eerste voorstelling van een serie en dan zeker op een nieuwe lokatie is vooral spannend met betrekking tot de vibraties. Wat trilt er? Hoe valt het? Hoe reageert de zaal? Hoe moet je timen? Ik begeef me op een terrein waar de wetenschap nog weinig onderzoek heeft losgelaten al weet Eric Scherder wel precies in welk deel van het brein zich zich deze waarnemingen afspelen. In grote lijnen tussen de oren.

Je weet eigenlijk al na een halve minuut of het zaaltje deugt of niet. Toch blijft het de hele avond en ik weet niet of ik deze vergelijking al eerder gebruikt heb, met de voeten schuifelen over jong ijs. Af en toe schrik je terug van een gekraak van een scheur die zich snel vertakt, dan weer glijd je soepel ijsvloer die je zacht zingend lijkt te verwelkomen . De eerste schaterlach nestelde zich behaaglijk in de hoeken van de zaal.

Robert Jan S. die dit schrijven onderbrak met een telefoontje, vertelde hoe hij zich bij een optreden met de Nits in het Olympia in Parijs omringd voelde door de geest van het Franse Chanson. Wat later, na een ingrijpende verbouwing, nauwelijks meer het geval was. In het Compagnietheater is het nooit echt vanzelf gegaan . Het verbouwde DelaMar speelde minder makkelijk dan de ouwe bak. Carré blijft Carré.

Het is een genoegen om het Westergastheater in te spelen.


6 december 2019

Gisteravond vierden wij Sinterklaas. Onze kleinzoon kreeg een koptelefoon dus die is voorlopig onder de pannen. Opgelucht kan het land ademhalen: weer een ‘zwartepiet’ doorstaan. Het is te hopen dat de kinderen van nu straks niet denken dat de traditie van het Sinterklaasfeest schuilt in het elkaar op de huid zitten. Later op de avond keek ik naar de documentaire over Margeret Atwood, de onlangs met de BookerPrice gelauwerde Canadese schrijfster. Het toeval wilde dat ik luttele ogenblikken later boven in bed de laatste bladzijden van haar meesterwerk Het verhaal van de Dienstmaagd las. Daar was ik net voor De Lachgasfabriek aan begonnen. Ik maakte er een gewoonte van om voor het slapen gaan een hoofdstukje te lezen. Dat was meestal niet veel meer dan zeven bladzijden. Dat heeft naast bezwaren, het dreigt los zand te worden, ook zijn voordelen: je leest intenser. Zoals ze in de documentaire opmerkte was het perspectief van de vrouw een belangrijk uitgangspunt van haar dystopie. (Het tegenovergestelde van een utopie) Daar werd eens te meer duidelijk wat er gebeurt als we op vooroordelen gebaseerde vanzelfsprekendheden in de wet gaan vastleggen en in rituelen verwerken. Dan ​wordt, in dit geval, de vrouw teruggebracht tot baarmoeder. Hetzelfde geldt voor onze sluimerende ideeën over anderen vooral als uiterlijke kenmerken ze makkelijk als groep duidbaar maken. Onze op oerangst gebaseerde vooroordelen, vinden overal een weg om verder te woekeren in dromen van een samenleving waar een superieure soort bepaalt. Volgend jaar kunnen we weer zien wat we dit jaar aan inzicht gewonnen hebben.


5 december 2019

Gisteren was ik vrij
Vrij ben ik als ik niet hoef te spelen
Spelen zo noemen wij artiesten optreden
dus als ik niet speel ben ik vrij
als kind speelde ik als ik vrij was
Vandaag heb ik andere taken
ik moet gedichten maken en niet alleen de mijne
maar ook de hare en de zijne
want ‘dat is geen probleem voor jou
jij schudt die dingen uit je mouw’
De vader van mijn vrouw was dichter
maar niet met Sinterklaas
dan was hij even niet thuis
Nou ja de deur van zijn kamer zat op slot
Bij ons werd er helemaal niet gedicht
Ik kan mij verrassend weinig Sinten herinneren
Een toen Zwarte Piet ons dienstmeisje
onzedelijk betastte
(er zitten heel wat moderne taboes in die zin)
De tweede betrof het verhaal van mijn vader
het kindertrauma werd ieder jaar op 5 december opgerakeld
Vader (kleine André) had een trein gevraagd
De pakjesmand raakte snel leeg
Er bleef een vrij grote doos over
Voor André
Mijn vader pakte een legpuzzel uit
Van een trein.
Een vast cadeau voor mij was een vulpen
die ik vaak voor de kerst al weer kwijt was
​Ik had niet eens tijd gehad om er aan gehecht te raken
Prettige pakjesavond.


4 december 2019

Gisteren was ik in Amersfoort in het Onze Lieve Vrouwe Theater. De laatste reisvoorstelling. We hebben in een maand ruim 5000 kilometer afgelegd. We konden nog van de maximum snelheid van 130 km/u profiteren. Wat in totaal 35 minuten scheelde. Naar Mars is een snelheidsbeperking vervelend, op het traject Amersfoort-Muiderberg is hij te verwaarlozen. In de show beweer ik dat ik door allerlei handigheidjes in mijn leven inmiddels zoveel tijd heb uitgespaard dat ik, als ik doodga, waarschijnlijk tijd over heb. Een half uurtje voor aanvang kwam de gastvrouw zich voorstellen. Dat ging gepaard met het aanbieden van de consumptiebonnen. Altijd weer een plechtig moment. Na onze dankbetuiging vroeg de gastvrouw tamelijk plompverloren of ik zenuwachtig was. Daar kun je van allerlei dingen bij denken. Bijvoorbeeld of de gastvrouw wel de aangewezen persoon is om drie kwartier voor de voorstelling aan de optredende artiest te vragen of hij zenuwachtig is. Stel je voor dat hij dat is en dat je daar vooral geen aandacht op moet vestigen om dat hij wel eens een zweetaanval kan krijgen waar de vochtafscheiding van Prins Andrew klein bier is vergeleken.​ Ze heeft geluk: er is volkomen balans in wat het publiek van mij vraagt en wat ik te bieden heb. Een betere vraag was geweest hoe het gesteld was met de concentratie. Dan had ik kunnen zeggen: die is het moeilijkst op het moment dat je voor het eerst uit je hoofd gaat spelen. Dan valt er iets van de rust weg die het geheel biedt en spring je gehaast van detail naar detail in je hoofd uit angst iets te vergeten. Na afloop stroomden de reacties op Volle Zalen binnen.


3 december 2019

Gisteren trad ik niet op. ’s Morgens nam ik een kijkje en hoortje in de studio van Frans H., waar Reyer Z. zijn filmmuziek voor De Vogelwachter opneemt. De nabewerking van een film heeft een enorme vlucht genomen. Niet alleen is het mogelijk visueel met special effects het onmogelijk geachte te doen, de sountrack krijgt ook steeds meer nuance. Nodig om de mogelijkheden van een steeds geraffineerder geluidsreproductie zo goed mogelijk te benutten. Daarna ging ik even voetballen wat er de laatste weken bij ingeschoten was (geen woordspeling). Sjaak S. maakte zich in de kleedkamer nogal druk over de mondigheid van Noa Lang. De hattrick tegen Twente was voor Sjaak niet voldoende om nu al te doen of hij (Lang) de opstelling kon bepalen. Tijd voor de post daarna. Een (eerste!) reactie op het, na de voorstellingen van De Canon, gratis verstrekte boekje ‘Freek viert Carré’. Een van de verhaaltjes, over een incident in Carré tijdens de laatste voorstelling van De Mars live door de radio uitgezonden eindigde met: ‘Ik weet niet of de opnamen ervan bewaard zijn. Ik hoop van niet’. Jos L. schreef: ‘Die 29e augustus in 1981 zat ik met mijn cassetterecorder in de aanslag klaar toen de live-uitzending begon. Het bandje heb ik 25 ​jaar bewaard, en toen ik mijn cassetterecorder en de cassettes de deur uitdeed, heb ik er een mp3 van gemaakt. Die staat nog op mijn harde schijf. Wat ik mij herinner (ik heb het niet teruggeluisterd) is uw boosheid. Ik dacht dat u de twee onverlaten te lijf zou gaan.’


2 december 2019

Gisteren hoefde ik niet te spelen. ’s Middags zaten we in de Stopera bij Die Walküre van Richard Wagner. Een hele zit, qua tijd. De voorstelling duurde vijf uur en kende twee pauzes. Maar het ‘Gesamtkunstwerk’ zoals de componist-librettist het graag noemt, boeide van de eerste tot de laatste minuut omdat alles tot in de details klopte. Het decor was overrompelend: een kolossaal houten wiel dat schuin omhoog stond wat van de fantastische solisten extra concentratie en inspanning vroeg. Om optimaal te genieten van het gebodene kan men het beste van te voren grondig bestuderen waar het over gaat. Dan kun je de dirigent gadeslaan die zijn orkest en de solisten aanstuurt, dan heb je oog voor sublieme kostuums en oor voor de emotie in de zang. Ik was gedwongen af en toe van de boventiteling gebruik te maken wat afleidt temeer daar die met multifocale glazen moeilijk leesbaar is. Misschien heb je bij de opera multivocale glazen nodig. Heel merkwaardig in deze hallucinerende ervaring was dat aan het eind van de voorstelling, wanneer boodschap en ontroering naar een climax leiden, twee percussionisten opeens in hun pogingen zo onopvallend mogelijk plaats te nemen in het orkest dat op het toneel zat de volledige aandacht opeiste.​Pierre Audi, de regisseur die een rij voor ons zat. moet door de grond gegaan zijn. Ik voel nu al de pijn van straks aan het eind van de uitzending van De Lachgasfabriek als verschijnt volgens protocol, rechtsboven in beeld de aankondiging van het volgende programma verschijnt. Een kras in het ‘Gesamtkunstwerk’.


1 december 2019

Gisteren was ik in Hellevoetsluis in theater De Twee
Hondjes. Een speelse naam. Waar die vandaan komt leest u op de site van Jan Dirk Snel.
https://jandirksnel.wordpress.com/tag/twee-hondjes/
Het was de zeventiende try out van dit programma. Hij duurde precies anderhalf uur en ik deed hem helemaal uit mijn hoofd.
Er was een moment dat ik aan Hella, die elke avond achterin de zaal achter de lichttafel zit, vroeg wat er er nù kwam. Het publiek vraagt zich op zo’n moment af: hoort dit er nu bij of niet?
Gisteravond wel, maar straks niet meer.
Theaterwetten, bij Neerlands Hoop hadden we er een sport van gemaakt ze te overtreden. Maar elke overtreding leidt tot een nieuwe, of vernieuwing van de wet.
Het is een eeuwig gevecht tegen het door het verwachtingspatroon opgedrongen cliché.
In het begin klamp ik me vast aan de lach, later, als het inhoudelijke zich begint op te dringen, probeer ik de goedkoopste grappen te laten vallen.
Voorbeelden graag, hoor ik u denken, daarmee een taboe van deze blogjes aansnijdend: niet te veel verraden. Maar de grappen over het procesje rond onze wildplasser Marco Kroon spreekt de laagste lusten in een komiek aan: de woordspeling.
Op de terugweg, het futuristische verleden van Pernis, hebben we het over wat ik vergeten ben. Dat blijkt nog behoorlijk veel. Maar er waren ook verrassende toevalligheden. Iets wat door vergeten en alsnog herinnerd, op een betere plaats viel.
Het blijft genieten.


30 november 2019

Gisteren waren we in Woerden in Het Klooster. In verband met de vrijdagspits vrij vroeg. Het Klooster is behalve een theater met zo’n 180 stoelen, ook een cultureel Centrum. In de ruimte naast de kleedkamer repeteerde een dansklas, iets verderop in het gebouw kreeg iemand drumles en intussen speelde een theatermedewerker met een vinger sinterklaasliedjes op de piano. Dat laatste viel buiten het kader van de kunstzinnige vorming natuurlijk. Terwijl Hella Woerden ging verkennen, nam ik de overgangen in de show door. De afzonderlijke nummers zitten er nu wel zo’n beetje in. De rode draad, een verhaal van een over de randjongere, is in stukjes geknipt en verdeeld over de voorstelling. Iedere nummer eindigt met een pointe en soms sluit het fragment van de rode draad daar op aan, zoals ook het einde daarvan vanzelf naar het begin van een nieuw nummer leidt, maar soms ook niet. Dan, als het geheugen niet op associatie kan werken, moet het geholpen worden door de kracht van de herhaling. Mijn ervaring is dat na tussen de 30 en 40 keer spelen de stof zodanig is opgeslagen dat je er op allerlei manieren mee aan de slag kunt. Sterker nog dan komt er weer ruimte in het brein om aan andere dingen te denken. Die meestal leiden tot inprovisaties, maar soms ook​ over zaken gaan die niets met het programma te maken hebben. Wat doen we met Bouterse met de Kerstdagen? Maar zover is het nog niet. ‘Opa heb je sigaretten bij je’ moet naadloos worden gevolgd door: ‘Wist u dat Trump ooit begonnen is met een Bed and Breakfast?” Het brein piept en kraakt.


29 november 2019

Gisteren had ik geen voorstelling
Waar denk aan als je nergens aan denkt? dacht ik vanmorgen
Poëzie moet dat wat het brein vermoedt verwoorden
Waarom is willen begrijpen vooral bij poëzie zo’n barrière?
Kun je racisme oplossen met meer camera’s in het stadion?
Tygo hield zijn teen in het zwembad van de psychatrie
Koudwatervrees voor zelfverminking
Wij hebben deze wereld zo gemaakt en gaan onverdroten door
De bladblazers voor mijn deur jagen de herfst op stapeltjes
Je zal maar slak zijn of duizendpoot
In mijn zalen zitten mensen die er om willen lachen
die er om kunnen lachen
Ik maak ze aan het lachen
Ik kan niet anders
Wil ik anders?
Nee ook niet
In Muiden jubileerde een vrouwenkoor
Verzamelde onschuld
Goede wil
De vreugde van het samenzijn
Wat hebben we er van gemaakt?
Geheel verzorgd is ons ideaal
de dood heeft onze aandacht
intussen we leven we er op los


28 november 2019

Gisteren was ik weer in Rotterdam, in Kantine Walhalla. Tijdens de voorstelling speelde Ajax in Lille tegen Lille. De mensen vragen zich wel eens af of ik dan als supporter van Ajax tijdens de voorstelling wel eens aan de wedstrijd moet denken. Geen seconde, luidt het antwoord. Ik zou bijna zeggen: net zo min als de Ajax-elf zich zorgen maken over mijn voorstelling. Tegelijkertijd juist en onjuist. Ajax weet niet van mijn bestaan. Maar wij zijn allemaal wel allebei 100% geconcentreerd en dat betekent dat je gefocused bent op je taak, om het met Cruijff te zeggen. In 1984 had Nederland zich bijna voor het EK voetbal in Frankrijk geplaatst. Spanje moest met 11 doelpunten verschil van Malta winnen. Ik speelde die avond in het Circustheater in Scheveningen. In de pauze hoorde ik de uitslag en die ik meldde ik direct na de pauze. Luid gelach. Niemand geloofde me: 12-1 voor Spanje. Nederland was uitgeschakeld. Met enige regelmaat word ik aangesproken door mensen die er die avond bij waren en die dat hun hele leven hebben meegedragen. Het was het immobiele tijdperk. Tijdens een voorstelling was je als publiek volledig afgesloten van de wereld. Toon Hermans heeft vanaf het toneel wel eens gezegd: ‘Honderd ​meter verderop in het café staan twee mannen te biljarten’. Een mooie relativering van het absolute van de voorstelling. Gisteravond stormde een jongetje van twaalf bij Lille-Ajax tijdens de tweede helft op zijn idool Zyech af, die hem liefdevol omarmde. Een even mooie relativering van een nog onaantastbaarder fenomeen.


27 november 2019

Gisteren was ik in Rotterdam, Kantine Walhalla. Het geheugen is niet alleen je grootste vriend, maar ook een gevaarlijke voyeur. Na twee dagen rust, waarop vooral geldt: niet te krampachtig naar de tekst kijken, nestelt zich een herinnering aan de reacties van het publiek. Die is meestal gekleurd in positieve zin. Dat kan frustreren als je weer gaat spelen en denkt lachten ze daar vorige keer niet harder om. Als dat twee, drie keer na elkaar gebeurt, kan er twijfel en onzekerheid in je hoofd kruipen. Irritatie. Dan komt het aan op jezelf aanpakken, de geest vrijmaken. De sportman zal het herkennen. De herinnering aan wat fout ging snel loslaten, wissen. Vooral bij golf kun je zien hoe veerkrachtig grote spelers omgaan met een inzinkje. Bij tennis kan de houding van de zich verloren gewaande speler ineens omslaan nadat hij, omdat hij toch gaat verliezen, va banque kan spelen, daardoor een paar winners slaat en een matchpoint wegwerkt. De tegenstander even minder geconcentreerd omdat hij dacht dat hij er al was, schrikt: wat gebeurt er nu opeens? De wedstrijd kantelt. Gisteren dus Rotterdam. Daags na het proces rond de wildplaskwestie met kopstoot van Marco Kroon, het wachtgeld van Klaas Dijkhof ​en de falsche Schritt van Marco van Basten. De voorstelling liep daardoor tien minuten uit. Een geslaagde improvisatie werkt als doping. Opeens kost het geen moeite meer. Lichaam en geest vloeien in elkaar over. Mystiek.


26 november 2019

Hilbert Walstra in Bolsward

Gisteren was ik in Bolsward. Niet om op te treden, Peter de B., sinds jaar en dag trouwe steun op het podium, en ik brachten een werkbezoek aan Walstra Antieke Bouwmaterialen. We gaan toch nog proberen een decor te maken zonder daarbij de ruimte die er nu -dankzij de leegte- op het toneel is, te verliezen. Een van de belangrijkste voorwaarden voor een goed decor is functionaliteit. Op het plaatje ben je snel uitgekeken. Die functionaliteit ontstaat vaak in de try-out periode en dan meestal bij toeval. De eerste keer voel ik me meestal diep ongelukkig in het nieuwe decor. Alles wat tot dan toe vanzelf liep, lijkt opeens geforceerd. Wat moet ik hiermee? We gaan waarschijnlijk iets met deuren doen. Hilbert Walstra ken ik van nog via Jopie Huisman, ze deelden een passie: antieke tegels. Jopie was de legendarische lompen- en metalenman, die als fijnschilder het tot een goed bezocht eigen museum in zijn geboorteplaats Workum heeft gebracht. Jopie was een meesterverteller met een scherp oog voor het menselijk tekort. Liefde en mededogen klonk altijd door in zijn verhalen over de kleine mens in de grote wereld. Daarnaast verzamelde Jopie schoenen, sleutels, hoeden, vaasjes om te schilderen maar ook om neer te zetten.​Hij kon je dan, als je op bezoek kwam, met zijn kolossale handen een paar kinderschoentjes laten zien, die meteen ontroerden omdat er een verhaal van een opgroeiend kind zichtbaar werd. Hilbert heeft diezelfde liefde voor de dingen en verdomd, op zeker moment liet hij me een paar kinderschoentjes zien. Precies zoals Jopie dat kon doen. Met eerbied.


25 november 2019 Op bezoek bij CTO ’70
“Vanmiddag was ik bij CTO ’70 om prijzen uit te reiken en het spandoek te onthullen. Ons ideaal is dat langs alle voetbalvelden deze woorden staan. Onze Freek & Hella de Jonge Stichting betaalt.”

Ray Semmoh, met wie ik regelmatig een rondootje speel bij Zeeburgia, zag daar de borden achter de doelen. Reclameborden met de woorden Vertrouwen, Discipline en Concentratie.
Die waren betaald door de Stichting van Hella en mij. Toen Ray vroeg of die ook bij CTO ’70 geplaatst konden worden zei ik onmiddellijk: ‘ja!’.
Vertrouwen heb je als je de vraag Mag ik er zijn? volmondig met ‘ja’ kunt beantwoorden.
Of je er mag zijn is een heel ding tegenwoordig. Er zijn mensen die daar een heel rare mening over hebben. Omdat ze twijfelen aan zichzelf weten ze zeker dat een ander er niet mag zijn.
Het is heel belangrijk om te begrijpen dat zodra je vindt dat een ander mag bestaan en genieten van het leven dat jij dat dan ook voor je zelf voelt.
Discipline betekent dat om er te mogen zijn, je moet luisteren naar mensen die je iets kunnen leren. Waar zij, voorlopig, meer verstand hebben dan jij. Het betekent vooral dat je moet leren de baas te worden over jezelf. Dat alleen jij beslist of iets goed voor je is of niet.
Concentratie betekent: ik ben er! Ik doe mee op mijn manier: Als ik voetbal denk ik aan niets anders. Probeer ik te doen wat de trainer me geleerd heeft. En als ik huiswerk heb, doe ik niets anders dan mijn huiswerk, omdat dat tijd scheelt en ik ook meer leer.
Vertrouwen, Discipline en Concentratie gaan, kan ik je als 75-jarige voorspellen, een heel leven mee.


25 november 2019 Ongehoord, Nederland

Gisteren was ik thuis. ’s Avonds keek ik naar Medialogica van Human een nogal warrig programma over haatcampagnes via sociale media. We kregen een paar Nederlanders te zien die, omdat ze zich inzetten voor vluchtelingen, konden rekenen op ernstige bedreigingen van ongehoord Nederland. Dat was heel vervelend, maar door gebrek aan context konden we niet echt meevoelen met de slachtoffers. Een om onduidelijke redenen opgetrommelde Harvard-professor gaf aan dat de Mainstream Media er goed aan zouden doen geen aandacht te besteden aan op leugens en verdraaide waarheid gebaseerde campagnes die brave mensen moeten breken. Dat leek me een goed punt. Maar let op, de komende weken zal het kwartet Miskende Nederlanders dat de nieuwe publieke omroep Ongehoord Nederland nastreeft weer overal te zien en te horen zijn. Om voor de zoveelste maal te beweren dat het wel losloopt met de opwarming van de aarde en de consequenties daarvan voor biodiversiteit en stijging van de zeespiegel, dat de immigratie de spuigaten uitloopt en ons volkseigen bedreigt, dat zwarten zich niet dienen te mengen in het debat over de zwartheidsgraad van Zwarte Piet, dat de Eurtopese Unie een geldverslindende organisatie is die de antonomiteit van ons land ​ernstig bedreigt en dat een referendum het enige democratische middel is om de volkswil tot zijn recht te laten komen. We hebben POW (wild rechts) en WNL (braaf rechts) en daar wil nu dom rechts bij. Niet mee bemoeien, lekker laten gaan.


24 november 2019

Gisteren was ik in Haastrecht in Concordia, een zaal waaraan ik dierbare herinneringen bewaar. Het was jammer dat we in het donker aanreden want nadat we de A12 hadden verlaten reden we binnendoor via Waarder, Driebruggen naar Hekendorp/Goejanverwellesluis. De strijd tussen de Oranjes en respectievelijk Van Olderbarneveldt, Johan de Witt en de Patriotten is tijdens mijn prot. chr. Lagere Schoolopleiding onderbelicht gebleven. Dus heb ik vanmorgen nog eens de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, in Goejanverwellesluis er op nagelezen Haar geraffineerde plan om haar broer Frederik Willem ll orde op zaken in Holland te laten stellen, lukte. In 1982 draaiden we een aantal scenes voor De Illusionist in Concordia dat toen nog niet opgeknapt was en ook de erker waarin nu een Grand Café huist, was er nog niet. Ik had me er op verheugd hier iets over te kunnen zeggen, maar het liep anders. Opkomstapplaus bleef achterwege, waardoor er een klassieke spanning onstond. Toen ik die geroutineerd wilde doorbreken, maakte een mevrouw op de tweede rij een opmerking over mijn schoenen. Op een toon die tv-kijkers bezigen als zij het over de hoogte van de hakken van Annechien Steenhuizen hebben als ze haaks op het nieuws staan.​ Ik zei gepikeerd iets terug, zij gaf lik op stuk. Ik vroeg of ze de hele avond zo door zou gaan. Zij antwoordde dat die kans groot was. Ze was in haar eigen woorden ‘een flapuit’. Ik begon met mijn eerste zin van de voorstelling: ‘ Ik durf niet..’ Waarop iemand uit de zaal riep: ‘Ik ook niet!’ We hadden een ordeprobleem. Ik liet mijn voornemen om de conference uit mijn hoofd te doen varen. Schakelde naar de tweede versnelling, kreeg de zaal in mijn greep en kwam in mijn concentratie.

1983 De Illusionist – Jos Stelling, Freek de Jonge, music Willem Breuker Het fragment in zaal Concordia Haastrecht begint op 13’40” https://youtu.be/4z2bvI4znUE via @YouTube

https://web.archive.org/web/20141007161145/http://www.euronet.nl/users/temagm/wpruisen/wpruisen.html… de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen in Goejanverwellesluis via @internetarchive


23 november 2019

De Tuin in Leusden

Onze (die van het gezin De Jonge jaren 50) eerste auto was een tweedehands kever. Kenteken TK 23-16. Oom Jan een rondborstige confectionair, jongste broer van mijn moeder en Mercedesrijder ging, toen mijn vader hem trots de nieuwe aanwinst toonde, enigszins wiegend op de treeplank ter bestuurderszijde staan die daarop afbrak. We waren diep gekwetst: Oom Jan was een nouveau riche patser. Gisteren was ik in Leusden in De Tuin. We waren er nogal vroeg. Zelden heb ik mijn auto zo dicht bij het podium kunnen parkeren. Ik ben vergeten te vragen waarom men tot die naam besloten had. Natuurlijk een tuin kan klein zijn, maar menig hovenier kan zodanig met ruimte woekeren dat een overvloed aan geur en kleur de argeloze waarnemer aangenaam verrast. Het theatertje was een gribus, een onhandig ingerichte fietsenstalling met kringloopmeubilair. De kleedkamer was een belediging. Een ruimte waar een aan een kruisverhoor onderworpen verdachte onmiddellijk doorslaat om er maar weer weg te kunnen. Ik probeerde er wat te rusten. Vluchtend voor de vragende blik waarmee een vrijwilliger je aan kan kijken, die je laat voelen dat je hem nooit voldoende eer zal geven voor zijn onbaatzuchtigheid en bovendien nog eens manifest maakt dat veel van je collega’s wel in staat zijn lekker te gaan zitten beppen bij een kop koffie waar de suiker en melk met tegenzin in gaan.​Ik ga schaamteloos voorbij aan de liefde en inzet waarmee mensen in hun vrije tijd proberen in een vijandig cultureel klimaat een podium te bieden aan beginnende artiesten en een mogelijkheid scheppen voor de lokale bevolking om in eigen omgeving een voorstelling te beleven. Ik ben een oom Jan.


22 november 2019

Gisteren was ik in Voorburg in Theater Ludens. Sinds ik voor de Zeeuwse week van het boek Het Speldje schreef, houd dat verhaal me bezig. Het dook het op in allerlei voorstellingen: Ben ik een Zeeuw, De Suppoost, De Canon en nu weer in De Lachgasfabriek. Het gaat over twee speldjes. Het ene, een van de OS 1948 in Londen, gooi ik in woede weg op het strand van Texel om nooit meer terug te vinden. De reden van mijn kwaadheid was de terugtrekking van Fanny Blankers Koen uit het Olympisch atletiektournooi in 1952 wegens een blessure. Het andere, een Duits speldje van het WK voetbal in 1954 exclusief uitgereikt door Adenauer aan de winnende spelers, vond ik in 1956 op het strand van Vrouwenpolder. Hella die bij alle voorstellingen met liefdevolle timing de belichting verzorgt had vanaf de eerste keer dat ik het vertelde moeite met het verhaal. Het was te lang, het was niet haar thematiek, nostalgie lag op de loer. Ik weet niet precies wat het was. Het komt niet vaak voor dat ze zich ontevreden toont over mijn werk, maar het kan gebeuren en het spoorde mij aan het van alle kanten kritisch te bekijken waardoor het nog langer werd. Gisteravond op de terugreis wist een medepassagier mij te overtuigen. Vanavond in Leusden gaat Het Speldje eruit. ​Daar heb ik vannacht even van wakker gelegen om me ermee te verzoenen. Dat is gelukt. Het enige is dat we twee dagen geleden opdracht hebben gegeven voor 2000 speldjes om aan het publiek in het Westergastheater uit te reiken. Vervelend, maar wel weer een nieuw verhaal.


21 november 2019

Gisteravond was ik Ritthem in De Verwachting. Bezoekers aan Miniatuur Walcheren kennen de toren van de Hervormde Kerk die duidelijk ambities had om hoger te worden, maar waarschijnlijk door geldgebrek op tweederde een soort feestmuts kreeg opgezet. Inmiddels door de tijdgeest verandert in een slaapmuts. Ritthem waar ik niet kan beginnen zonder te zeggen dat ik als ik er naar toe rijd aan blues moet denken en aan Wim Koole die er geboren is en degene was die, als directeur van het IKON (InterKerkelijk Overleg Nederland), mij in 1982 een uur zendtijd schonk om op oudejaarsavond een conference te houden. Dat werd De Openbaring. Het moment komt naderbij de geschreven tekst los te laten. Sinds jaar en dag begin ik een nieuwe voorstelling vanaf, aanvankelijk de laptop, en sinds enkele jaren de Ipad voor te lezen. Al snel ken ik bepaalde delen uit mijn hoofd die dan snel doorgroeien naar conference-taal. Er loopt ’s avond een opname mee en de volgende morgen werk ik de tekst bij. Helemaal in het begin bij Neerlands Hoop hadden we de liedjes goed gerepeteerd, maar de conferences kwamen voornamelijk op basis van improvisatie tot stand. Bram en ik kwamen er na zo’n acht jaar achter dat hij volkomen op mij vertrouwde en ik volkomen op hem. Ik stikte de moord bij de ​eerste try outs. Later ging ik steeds meer schrijven. Dat is om de onzekerheid, die naarmate je ouder wordt in angst omslaat, voor te zijn. Ik zie nog hoe mijn dochter ooit haar zwembandjes afdeed en te water sprong. Ze wist dat ze zwemmen kon. Dat bewustzijn is er bij mij ook, figuurlijk gesproken, maar het is nog zo lekker met de bandjes.


20 november 2019

Gisteren was ik in de Johan Cruijff Arena om te kijken naar Nederland-Estland. Het Nederlands Elftal begon met 7 donkere spelers en 4 witte. Het eerste doelpunt werd gevierd met een van tevoren afgesproken manifestatie van broederschap tussen de huidskleuren die de mensen bij hun geboorte hebben meegekregen. Dit als antwoord op oerwoudgeluiden in Den Bosch. Een op een is de mens snel geneigd de ander te begrijpen en aanvaarden, in groepsverband heeft hij/zij daar wat meer moeite mee. (Waarom is het woord mens eigenlijk niet onzij/hijdig?) Ik maak dan wel geen oerwoudgeluiden, mijn denken is nog altijd doordrenkt van blank- superieure vooroordelen en die zal ik in mijn leven niet meer kwijt raken. Wat je voelt is vaak iets anders dan wat je denkt of liever wat je hebt geleerd te moeten denken. Ik heb veel van die gevoelens leren beheersen en daarom ga ik niet door het leven als racist. Pas als ik het andere aan de ander niet meer voel, ben ik het gevaar gepasseerd de ander bij voorbaat als bedreigend te zien. We mogen niet berusten in gevoelens van superioriteit van de ene mens boven de ander. Leren voedt ons bewust zijn. Bewustzijn beïnvloedt het gevoel. Onze minister-president vindt dat de samenleving het racismevraagstuk op moet ​pakken en dat we de politiek er even buiten moet laten. Aardig punt. Begin dan met onderwijs terug te geven aan de samenleving. Een leerzaam artikel uit Trouw (2004!) : https://www.trouw.nl/nieuws/je-slikt-het-racisme-of-stopt~bb61d581/


19 november 2019

Gisteren waren we in Floralis in Lisse. Het is het oude veilinggebouw, het oudste bollenveilinggebouw ter wereld, ternauwernood gered door er na een grondige verbouwing een theater/bioscoopbestemming aan te geven. We kregen er een staaltje gastvrijheid voorgeschoteld dat zijn weerga niet kende. Het ontbrak ons werkelijk aan niets. Bij aankomst stond de man die Floralis van de sloop gered heeft ons buiten al op te wachten. Er was een parkeerplaats gereserveerd met een rood koord tussen twee verchroomde statieven. Wij waanden ons een ogenblik sterren. De gastheer week niet van onze zijde en benadrukte hoe geweldig het was dat wij de moeite hadden genomen naar Lisse af te reizen. We voelden geen enkele behoefte dat te relativeren omdat dat ongepast leek gezien de inspanning die men leverde het ons naar de zin te maken. Wat we drinken wilden? De maaltijd was goed verzorgd. Vegetarisch is nog niet de standaard, waarmee ik bedoel te zeggen dat nog steeds niet de vleeseter om vlees moet vragen, maar de vegetariër om geen vlees. De maaltijd was met liefde bereid en smaakte navenant. Na het eten, ik was misschien niet de gezellige causeur die men zich van mij had voorgesteld, ​maar in deze voorbereidingstijd is concentratie cruciaal. Om u even te verlossen van de gedachte dat wij een luizenleven hebben, hieronder een foto van de omstandigheden waarin ik voor de voorstelling een uiltje heb moeten knappen. Maar daarover valt de organisatie niets te verwijten. Na afloop kregen we nog een feestelijke bos bloemen mee.


18 november 2019


17 november 2019

Gisteravond was ik in De Weijer in Boxmeer.
Na al die jaren moet je even herinnerd worden door de omgeving of ik hier al eerder was. We kwamen tegen het duister aan en opeens zag ik het: daar had ik eens gelopen op een warme dag.
De voorstelling was heel anders dan de avond tevoor.
Ik ben in een volgend stadium gekomen van de ontwikkeling van de voorstelling: de compositie.
Wat nu vastligt is het materiaal dat ik ga gebruiken. Het verschil van het gesproken woord als materie met klei, hout of verf is dat die materie eerst gecreëerd moet worden, pas dan kan het vormgeven, het componeren beginnen. Zoals noten thema’s worden en thema’s een symphonie.
Elk stadium van de ontwikkeling heeft zijn eigen charme. De eerste voldoening ervaar je als het verzonnene een lach opwekt, maar de echte stappen naar de volmaakte voorstelling worden gezet bij de rangschikken van de thema’s en dat voelt als het echte werk.
Het componeren dus.
Dat betekent niet alleen het verplaatsen, verschuiven en het opdelen van nummers over de hele voostelling, maar ook het schrappen van grappen of stukken waar je al aan gehecht was.
In de auto op de heenweg doe ik een paar suggesties aan Hella die aangeeft welke darlings ik beslist niet mag killen
Uiteindelijk heb ik voor deze avond zoveel geschoven dat ik besluit mijn voornemen om ’t helemaal uit mijn hoofd te doen laat varen.
Ik kom met de IPad.
Het is mijn kurk mijn valscherm.


16 november 2019

De Wegwijzer in Nieuw- en Sint Joosland

Gisteren was ik in De Wegwijzer in Nieuw en SintJoosland het theater met het mooiste plafond van Nederland. Geschilderd door de alweer ruim twee geleden overleden Goesenaar Reinier de Muynck.
Op de heenweg mocht ik in de NieuwsBV de consument waarschuwen voor gladjakkers die proberen het publiek veel te dure kaartjes aan te smeren.
Sinds jaar en dag verzorgt René P. het geluid bij mijn voorstellingen. De voorstellingen met muzikanten zijn qua werkvariatie een stuk aantrekkelijker voor hem maar nu draait alles weer even om de twee microfoontjes op m’n bril.
Die micro’s zijn verbonden met twee zendertjes in de kontzakken van mijn broek. Die verbinding loopt via twee dunne snoertjes over mijn blote rug. Die snoertjes zijn weerbarstig en zoeken op gezette tijden hun eigen weg op mijn blote, soms bezwete rug, kruipen op mijn schouders en in mijn nek. Ik kan nergens anders meer aan denken. Gisteravond was dat het geval.
Ik zeg dit niet om uw medelijden op te wekken voor mijn werkomstandigheden. Ik weet ook wel dat ik vergeleken met de met de Nepalees die in Quatar hotels en stadions moet bouwen om ons een vlekkeloze WK 2022 te bezorgen het aanzienlijk zwaarder heeft. Nee, het gaat mij om de subtiliteit van de concentratie. Waarom het ene ongemak er aan bijdraagt of zelfs onopgemerkt blijft terwijl het andere onoverkoombaar blijft hinderen.
Hella gaat vandaag aan de binnenkant van mijn overhemd op de rug een bandje stikken zodat Rene de snoertjes kan vastbinden.
Ik kijk er nu al naar uit.


15 november 2019

Culemborg, op weg naar theater De Fransche School

Gisteren was ik, waren wij in Culemborg, in De Fransche School een romantische naam voor een klein theater dat Culemborg mag koesteren.
Ik zeg wij omdat het de dag van Hella en mij was waarop ons 50 jarig samenzijn mochten vieren. 14 november 1969 ontmoeten wij elkaar op de verloving van Bram en Titia om elkaar nooit meer te verlaten.
Het leek me leuk Hella op een speciale manier naar Culemborg te brengen en koos voor Het Veer dat ons op luttele meters van het theater op de zuidoever van de Lek zou afzetten.
De moeite die het kostte om Het Veer te vinden trok een wissel op onze langdurige verhouding. Een spanning die al sinds wij autorijden opeens ongemerkt kan instappen had bij Fort Honswijk zijn climax bereikt.
Ik heb altijd moeite om opeens ver boven de door mij verwachte aankomsttijd te arriveren. Dat dreigde diverse keren, maar het vooruitzicht van het pontje hield me op de been en toen ik opeens een witte koe door de uiterwaarden zag waden, kwam er een rust over mij die een reisleider moeten voelen als hij een bus vol geheel verzorgde gezichten ziet.
Na afloop van de voorstelling droeg ik met Hella aan mijn zijde op het toneel het op Jacques Brels Chanson Des Vieux Amants geïnspireerde Lied Van De Oude Geliefden voor.
De tranen biggelden over haar wangen en menigeen in de zaal hield het niet meer droog. Huilen kan soms meer opluchten dan lachen.
Later reden wij innig voldaan over de A2 naar huiswaarts.

In theater De Fransche School – Het lied van de Oude Geliefden
Lied van de Oude Geliefden

13 november 2019 – Concordia Enschede

Gisteren was ik in Concordia Enschede een van de aardigste theatertjes die Nederlands rijk is. Elk jaar opnieuw moet het vrezen voor zijn voortbestaan omdat een wethouder van financiën de begroting rond weet te krijgen door Concordia op te heffen.
Enfin, het bestaat nog steeds en je kunt merken dat Twentes jaar in de Keukenkampioendivisie enorm louterend gewerkt heeft op de Tukkers.
Er was een hartelijke sfeer en vooral ook een oprechte belangstelling voor wat ik te zeggen had.
Weg was die mengeling van hoogmoed en provinciale achterdocht: Hij moet niet denken dat hij ons hier kan wijsmaken hoe het leven in elkaar zit.
En dus werd het een heerlijke avond waar ruimte was om te improviseren op #rotmaatregel.
Zo nam Klaas Dijkhof (VVD) die om onduidelijke redenen nog een f aan zijn naam heeft toegevoegd de verantwoording voor de #rotmaatregel op zich.
Man zal voortaan ’s nachts 130 kilometer per uur moeten gaan rijden om mensen met de kerst door te kunnen laten werken in de bouw.
Ik ben in verband met mijn werk vaak nog laat op pad en wat altijd opviel was de heerlijke rust waarmee je naar huis kon rijden. In bed lagen de VVD-ers die om twee minuten eerder bij hun maitresse te zijn met 130 p/u over een vijfbaansweg laveren. Een spoor van vernieling achterlatend.
Kamervraag van Van Haga: ‘Geldt de snelheidsbeperking ook voor het circuit van Zandvoort?’
Op de terugweg waren op de A1 over een lengte van zo’n 50 kilometer wegwerkzaamheden gaan die ons noopten 70 km aan te houden.

Jeugdkoor en volwassenenkoor in de Nationale Opera en Ballet

13 november 2019

Gisteren zat ik aan aan een fondswervingsdiner voor de afdeling jeugdeducatie van onze Nationale Opera en Ballet. Mijn vrouw en ik waren gevraagd een wervend praatje te houden.
We werden getracteerd op een optreden van een jeugdkoor dat samen zong met een deel van het grote operakoor. De overrompelende ontroering die de kinderen losmaakten werd indrukwekkend overstemd door het vocale geweld van de volwassenen professionals.
We aten op het toneel van Het Muziektheater naast het indrukwekkende decor van de Walküre. De opera van Wagner in de regie van Pierre Audi waarmee men de komende dagen afscheid van de meester neemt.
Ik zat tussen twee dames die, naast twijfels over het nut van de avond ook zo’n diner zonde van het geld vonden. Ze kregen te horen van een medewerker van De Nationale Opera en Ballet dat het diner gesponsord werd door restaurant De Bokkedoorns. Dat vond de mevrouw links van mij wel een mooie geste maar die zou wel eens uit eigen belang kunnen zijn voortgekomen.
We werden door de avond geloodsd door een negenjarige ceremoniemeesteres. Een talent dat de personificatie is van het nut van de inspanningen die vele kunstinstituties leveren om de jeugd te benaderen en warm te maken voor beleving van- en actieve deelname aan kunst.
Na afloop werd bekend gemaakt dat er een mooi bedrag was opgehaald.


12 november 2019

Bij het eerbetoon aan Piet Keizer, boekpresentatie

Gisteren was ik even in de Amsterdamse Brasserie Keyzer waar een eerbetoon aan Piet Keizer in boekvorm gepresenteerd werd. Ondanks het noodweer puilde het publiek de horecagelegenheid uit. Het schitterende verslag van Piets leven, we mogen het geen biogafie noemen, is geschreven door Bart Jungman: de mens Piet en Jaap Visser: de voetballer Piet.
Maarten Spanjer vertelde een grappig verhaal over zijn ontmoetingen met buurtgenoot Piet die, toen al zijn held, nog steeds bij zijn moeder woonde.
Specs Hildebrand vertolkte zijn ode aan Piet; no. 11.
De ontroerendste bijdrage kwam van Angela van den Boezem, Piets hartsvriendin.
Ze begint met te zeggen dat ze niet blij is met het boek. Dat ze liever Piet nog had gehad en zolang die leefde zou er nooit een boek komen. Al snel geeft ze toe dat het een prachtig boek is. Ze is geschrokken van de voorpublikatie in Het Parool over haar laatste ogenblikken met Piet die zijn einde zelfverkozen had. Vooral van de intimiteit van het moment die opeens openbaar werd.
En dan doet Angela het nog eens dunnetjes over. Ze vertelt ons hoe ze naast Piet op bed lag. De arts had zijn werk gedaan. Ze lag in Piets armen, voelde een bemoedigend kneepje en daarna was het voorbij.
Waarna, voor mij in elk geval, het leven niet gewoon door ging.


11 november 2019

Gisteren was ik toeschouwer in de Arena bij Ajax – FC Utrecht. Voor de wedstrijd sprak ik, zoals bij Spijkers met Koppen beloofd, even Edwin van der Sar aan.
Ajax gaat zich in de winterstop voorbereiden op de tweede seizoenshelft in het altijd lekker warme Quatar. In tegenstelling tot vorig jaar toen Ajax daar 50 000 euro voor moest betalen, krijgt het nu onder het mom van testen van de WK-stadions, 700 000 euro toe. Mijn punt is dat Ajax als maatschappelijk bewuste ondeneming niets te zoeken heeft in Quatar.
https://www.hrw.org/report/2012/06/12/building-better-world-cup/protecting-migrant-workers-qatar-ahead-fifa-2022
Iemand die lang is, heeft meteen al een gezagsvoorsprong in een discussie, merk ik.
Ik ken de argumenten nog uit de Argentiniëtijd (Moeten wij de braafste van de klas zijn) met de geijkte dooddoener tot slot. (Dan kunnen wij nergens meer heen).
Ik zei dat een mens in zijn eentje nauwelijks invloed heeft op de stikstofuitstoot en de ontaarde bio-industrie, maar wel vegetariër kan worden.
We gingen nadat Edwin gezegd niks te wijzigen aan zijn standpunt en ik berustend zei in elk geval mijn beklag te hebben gedaan, gingen glimlachend uit elkaar.
Terwijl ik wegliep realiseerde ik mij dat ik lid ben van Ajax.
Sinds 2000. Een hele eer! Moet ik mijn lidmaatschap opzeggen? Dat heeft weinig zin. De club heeft niets over de NV te zeggen.
Ik blijf sowieso kijken naar Ajax, een vegetariër kan ook niet zonder eten.


10 november 2019

Stoel wachtend op artiest (Oostknollendam)

Gisteren was ik het Dorpshuis van Oostknollendam. De vierde try-out. Ik begon de avond met De Zaan, een ode aan mijn jeugdrivier die ik ongeveer daar laat eindigen, Volgens iemand uit het publiek was het andersom: de Zaan ontspringt in Oostknollendam en eindigt in het Noordzeekanaal.
Oostknollendam is opnieuw een van die uitprobeertheaters waar bijzondere dingen zijn gebeurd. Ik herinner me dat ik daar in rolstoel, ik had mijn been gebroken, in 1992 De Estafette voorbereidde. Huilen van het lachen, helaas ben ik vergeten waarom precies.
De vraag gisteren was opnieuw: ben ik nou zo leuk of zijn de mensen hier zo lachgraag?
De IPad die mij de eerste dagen gered heeft, begint nu al tot last te worden. Af en toe raakt een vinger of duim een toets of hotspot van het besturingsmechanisme en schiet mijn bestand heen of weer.
Het publiek mag je geen seconde aan zijn lot overlaten. Vrijwel onmiddellijk begint het gemor, dat lijkt op het ongeduld dat de televisiecommentator thuis kenmerkt.
De vier afgelopen dagen zijn zowel voorbij gevlogen als dat ze een eeuwigheid hebben geduurd. Al die indrukken, die potentie, de tekortkomingen de gretigheid van publiek en artiest.
Ik heb het gevoel dat ik weer goud in handen heb.


9 november 2019

Gisteren was ik in De Schalm te Westwoud. Het dorpshuis waaraan ik zoveel dierbare herinneringen bewaar. Voor het eerst trad ik er op zonder de legendarische Kees Ooteman die van De Schalm een een veilige haven maakte voor artiesten die geen boodschap hadden aan de showbizhysterie en zich aan een open publiek van hun beste kant wilden tonen. Altijd een gebakje bij de koffie, een voedzame maaltijd voor de voorstelling en een keu om een paar caramboles te maken op een van de twee biljards. Kees besloot vorig jaar uit het voor hem onleefbare leven te stappen na een paar herseninfarcten.

Het publiek was gretig als vanouds. De Westfriesen roepen het beste in mij wakker. Ik weet niet precies waar het ‘m in zit. Ergens in het programma heb ik het over dat ‘gezond verstand’ iets te maken heeft met ‘onschuld’ en dat je op het platteland mee aantreft dan in de stad. Daar zouden ze eens onderzoek naar moeten doen. Ook interessant blijft hoe het brein werkt, het bewuste en onbewuste elkaar afwisselen, het toeval van de timing vanzelf spreekt, het kameleontische in het spelen met het publiek zich voltrekt. En hoe dan voldoening en lichte frustratie zich oplosssen in het slotapplaus.


8 november 2019

Gisteren tweede voorstelling in de fraai gerestaureerde Drommedaris in Enkhuizen. Een magische plek. Niet dat ik er ooit eerder optrad. Volgens mijn publiek was dit zelfs de eerste keer dat in hun woonplaats aandeed.

Nee, de Drommedaris doemde ooit op als de boot die in Stavoren vertrokken was de Noordhollandse kust begon te naderen, dan strekte mijn vader zijn hand, stak zijn wijsvinger uit en zei: ‘Kijk, de Drommedaris!’ Die zin moet in in 1948 voor het eerst gehoord hebben en daarna nog vele malen.

We passeerden nu in de auto het legendarische station waar toen de opgewonden reizigers, na een korte wandeling, hun bagage voor zich uit de trein in duwden. De Blauwe Engel zou ze naar Purmerend brengen, Zaandam of het eindpunt Amsterdam.

De voorstelling verliep al vlotter dan de eerste. Het proces voltrekt zich eigenlijk altijd op de zelfde wijze. De vorm begint zich te openbaren. Bij opkomst werd ik gevolgd door een zestal laatkomers die allemaal een stoel bij zich hadden omdat het vol was. We vormden een vrolijke optocht die tot veel hilariteit leidde.


7 november 2019

Gisteren begonnen in De Bouwkunde, Deventer.
Niet veel meer dan het voorlezen van wat ik de afgelopen weken genoteerd heb. Soms al in detail, maar vaker in grove lijnen van wat het moet worden. Het blijft een wonderlijk gevoel zo’n eerste avond, wat overheerst is dat je hem het liefst zou overslaan. Maar er doen zich mirakeltjes voor van grappen die zich openbaren en er zijn ook de aanzetten tot de flow waarin je hoopt weg te zakken.
Daarnaast waren er ook gisteren weer de momenten van grote verwarring waarop het publiek zich even aan zijn lot overgelaten voelt en wanhopig naar betekenis zoekt. Om al die emoties zijn eerste avonden meestal onvergetelijk.
Het zal om te lachen worden. Dat is nu al duidelijk. Er komt een lijn in maar die ontbrak nog.
Vanavond sta ik in De Drommedaris te Enkhuizen.