Freek blogt

21 januari 2020

Correctie op gisteren. De Tragiek moet De Mythe zijn en 1980 moet 1983 zijn.

We zochten Neil Innes halverwege de jaren 80 (ik waag me niet meer aan jaartallen) op in Edinburgh waar hij op het ‘Fringe Festival’ speelde. Neil kon bogen op 1 hit: Urban Spaceman, geproduceerd door Paul McCartney. Alle keren dat ik Neil heb zien optreden, kondigde hij het lied aan met ”…and now a medley of hit!’
Aan de uren volgend op het Schotse optreden van Neil bewaar ik mijn dierbaarste herinnering aan hem. Misschien was het wel de enige keer in mijn leven dat ik diep ben doorgezakt. We dronken veel in een rustig tempo en tegen het krieken van de dag liepen we de stad uit en besloten Arthur’s Seat te beklimmen. Een met veel mythen omgeven vulkanische rotspartij ten zuidoosten van Edinburgh, door de schrijver van Schateiland, beschreven als ‘een heuvel in hoogte een berg qua uitstraling’.
We klommen eenvoudig omhoog, nu en dan stoppend om op adem te komen en uit te zien over de stad, de monding van de Firth of Forth en verderop de Noordzee. Eenmaal boven zakten we door de knieën en leegden de fles die we bij ons hadden.
Hoewel we geen recht ons jongens te noemen, viel het ons niet zwaar die geestesgesteldheid op te roepen. Terwijl de zon opkwam namen onze levens tot dan toe door en maakten plannen om samen wat te gaan doen.​Behalve een heuse fotosessie met Anton Corbijn in Neils vijver voor zijn huis is daar niets van gekomen.
De schrik sloeg me om het hart toen ik Neil zag optreden op een nieuwjaarsbijeenkomst van Humo. Gelukkig was hij met me eens dat we iets anders samen moesten doen. We konden gemaakte afspraken omzetten, de enige schade was een gepeperde rekening van Anton Corbijn.

20 januari 2020

Het spijt me, maar ik moet nog even door met herdenken.
Pas gisteren hoorde ik dat Neil Innes afgelopen jaar op 29 december is overleden. Neil kwam in 1980 in mijn leven.
Ik zat midden in de voorbereiding van De Tragiek en werd zeer geraakt door een lied waarvan de eerste regels luidden:
How sweet to be een idiot
as harmless as a clown

Die ik vertaalde tot:
Wat fijn om idioot te zijn
zo weerloos als een clown

Bij nader inhoren bleek hij ‘cloud’ te zingen, waardoor mijn vertaling een bewerking werd.
Mijn belangstelling voor Neil groeide toen ik erachter kwam dat hij deel had uitgemaakt van de Bonzo Dog Doo-Dah Band, een doldwaas groepje Engelse muzikanten dat, met als voorman de conventieloze absurdist Vivian Stanshall, spotte met de cliché’s van de lichte muziek.
We nodigden Neil en zijn vrouw Yvonne uit om De Tragiek in Carré te komen bekijken. Zenuwachtig was ik wel want het lied was pas de toegift en ik begeleidde mijzelf op piano (plexiglas vleugel). Bovendien kwam Hella erbij om viool te spelen. Een om meerdere redenen, gewaagd experiment!
Ik was verbaasd over Neils enthousiasme. Het waarom werd me duidelijk toen hij mij te ​kennen gaf dat ik hem deed denken aan Vivian, die hij bewonderde en haatte. Ik dacht meteen: misschien is hij een Bram en kunnen we iets samen doen. Mijn internationale ambitie stak de kop op! Een paar maanden later brachten we een tegenbezoek en kwamen terecht in Debenham, Suffolk, England. Morgen verder.

Neil en Freek, 1984. Foto Anton Corbijn

19 januari 2020

Om 9.00 uur vanochtend hadden we al twee overlijdensberichten binnen. Om 10.00 uur zou ik De Preek van de Leek verzorgen in De Kerk aan Zee op 150 meter van mijn huis, en ik greep de gelegenheid aan om de ‘preek’ op te dragen aan mijn overleden vriend en dorpsgenoot.
Daarna vertelde ik iets over David Olney een klassieke Amerikaanse singer-songwriter die daags te voren tijdens zijn performance op het 30A festival in Florida een fatale hartaanval kreeg.
David kreeg waardering van Steve Earl, Townes van Zandt en Emmylou Harris. De laatste nam samen met Linda Ronstadt ‘1917’ op, een lied van een Franse prostituee in de eerste wereldoorlog. De standpunten van waaruit hij zijn teksten schreef waren vaak verrassend: De ezel waarop Jezus met Palmpasen Jeruzalem binnenreed komt aan het woord, alsook de ijsberg die de Titanic aan ziet komen.
Ik hoorde David voor het eerst via een opname van Gonzo Radio van Jan Donkers. Ik viel voor zijn stem zijn toon en zijn onderwerp.
Jerusalem Tomorrow heb ik grijs gedraaid, vertaald en gespeeld. Het gaat over een rondtrekkende kwakzalver die een zeer geneeskrachtig drankje verkoopt. Het voert te ver het lied hier samen te vatten. De laatste zin is een genadeslag. We hebben samen een concert in Westwoud gegeven. Met Martin Fondse, Cok van Vuuren, Leon Klaasse, Bart de Ruiter, Hella en zijn vaste gitarist Sergio Webb.
David Olney in dierbare herinnering.

Freek de Jonge – Freek en David Olney – 2005 from De Roje Hel on Vimeo.

18 januari 2020

In een van zijn chansons somt Jacques Brel een aantal verschrikkelijke, onoplosbare misstanden op en besluit ieder  couplet met ‘Mais, mais voir un ami pleurer’  Brel zingt dit is erg, dat is erg, zo is erg en zus is erg maar maar een vriend zien huilen…

Hij laat zo de luisteraar vrij om te bepalen hoe erg dat is. Dat is veel beter dan, zoals in de vertaling, te constateren dat je er niet tegen kunt om een vriend te zien huilen. Want dan vraag jezelf om medelijden in plaats van een poging te doen je verdrietige vriend te troosten.

Vandaag moest ik een stapje verder. Een vriend zien sterven. Er schoten meteen allerlei gedachten door mijn hoofd van geruststelling en bemoediging. Mijn vriend hoefde zich weinig zorgen te maken. De hemelpoort zou wijd openzwaaien voor hem. Ook hoefde hij zich over zijn nabestaanden niet al te zeer te bekommeren, die hadden het lot met instemming aanvaard.

Toen ik de kamer betrad waar hij hulpeloos lag te reutelen, was in een klap duidelijk dat hij de troost voorbij was. Woorden, zelfs blikken en aanrakingen waren zinloos geworden. Ik kon niet nalaten mezelf zo te zien liggen, een mens zit opgesloten zichzelf.

Maar in de omhelzing van zijn geliefden rond het bed loste het menselijk tekort op en konden wij onze tranen de vrije loop laten.

17 januari 2020

Het was druk in de hal van De Meervaart. Ik was daar zo lang niet geweest, dat ik even moest vragen hoe ik backstage kwam. De mevrouw die ik het vroeg, keek me verbaasd aan. ‘Wij noemen dat in ons land achter het toneel .’ Je kon merken dat inburgeren haar tweede natuur was.

Het verraste me dat Tim K. naar wie ik op weg was zo’n groot publiek trok, maar al snel bleek dat de meeste mensen voor Daniël A. kwamen die in de Grote Zaal stond en uitverkocht was. Daniël begon een kwartiertje eerder, dus greep ik de kans aan even een collega te bekijken in een show die ‘Meer van hetzelfde’ heette.

Het probleem van dat soort ironisch bedoelde programma-titels is, dat je als toeschouwer al snel denkt: inderdaad! Ooit was er een studentencabaret dat zichzelf ‘Leuk is anders’ gedoopt had en die naam maakten ze tijdens de voorstelling meer dan waar. Ik verliet de zaal na de zin: ‘…dat is net zoiets als 3 weken Erica Terpstra neuken, om daarna weer meer te kunnen genieten van je vriendin….’

Tim was al begonnen. Hij stemde een gitaar wat niet helemaal lukte. Normaal erg irritant voor de toeschouwer, maar Tim heeft de Westfriese charme, een geraffineerde mengeling van bescheidenheid en bluf, om een mens op zijn gemak te stellen. Ik houd van zijn ​stem, zijn repertoire en zijn ongepolijste verhalen.

Opmerkelijk was hoe verschillend beide artiesten hun publiek tegemoet traden: van geroutineerd neerbuigend (Daniël A.) tot onschuldig innemend (Tim K.). In de auto op de terugweg koos ik op advies van Tim de Louvin Brothers op Spotify. Satan is real

16 januari 2020

Gisteren was ik ceremoniemeester bij de opening van de vernieuwde Voedselmarkt in de Lutmastraat in Amsterdam. (zie blog van 9 januari) Ik begon met de vrijwilligers in het zonnetje te zetten. Vrijwilligers zijn mensen die zich zonder vergoeding, zonder dwang inzetten voor een goede zaak. Maar hoe vrijwillig ook, niemand kan zonder aai, goedkeurende blik of opgestoken duim. Drie hoeraatjes voor de vrijwilligers dus! De officiële opening zou volgens het draaiboek verricht worden door wethouder van Onderwijs, Armoede en Immigratie Marjolein M., stadsdeelraad-bestuurder van Amsterdam Zuid Flora B . en Wil zonder achternaam. Wil, een van de oudste vrijwilligers, had de hele organisatie doorlopen en deed nu intakegesprekken. Dus toen ik op het provisorische podium, geflankeerd door de hoogwaardigheidsbekleders aan het voor mij samengeklonterde publiek vroeg: ‘Waar is Wil?’, riep een vrouwenstem: ‘Hier Frreekie!’ Ik wenkte haar naar voren. Al snel werd duidelijk dat zij de verkeerde Wil was. De juiste Wil werd het podium opgeduwd. Ik vond dat sneu voor de verkeerde Wil en nodigde haar uit er bij te komen staan. ‘Dat hoeft voor mij niet!’, gaf ze te kennen. ‘Kom nou maar, Wil’, hield ik vol. Niet wetende dat de twee Willen elkaar niet zo lagen. De ​verkeerde Wil was ook vrijwilliger geweest en had dingen gezien die haar niet helemaal zinden. Zodoende was er een schaar tekort om het lint door te knippen, maar verder de verliep de opening zonder noemenswaardige incidenten. Coördinator Mike P. had eerder in een kort vraaggesprek het fenomeen Voedselmarkt mooi samengevat: ‘Schande dat ie er moet zijn, goed dat ie er is.’

15 januari 2020

Gisteren mocht ik in het Zaantheater de Erepenning van de Gemeente Zaanstad uit handen van burgemeester Jan Hamming in ontvangst nemen. Na afloop van de plechtigheid kwam er een meneer op Hella af en zei: ‘Er is een ding dat Freek nooit meer moet doen!’
‘En dat is?’ vroeg zij het ergste vrezend. ‘Volschieten’, antwoordde hij, ‘want dan hou ik het ook niet meer droog!’
Wat was er gebeurd?
In mijn dankwoord begon ik over een Zaandammer die inmiddels al zo’n 35 jaar dood is: Remmert Aten. Hij woonde tegenover ons in de Frans Halsstaat en was directeur van Houtzagerij de Bark het bedrijf van zijn vader. Tijdens de oorlog bracht hij geld en goederen rond bij joodse onderduikers, waarvan hij ook enkele huisvestte.
Aten werd vooral bekend door het, samen met Jaap Buijs, verwijderen van springstofladingen uit de pijlers van de Hembrug, die de Duitsers wilden opblazen zodra de geallieerden hun opmars in Noord-Holland zouden voortzetten. Een eerste poging mislukte en bij een tweede verwijderden ze 400 pakketten springstof. Hij kwam in contact met Walraven van Hall en werd verantwoordelijk voor de distributie van geld voor Joodse onderduikers. (voor details Zaan Wiki )​ Mede als gevolg van een buitenechtelijke relatie heeft hij nooit de waardering gekregen die hem toekwam, tenminste niet in de stad waar hij woonde.
En toen zei ik: ‘Eer eerder hem dan mij. Geef hem een straatnaam…..’
En toen schoot ik vol.

Burgemeester Jan Hamming en Freek de Jonge – foto Mike Bink
Hella en Freek tijdens de uitreiking – foto Mike Bink

14 januari 2020

Beste Thierry, Gecondoleerd met het overlijden van je leermeester Roger Scruton. Gisteren schreef ik er al een vrij onsamenhangend stukje over en zijn gedachtengoed blijft me bezighouden. Vandaar dat ik met belangstelling je artikel in de NRC las waarin je bewondering voor hem uitsprak en aangaf in grote mate door zijn ideeën beïnvloed te zijn.
Veel ideeën had hij niet. Hij keerde zich frontaal tegen waar de studenten in Parijs ’68 voor stonden. Hij wilde op zijn landgoed Scrutopia een ‘thuis’ hervinden, levend met de seizoenen, de dieren en de natuur. Een ‘ergens’ , tegenover het ‘nergens’ van de grote stad, de consumptiemaatschappij, het wereldburgerschap.
Hij was dus een reactionair.
Op reactie kun je geen politiek bedrijven. Het is verleidelijk terug te willen naar toen alles beter was, alleen heeft die tijd nooit bestaan.
Je kunt wel tegen moderne architectuur zijn, maar de hele wereldbevolking kan niet in landgoederen à la Scrutopia gehuisvest worden.
De ontaarding t.g.v. secularisatie draai je niet terug door God opnieuw tot leven te wekken. De gang van de mensheid is een van schade en schande, van schoonheid en bloei, van gruwel en geweld.
Er tikt nu een aantal tijdbommen: de ​overbevolking, het klimaat en de strijd om de wereldhegemonie. Fenomenen die door jou en je partij ontkend en genegeerd worden. Het is heerlijk om in leren fauteuils met een glas cognac en een sigaar over ‘het verloren huis’ te praten, maar buiten zwelt een massaal geroep om een huis aan.
Dus Thierry, ga lekker buiten wonen, schrijf af een toe een nostalgisch stuk, maar laat de politiek aan realisten over.

13 januari 2020

In verband met het overlijden van Roger Scruton, iets over conservatisme. Iemand met een appel staat er anders voor dan de bezitter van een boomgaard. Pas als je teveel van iets hebt, ontstaat de noodzaak wat te bewaren.
De kunst van een open samenleving is om een zodanige evenwicht in bezit te verwezenlijken dat een meerderheid, van baas tot knecht, genoegen neemt met wat zijn deel is en dat wil waarborgen. Dat weinigen veel en velen weinig onwenselijk is, is dankzij het socialisme inmiddels aanvaard.
Binnen een door grenzen bepaald gebied zorgt de democratie ervoor dat hebzucht en hebrecht in balans zijn. De status quo, het visitekaartje van het conservatisme, staat echter onder druk.
Het historische moment waarop onze samenleving ontstaan is, is voor de conservatief even heilig als absoluut. De verworven rijkdom wordt zonder schuld en schaamte weggestreept tegen de loop van de geschiedenis en de vanzelfsprekendheid van de welvaart is geworteld in een superieure cultuur. De welvaart is voor een groot deel te danken aan onderdrukking en uitbuiting en de onderdrukten en uitgebuiten vertikken het om langer onderdrukt en uitgebuit te worden. Ze willen ook, bed en bad, slok en hap, water lucht lach en dans, rust en reis. ​
Geef ze eens ongelijk.
Toch doen conservatieven dat. Ze noemen immigranten gelukzoekers en hen die voor onderdrukten en uitgebuiten opkomen oikofoob. Afkerig van eigen nest, met die reactionaire kwalificatie probeerde Roger Scruton in 2004 de solidairen met de historische vereffening weg te zetten. Dat hij ruste in vrede.

12 januari 2020

En dan opeens zoveel dingen.
Drie mannen die door een volleybalwedstrijd heen praten en een publiek van 6000 mensen aansporen (dwingen) HOLLAND te scanderen en gezamenlijk boven het hoofd ritmisch een kaart van links naar rechts te bewegen. Drie sets lang. Continu. Dat is gepermitteerd, hoort erbij. Sfeer mag niet meer ontstaan tijdens de wedstrijd op basis van het spelverloop, maar moet gemaakt. Nederland verloor kansloos. Van de Duitse vrouwen die ze voorafgaand aan het OS-kwalificatietoernooi in oefenwedstrijden drie keer verslagen hadden. Hoe onnozel kun je zijn als coach? 
Waarom moet Arnon Grunberg, opdat wij weten dat er een nieuw boek (Bezette Gebieden) van hem uit is, mee babbelen over het vrouwonvriendelijke karakter van Turks Fruit? Omdat Boeken is wegbezuinigd en de VPRO met Mondo een poging doet het gevallen cultuurgat te vullen. Het werd om verschillende redenen een teleurstellende ervaring. De vormambitie was nihil. De inhoud willekeurig. Een achterliggend idee afwezig.
Dan gaan er hele dag beelden door mijn hoofd. Van mijn vader over wie ik iets wil schrijven en wat ik voortdurend uitstel. Ik las in de recensie van Onno Blom in de VK over Bezette Gebieden dat A.G. de gevallen gaten in zijn herinnering opvult met fictie. Dat is een bemoedigende ondersteuning. Ik ben hetzelfde van plan.
Dat ik als 6 jarige stond naar de dansende voeten van mijn vader op de bassen stond te kijken terwijl hij het orgel van de St. Gertrudiskerk in Workum bespeelde. Het drama was niet ver, hij wist nog van niets. Ik zie het aankomen. Nu. Even later lag hij aan de IJssel bij Wilp, tussen de velden van Go Ahead en de dorpskerk in. Ik was er nog niet.

11 januari 2020

Geloofsstrijd is het gevecht tussen aanvaarding en afwijzing. Ik zie een kloostercel voor me waar een jonge monnik zichzelf toe bloedens toe geselt in een poging de Satan ten faveure van God uit zijn lichaam te ranselen. De straf voor de schuld van de twijfel.
In aanvaarding wacht de mens de rust van de overgave, in de afwijzing waart de kilte van de onverschilligheid.
De RK-leek heeft de geloofsstrijd met inbegrip van moraal aan de clerus overgelaten maar de protestant moet het op grond van zijn persoonlijke relatie tot God, zelf opknappen. Het is eeuwenlang een beslissende kwestie geweest.
Menig leven kon pas beginnen als de vraag Geloof ik in God? met een volmondig ‘ja’ beantwoord was. Dan pas kon het zin krijgen. Wij kennen dit soort existentiële vragen niet meer of liever we gaan ze, ons modieus schamend, uit de weg omdat de lust en de tijd ontbreekt ons af te vragen of we wel naar bepaalde landen moeten afreizen. Niet vanwege de vliegreis erheen, maar omdat de mensenrechten er worden geschonden.
Quatar bijvoorbeeld.
Edwin van der Sar heeft er geen halszaak van gemaakt. Hij is niet met een zweep met weerhaken een kleedkamer in de Arena ​ingegaan om de strijd tussen eer en geweten te beslechten. Hij voelt schuld noch schaamte. Is Van der Sar immoreel? Dat lijkt me een te lichtvaardig oordeel. Ik vermoed dat hij het probleem niet ziet. Hij waart in de kilte van de onverschilligheid.
Wel heeft Edwin mij voor een existentiële vraag gesteld:
Kan ik nog langer lid blijven van Ajax?

10 januari 2020

In september van het vorig jaar speelde ik twee voorstellingen van De Canon in Carré. Uitverkocht.
Dat is tegenwoordig van groot belang om er bij te zetten. Waarom?
Het doet niets aan of af van waar het om draaide en dat was een voorstelling van een aantal vrij willekeurig gekozen verhalen die me de afgelopen jaren dierbaar zijn geworden. (De Spin, Het kistje, De Morgenwijding e.v.a.)
Ik lees bij het bericht dat collega Borsato even gas terug moet nemen dat hij vorig jaar vijf keer uitverkocht was in de Kuip. Als lezer ga je op zoek naar verbanden. Had hij het bij vier keer moeten laten in verband met zijn grenzen?
Zo hoor je ook wel dat imand 600 miljoen of meer volgers heeft. 
Mooi, gefeliciteerd, maar dan?
Welke verantwoordelijkheid legt dat op je schouders en kun je dat aan. Ligt er een burn out op de loer.
Na De Lachgasfabriek (14 van de 18 x uitverkocht in het Westergastheater) kom ik terug in Carré met De Canon.
Waarom?, vroeg iemand die dicht bij mij staat.
Een kunstenaar zoekt de uitdaging van de verdieping van de inhoud en het zoeken naar een nieuwe vorm, terwijl een artiest zijn vertrouwde repertoire zo goed mogelijk brengt. In beide disciplines schuilt een voldoening.
In De Canon komt de artiest in mij aan zijn trekken. 
Voor de jongeren die mij op 1 januari voor het eerst zagen is De Canon een uitgelezen kans om live te ervaren wat ik zo de afgelopen decennia heb uitgespookt. Ze mogen hun (groot)ouders meenemen.
Ik hoop dat het uitverkocht raakt.

Zondagmiddag 29 maart 2020 15.00 uur De Canon in Carré:
https://carre.nl/voorstelling/freekdejonge

9 januari 2020

Vandaag was ik voor een voorgesprek bij de Voedselbank. Ik parkeerde, kijkend op een schermpje dat toont wat er achter mij gebeurt, mijn Tesla op luttele meters van de lokatie, drukte een paar toetsen van mijn telefoon in om mijn parkeerplaats te valideren en vroeg aan een bejaarde passant die een kratje bier achter zich aan sleepte waar De Voedselbank was. Hij keek mij zo vernietigend aan dat ik ter plaatse werd overvallen door een schuldgevoel. Over de vanzelfsprekende luxe waarin ik me wentel.
Ik weet wel waar ik het aan verdiend heb en dat rechtmatig niets op af te dingen valt, maar toch blijft de kwestie van het toeval en de willekeur ervan, knagen.
Ik liep een onder poortje door waar ik werd opgewacht door de leiding en druk in de weer zijnde vrijwilligers de laatste hand leggend aan de vernieuwde inrichting. Noodzakelijk geworden door een andere manier van voedselverstrekking. De door Voedselbank gevulde kratjes gaan eruit. Het wordt voor de klanten mogelijk om zelf te kiezen, te winkelen dus. Op deze manier worden ze geholpen hun gevoel van eigenwaarde op te krikken.
U kunt zich, dit zo lezend, wel voorstellen dat het niet prettig overkomt als er zo over je gesproken wordt. Temeer als je bedenkt dat veel mensen dat besef laten overstemmen door de gedachte dat wie zijn hand ophoudt niet al te veel praatjes moet hebben. ​Iemand die afhankelijk is van de goedheid van de ander moet zich dankbaar tonen, vinden wij. Maar hij/zij voelt zich schuldig omdat zij/hij er niet in geslaagd is te slagen in de maatschappij. En zo hebben de welgestelde en de armlastige een ding gemeen. Ze voelen zich schuldig.
Solidariteit kan ons redden.

8 januari 2020

Ik wil schrijven over de geloofsstrijd van mijn vader. Hoe wij in dit land binnen een eeuw van een tijd waarin geloven een onaantastbare pijler onder het bestaan was, zijn geëvolueerd naar een periode waarin iedere aanname die vorm kan geven aan het bestaan als beperking van vrijheid wordt gezien.
Ik denk aan een biografie waar ik door gebrek aan kennis van de feiten mijn fantasie zal moeten aanwenden om het verhaal rond te krijgen. Met fantasie heb ik me er tot dusver in mijn leven uit kunnen redden. De vlucht in het absurdisme is een gretig toegepaste truuk van kunstenaars die niet al te veel zin hebben om zich te verdiepen.
Grof gezegd bestaat het leven uit vorm en inhoud. De Waarheid in het toppunt van inhoud. Iedere poging om iets van De Waarheid te manifesteren maakt gebruik van een vorm. Omdat iedere vorm zijn beperking kent, wordt De Waarheid onvermijdelijk geweld aangedaan. De Waarheid bestaat niet omdat we de vorm om hem gestalte te geven nog niet gevonden hebben. Het voor ons niet te bevatten samenvallen van vorm en inhoud.
Wat mijn vader is overkomen tijdens zijn leven, is dat hij tot tweemaal toe de vorm waarin zijn waarheid, een geloof in God de vader van Jezus Christus, was gegoten, heeft moeten aanpassen. ​Van het verwerpen van het naïeve geloof van zijn vader, het verdringen van het onpraktische, intellectuele geloof van zijn leermeester Gerardus van der Leeuw naar het aanvaarden van geloof zoals Kierkegaard dat omschreef: ‘Ik ontdekte dat ik minder en minder te zeggen had, tot ik uiteindelijk stil werd en begon te luisteren. En in die stilte hoorde ik de stem van God.’

Andries de Jonge
Gerardus van der Leeuw
Søren Kierkegaard

7 januari 2020

Omdat ik onlangs heb meegewerkt aan het programma De Kist van de Evangelische Omroep zou ik vandaag om 11 uur gebeld worden door een medewerkster van Visie, de omroepgids van de EO (Evangelische Omroep). Dus ging vanmorgen om 11 uur de telefoon. Omdat ik op dat moment nog in mijn onderbroek stond en ik nog een ouderwets standpunt inneem over wat wel en niet kan, en daar hoort in je onderbroek een interview geven over een precair onderwerp als de dood bij, want daar gaat De Kist over en dat het dan telefonisch is, doet daar niks aan af. Vroeg mijn vrouw die de telefoon had aangenomen, of ze een kwartiertje later terug kon bellen. Dat kon. Een kwartiertje later ging de telefoon. De man van de centrale verwarming die in de file stond. Ik had opgenomen en vroeg of hij wat later kon terugbellen want ik zat nu even te wachten op een telefoontje van een EO-medewerkster. Hij zei er alle begrip voor te hebben en vroeg wanneer het dan gelegen kwam. Dat moest ik aan mijn vrouw vragen die nu even naar de kruidenier was. De eerste vraag die de, aan haar intonatie te horen nog niet zo ervaren, journaliste stelde, was: “Waarom heeft u besloten mee te doen aan het programma De Kist?”​ Omdat Visie geen satirisch blad is, antwoordde ik, ‘Omdat de dood, net als het leven, mij fascineert.’
Zij liet merken haar huiswerk gedaan te hebben en somde een aantal sterfgevallen op die ik in mijn leven aan den lijve heb ondervonden en koppelde daar in één moeite de vraag aan vast: ‘Waarom fascineert de dood u?’
Waarop, mijn maat vol, ik haar vroeg of de hoofdredacteur mij even terug zou kunnen bellen. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.

6 januari 2020

Het zwarte gat. Het mogen loslaten van een discipline die noodzakelijk was om te kunnen volbrengen wat je (je = ik) had afgesproken en geen vervolgafspraak hebben. De complete chaos die daardoor dreigt te ontstaan. Maakt dat complete bijgevoegd aan chaos de chaos groter, invoelbaar angstaanjagender? Wat doet dat woord daar eigenlijk. Net zo als eigenlijk dat ook niets toevoegt. Of zo. Wat zich aan onnodige onrust afspeelt in je hoofd en wat de ander niet aangaat.
Ons leven wordt gestuurd door achterdocht. De angst dat je onzekerheid is af te lezen van je voorhoofd. Dat je voorhoofd een lichtkrant is, die openbaart wat je hoopte te kunnen verbergen door je te gedragen zoals je je op zeker moment bent gaan gedragen en waar je vader, die morgen 105 geworden was als hij niet op zijn 53ste was overleden, van het begin af aan is bij geweest en zijn correcties in heeft aangebracht heeft tot hij met je leven kon. Of juist niet want zo oud is 53 ook weer niet. Maar hoe je bent gaan denken komt voort uit beroepsdeformatie en dwangneurose ontstaan uit acceptatie van gewenning en gewoonte. Er is kort geleden een echtpaar luchtacrobaten in de piste van Carré gevallen omdat een tand van het gebit van de man waar de vrouw aan hing, afbrak.​ De vrouw heeft enige tijd op intensive care gelegen, lees je in de krant en wordt daar onrustig van. Je wilt geen woordspelingen maken. Je wilt even helemaal niets. Wat niet minder is dan niets. Het was Wim T. Schippers die zei: Beter niets dan helemaal niets. .

de gebroken bril

5 januari 2020

Opruimen is ook je mailbox induiken.

Geachte heer De Jonge,
Het is al even geleden, maar toch. In een show gespeeld in De Speeldoos in Zaandam in de jaren 80 waren wij met vele vrienden aanwezig. Uit het niets roept u: “Je zal toch Pottjegort heten.” Ik heet Arend Pottjegort en al mijn vrienden wezen naar mij. Ik heb mij altijd afgevraagd: hoe kwam u aan onze naam? Ik verheug me op uw antwoord.

Arend Pottjegord

In de na-oorlogse jaren had je de fantastische sportcaricaturist en later fameus radiomaker Bob Uschi (Victor Silberberg). Hij tekende atleten als Fanny Blankers-Koen, wielrenners als Arie van Vliet, maar vooral veel voetballers. Hele kampioenselftallen zoals van SVV dat ik 1949 landskampioen werd door in De Kuip met 3-1 van het roemruchte Heerenveen van Abe te winnen.
Ik verzamelde die plaatjes nog net niet, ik ben van het Bruynestein-tijdperk, maar op den duur kende ik ze wel. De naam Pottjegort (DWV) werd in mijn geheugen gegrift. Vooral die tweede t gaf hem karakter, om met Bordewijk te spreken.
Just E., de latere manager van Neerlands Hoop, en ik duidden een bepaald type mens als een Pottjegort.​ Dit schreef ik Arend terug en tot mijn spijt moest ik erbij zetten dat ik het plaatje nergens op internet heb kunnen terugvinden.
Waarop hij weer mailde:

Dank voor de reactie. Vandaar. Dat was mijn vader.
Groet, Arend.

4 januari 2020

Vandaag stuitte ik bij het opruimen van mijn werkkamer op De Fratellini, de geschiedenis van drie clowns. Paul, Francois en Albert die alledrie een archetype clown vertolkten en grote successen boekten bij het Parijse Circus Medrano. Opmerkelijk was de belangstelling voor het trio van gevestigde intellectuelen als Jean Cocteau.
In het boekje, vertaald en bewerkt door J.W.F. Weremeus Buning, dezelfde van de voortploegende boer, wordt ook verteld hoe de ijdele Oscar Carré een onderscheiding weet los te peuteren bij Koningin Wilhelmina.
Het boekje heb ik gekregen van collega Herman F.. Helaas staat er niet bij ter gelegenheid waarvan en wanneer.
Bij het openslaan staan aan de linkerkant twee notities:
1 okt. 1993
oude wijsheid
klere wijven maken, nee,
breken een man!

wij kunnen hem
nog altijd aan de wilgen
hangen
(de kapitein)

​Dat zouden zo twee zinnen geweest kunnen zijn uit een act van 70 jaar geleden toen wij als klassiek clownsduo triomfen vierden in de Europese pistes.
Morgen gaan we en famille naar het Kerstcircus in Carré.
De uit de nok gevallen Sky Angels zijn buiten levensgevaar.

3 januari 2020

Je werkkamer binnenlopen met de bedoeling op te gaan ruimen. Een eerste boek oppakken: In de arena, toneelherinneringen van Erik Vos. Een flap van het stofomslag tussen de pagina’s, ik was gebleven bij een uitvoering van Strawinsky’s l’Histoire du Soldat met Het Residentieorkest olv Willem van Otterloo. Eerder had Erik, met groot succes, l’Histoire gedaan met het Blazersensemble en Edo de Waart. De heer Van Otterloo was niet zo meegaand als Edo, wat de sfeer niet ten goede kwam als je met Vos ging werken.
Erik hield van het barokke experiment op basis van improvisatie. Bij de laatste voorstelling van De Lachgasfabriek zat Jaap van Z. in de zaal. Met hem heb ik toen hij dirigent bij het Residentieorkest was Shakespeares Midzomernachtdroom gedaan met de muziek van Mendelssohn.
Ik speelde een nogal vrije bewerking waarin onze Koninklijke Familie, niet altijd tot genoegen van het Haagse publiek, een scabreuze hoofdrol speelde. Jaap meldde zich na afloop van De Lachgasfabriek in de kleedkamer en we vielen elkaar, de tranen waren niet ver, in de armen.
Hij was onder de indruk van de voorstelling, ik vond het een van mijn mindere. Ik zat zelfs een beetje stuk. Jaap vertelde dat hij mijn gevoel kende. Hoe hij meerdere malen na het bedanken naar zijn ​kleedkamer was geslopen in de overtuiging dat het niet zo goed was geweest. Maar al snel kwamen er andere geluiden. Het publiek vond het geweldig, musici zeiden nog nooit zo intens gespeeld te hebben en de directie kwam met een nieuwe uitnodiging. Hij had me niet helemaal overtuigd, maar wel getroost. Uiteindelijk is het oordeel aan de toeschouwer.

2 januari 2020

Graag had ik vandaag mijn blogjes voortgezet.
Maar er komt niks.
Dat is niet waar.
Er komt wel wat.
Veel zelfs.
Te veel.
Mij ontbreekt de energie om die hoeveelheid te ordenen.
Haantje de voorste.
Kip zonder kop
Het Cultureel Woordenboek omschrijft energie als een grootheid die tot uitdrukking brengt in hoeverre een systeem arbeid kan verrichten of warmte produceren. Wij mensen zijn overdragers van energie. We geven en ontvangen. Ik denk dat veel van het menselijk tekort zit in het gebrek aan evenwicht in afgave en ontvangst.

Ik heb veel pluimen gekregen.
Mensen geven aan energie ontvangen te hebben. En geven mij daarvan terug. Ik heb ook negatieve commentaren gekregen. Van mensen die niets ontvangen als ze op mij afstemmen. Die mij dat verwijten. Dat kost energie.​
Mijn dag heb ik besteed aan het hervinden van balans.
Hoe ik weet dat die verstoord is?
Ik ben moe.
Maar gelukkig.

1 januari 2020

Het is nu 16.07 uur. We hebben zojuist de montage voltooid. Nu moet de MXF file nog gerenderd worden. Dat is het samenbrengen van audio- en videodata zodat deze geschikt zijn om uitgezonden te worden. Dan volgt nog het transport naar de uitzendstraat. Daar moeten ze er dan voor zorgen dat om 21.05 uur De Lachgasfabriek op uw scherm verschijnt. Dan slaken wij hier een zucht van verlichting.
Onmiddellijk na de opname van maandagavond was er een lichte paniek in onze gelederen of registratie van de voorstelling wel de kracht had van de live uitvoering. Ik had een slechte nacht met veel vragen over voldongen feiten. Gisteren werd al duidelijk dat het wel goed zat. Vandaag hebben we nog wat puntjes op i’s gezet. 1.28.54 is de zuivere speeltijd geworden. Woensdag 6 november zijn we in Bouwkunde Deventer begonnen met een eerste try out die al meteen bevestigde dat het spoor juist was. Nu, precies acht weken later, toont de opname het eindresultaat. Ik kan daar zelf niet veel over zeggen. Laat het duimpje op de meegestuurde foto voor zich spreken. Ik ben al jaren omringd door een stel fantastische mensen, die voor mij door het vuur gaan. Ik ben ze diep dankbaar.​
Waarschijnlijk ga ik de komende dagen nog wat doorschrijven over de nasleep. Er komt een digitaal boekje op de site over de hele onderneming in al zijn facetten. U wordt daarvan op de hoogte gehouden. Ik ga De Canon weer een paar keer spelen. Ik ga aan een boek beginnen. Het houdt nooit op.

foto Claudia Otten

31 december 2019

Gisteren laatste avond Westergastheater. Opname 2. Daar ga ik over schrijven als het wat verder achter me ligt. Ik kon niet meteen ontspannen na de opname en ook de nacht was vol waakmomenten waarin de vragen bleven malen. Had ik niet? Was het niet beter geweest dat? Enfin, het staat erop. Hella is nu met Paul S. aan het monteren. Morgen om 14.00 uur inleveren.

P. S. Omdat ik de afgelopen tijd nogal met Wim Kan in de weer was, stuitte ik natuurlijk ook op Corry Vonk. Net als het afscheid nemen van Heintje Davids, behoort het bedanken van Corry samen met haar man Wim aan het eind van de voorstelling tot ons collectief geheugen. Een collectief geheugen is vrij willekeurig en scheert vaak langs de historische werkelijkheid. Lezende in ‘The Way of a Boy’ van Ernest Hillen, die als knaap tijdens de Japanse bezetting met Corry in het jappenkamp Tjimahi (Bandoeng) zat, kreeg ik een beeld van haar waarvan ik zou willen dat ze zo zou voort leven.
Corry kwam met de commandant overeen dat zij de officiële entertainer van het kamp zou worden. Gaf zichzelf de titel ‘ Hancho Main Main ’ (commandant van het spel). Met vriendin Puck Meijer deed ze aan cabaret (les deux ânes), met vrijwilligers verzorgde ze musicalvoorstellingen. De door de Japanners ​vergeefs verboden entreegelden, kwamen ten goede aan vrouwen in het kamp die geen geld hadden.
Goed gehumeurd hielp ze in het provisorische ziekenhuis met wassen van verbanden en kleding van de patiënten waarmee ze respect afdwong bij de bezetter. Corry Vonk was een heldin!

30 december 2019

Gisteren Westergastheater. De eerste opnameavond. Vanavond nog een. Eind 2001 namen we Het Laatste Oordeel op. In het oude Nieuwe delaMartheater, twee voorstellingen op twee avonden. De beste van de vier zou worden uitgezonden. De stelregel van Wim Kan ( de oudejaarsconference wordt pas uitgezonden als ik er tevreden over ben) behoorde tot het verleden.
De eerste opname was niet goed, daar waren we het meteen over eens. Ik was niet vrij, wel gespannen en geforceerd. Geen punt, straks weer een kans.
De tweede was een uur na de eerste. Opnieuw kwam ik niet echt los en bleef maar vechten tegen de herinnering aan veel uitbundiger avonden. Morgen dan maar.
De voorstelling tijdens de derde registratie liep goed, ik was blij. Maar kreeg onmiddellijk na afkomst te horen dat de gehele opname onbruikbaar was door een technisch defect. Viel verder niets aan te doen. De spanning was te snijden. Ik probeerde wanhopig mijn kop leeg te krijgen om vrijuit te kunnen spelen.
Het doek ging open, ik liep op en iemand op de eerste rij liet een langgerekt, luid ‘Freeeeeekkkiiiiiiee!!!’ horen. Normaal goed voor vijf minuten vrolijke improvisatie, maar nu schoot ik in een kramp. Ik dacht: daar gaat mijn laatste kans! ​Ik heb de man de zaal uit gebonjourd. Ben hem nog nagerend. Heb hem beneden in de hal mijn excuses aangeboden en uitgenodigd voor een andere keer. Ben als een kip zonder kop weer naar boven gerend en heb ver beneden mijn kunnen gespeeld.
Volgens mij heeft de kijker daar niet veel van meegekregen. .

29 december 2019

Gisteravond Westergasfabriek. Tot nu toe is het in deze blogjes nog nooit gegaan over de inhoud. De belangrijkste reden daarvoor is natuurlijk dat ik niks wil verklappen. Je moet tegenwoordig op je hoede zijn want de spoiler loert aan alle kanten. Vroeger hoefde je je geen zorgen te maken als je een voetbalwedstrijd opnam om na de voorstelling te bekijken. Nu word ik al tijdens de voorstelling vertrouwd gemaakt met het scoreverloop door mensen die opgewonden hun telefoons ophouden.
In recensies, boek, theater of film wordt het verhaal tot in detail verteld. Quentin Tarantino moest de pers smeken het einde van zijn Once upon a time in Hollywood niet te verraden. Veel haalde het niet uit.
Het Geweten is een van de thema’s van De Lachgasfabriek. Hoe is het gesteld met de ontwikkeling van het geweten van een kind. Wordt een geweten nog wel als een onmisbaar kompas gezien? En zo ja, wat zijn dan de normen en waarden waarop we dat geweten funderen?
Het gebrek aan strijdlust en ambitie tegen de leegte van het populisme. De berusting in, het ontzag voor de reactionaire, schaamteloze en oncreatieve manier waarop de Ongehoorden het goed van de Vrije Meningsuiting invullen.
Solidariteit. Maatschappelijke luiheid door de gewenning aan het het altijd en overal ​beschikbare geheel verzorgde. De verlamming door angst voor de toekomst. Verbondenheid. De instinctieve kuddegeest heeft plaats gemaakt voor een algoritmische besturing. De religie bood een troostender alternatief dan zijn seculiere opvolger.
En daarnaast valt er nog heel veel te lachen.

28 december 2019

Gisteravond was ik in het Westergastheater. Het was vol. Het is gegaan zoals vaker met series in Amsterdam. Aan het begin zijn er nog kaarten, aan het eind als iedereen er nog in wil, niet meer. Ik was van plan daar eens diep op in te gaan omdat het onderwerp heikel is en langs schaamte en schande scheert, maar ik ga het over iets anders hebben.
Over de prijs die ik vanmorgen, misschien mede door u, in ontvangst mocht nemen in het onvolprezen radioprogramma De Taalstaat van Frits Spits: Taalstaatmeester 2019!
De uitzending begon met de bekendmaking van het woord van het jaar volgens het Genootschap Onze Taal, een van de organisaties die de prijs ondersteunt: het achtervoegsel -schaamte zoals in vliegschaamte. De juryvoorzitter, de presentator en ik keken elkaar even gefronst aan. Schaamte een achtervoegsel? Juryvoorzitter René A. las aansluitend vol vuur het juryrapport voor en even later drukte Frits mij de legpenning in handen vergezeld van een bos bloemen.
De ontroering stond mij nader dan het cynisme. Vlak voor de uitzending was collega Youp van ’t H. de studio binnen komen wandelen. Ik dacht even dat hij ter meerdere eer en glorie van ​mijn prijs was opgetrommeld, maar hij ging direct na de prijsuitreiking in gesprek met Frits over het taalgebruik in zijn Oudejaarsconference 1989.
Wij maakten wel van de gelegenheid gebruik een foto te schieten. Omdat die vaak meer dan woorden zeggen. Zoals bijvoorbeeld bij de foto van Toon H. , Wim S. en Wim K.. Oordeelt uzelf.

De Grote Drie
De Grote Twee

27 december 2019

Gisteravond begonnen aan de laatste serie van vijf achter elkaar in het Westergastheater. Met de opnamedagen in het vooruitzicht komt het er nu op aan op lengte van de conference in de gaten te houden. Ik heb 90 minuten tot mijn beschikking. Gisteren duurde de voorstelling 5 minuten langer.
Hella, die de montage voor haar rekening neemt, vindt het moeilijk om te knippen in de opnames, dus proberen we nu terug te snoeien. Kill your darlings, heet dat. Er zou een mooi programma zitten in het zwerven over de ‘begraafplaats van de lievelingen’.
Ik doe tijdens de show drie dansjes. ze komen voort uit het idee dat woorden te kort schieten. Ballet en cabaret is nog geen platgetreden combinatie. Zeker als niet duidelijk is of het wel leuk genoeg bedoeld is. Niet alleen van de beroepskritiek ook van fans en vrienden kreeg ik al te horen: ‘Dat ballet hoeft voor ons niet.’ Hella, mijn onvoorwaardelijke baken, ziet mij graag dansen. Ze heeft een paar prachtige benen met tutu gemaakt. Het dansje van Limo, mijn antagonist, mocht een open doekje ontvangen. Maar nu moeten er vijf minuten uit en aan woorden schrappen zit een grens. En de flauwste grap kan een geduchte compositorische steunpilaar zijn.​
Na de voorstelling zag ik op Arte een documentaire over de geniale clown Grock en hoe hij zijn ziel verkocht in zijn hang het publiek te amuseren. Het confronterende er aan was dat hij dat zelf niet in de gaten had, of liever, het niet zo ervoer. Hij bleef de naieveling spelen alsof de onschuld nooit verloren ging. Ik houd vast aan mijn dansjes, maak ze alleen iets korter.

foto Claudia Otten

26 december 2019

Gisteren geen voorstelling. Onze kerstwandeling werd gemarkeerd door drie vrouwen.
Bij de Florissteen, die herinnert aan de moord op Graaf Floris V in 1296 door de edelen, zat een mevrouw gehurkt met een waxinelichtje. Haar autootje stond midden op de weg met het portier open. Ze legde in een paar woorden haar relatie tot de onfortuinlijke Graaf uit, waar naar eigen zeggen geen speld tussen te krijgen was. Er mochten veel geloven zijn, er was maar een God. Ook voorspelde ze dat volgend jaar om deze tijd dezelfde Steen omringd zou zijn door een zee van lichtjes.
Even later, op het strand sprak een moeder haar zoon toe en ik zei schertsend: ‘Niet zo streng tegen hem zijn!’ Haar gezicht bleef zorg uitdrukken. Ze vertelde dat de jongen autist was en agressief kon worden. Ik schrok van mijn onbezonnen botheid. We kregen het over kinderen die deze maatschappij niet aan kunnen en omgekeerd. Haar opluchting er zo over te kunnen praten ontroerde hevig.
Daarna gingen we even langs bij de organisator van onze 1 januariduik die mij gevraagd had dit jaar het startsein te geven. Toen ik te kennen gaf daartoe bereid te zijn, kreeg zijn vrouw een spontane vreugdeaanval. Toen ik ook nog eens te kennen gaf zelf een duik te overwegen, was haar enthousiasme niet meer te stuiten. De ​kokerrok over de bovenbenen trekkend deed ze voor hoe iceman Wim Hofs zijn pupillen voorbereidde op een sprong in ijskoud water. Het had nog het meeste weg van de voorbereiding van de All Blacks, NieuwZeelands rugbyteam, op een interland. Het lichaam iets doorgezakt op de gespreide benen de armen bezwerend zwaaiend ‘OeAh OeAh’ roepen. De beoogde magie sloeg ter plekke op mij over.

25 december 2019

Gisteravond Westergasfabriek. Het programma is inmiddels weer uitgelopen tot 1 uur en 40 minuten. Er moeten 10 minuten uit.

Ik kom een volle banketbakkerij binnen en trek een nummertje.
13.
Ik voorzie dat als ik me, eenmaal aan de beurt, meld als de bezitter van nummer 13, kan rekenen op tsunami van cliché’s aangaande het ongeluksgetal. Dus verfrommel ik mijn nummertje, laat het langs mijn broekspijp op de grond vallen en ga er met mijn voet op staan.
Klanten voor mij worden geholpen, klanten na mij trekken een nummertje. Op zeker moment laat de banketbakker een afgemeten ’13’ door zijn ambachtelijk geurende winkel klinken. Het wordt stil. Mensen kijken op hun bonnetje. Nummer 15 maakt zich bekend.
Er wordt wat suggestief naar elkaar gekeken. De banketbakker drukt op een knopje en roept tegelijk met het verschijnen van het getal 14 op een display: ’14!’
‘Dat ben ik’ zeg ik met de aangeleerde bescheidenheid van de bekende Nederlander. ‘Oh, hij had nummer 13!’ roept een vrouw vlak naast mij. ‘Hij was bang voor het ongeluksgetal!’​’Hij heeft natuurlijk al zoveel geluk in zijn leven gehad, dat ie het ergste vreest.’, voegt een corpulente heer er afgemeten aan toen.
Er volgen nog enige door hart en ziel snijdende platitudes als de banketbakker gespeeld nederig vraagt: ‘Wat mag het zijn Meneer De Jonge?’
Die halve minuut gaat eruit. Nog 9,5.

24 december 2019

Gisteren was ik vrij.
Dit is de tijd van het jaar
dat bij het vuur verhalen komen
en ernstig wordt genomen
een woord als tijdsgewricht
lampjes huis en boompje beestje sieren
wij een dode dichter vieren
die het in een woord kon samenvatten
Het woord werd licht

Het is de nacht van het jaar
dat je staan moet in de kerken
mondjesmaat de geest laat werken
handen gevouwen ogen dicht
onder het gezangen zingen
dwaal je door herinneringen
die je in een woord kan samenvatten
Het Woord is Licht

Bijna het uur van het jaar
van alleen staande komieken
met hun maatschappijkritiek en
maling aan vermeend gewicht
die lachen peurend uit het lijden
pogen de waanzin van de tijden
in een woord samen te vatten
Dat is niet licht

Hella en ik wensen u bij deze goede kerstdagen en krachtig nieuwjaar


24 december 2019 Kerstverhaal

Digna.

Het was winter. Niemand wist wanneer de oorlog voorbij zou zijn. Het hoopvolle gerucht dat begin september het land in euforische verwarring had gebracht, was bijna geheel bedolven onder de zwaarmoedige berusting die de mensen hier op het Hogeland tot hun levenshouding hadden gemaakt. Maken suggereert overigens teveel bewustzijn, moet ik erbij aantekenen. Het was ze overkomen. Moe geworden van het het lot dat wel uitdaagt, maar geen winnaars duldt. De oorlog was misschien in de stad voor veel bewoners een voortdurende levensbedreigende situatie, hier op het platteland vertoonde vijand zich nauwelijks. Het verzet beperkte zich tot onderdak verschaffen aan wat onderduikers. Iets waar, hoe vanzelfsprekend het voor de verschaffers ook was, nooit te min over gesproken mag worden. Zoals ook de keuze van heel veel NSB’ers nooit vergoelijkt mag worden, maar die toch vaak meer voor de hand lag en minder om het lijf had dan zware woorden als landverraad willen suggereren.  ‘Vrede op aarde’, had de dominee in zijn eerste adventsoverweging geschreven. En mevrouw Rienkema had het gelezen in het kerkenblaadje dat elke week verspreid werd in de drie gemeenten die de zielenherder hoedde. Ze had het hardop voorgelezen aan haar dochter Digna die, met een boek op schoot, naast haar op de bank zat. En aan het eind verzucht: Vrede op aarde. De verloren slag bij de brug over de Rijn had de hoop erop een flinke deuk bezorgd.

De dominee woonde met zijn jonge gezin een paar kilometer verder op in de geel gepleisterde pastorie vlak naast de eveneens geel gepleisterde kerk. Een paar jaar na zijn afstuderen was hij was hij hier beroepen. De excentrieke namen van de dorpen, de kleine kerken stil getuigend van een vanzelfsprekend geloof, de wederzijdse onafhankelijkheid van hereboer en knecht waren alle argumenten geweest om juist hier te beginnen. De stugheid voorzichtig tegemoet treden met de oerkracht van de verhalen, had hij zich voorgenomen. Enigszins voorbijgaand aan zijn studie die vooral gericht was op het intellectuele, moest hij pastor zien te worden. Herder voor alle schapen. Het viel hem nog niet mee de juiste toon aan te slaan in zijn preken, maar vooral in zijn simpele stukjes voor het kerkenblaadje. Bleef hij zich hardnekkige verzetten tegen zijn burgerlijke afkomst, gedirigeerd door zijn autoritaire, notabene door God zelf geroepen vader die hem, zijn oudste zoon, had voorbestemd dominee te worden? 

En nu werd het weer Kerstmis, voor de derde keer hier op het Hogeland en moest hij, nu de hoop op een snelle bevrijding vervlogen was, voorbij de gemeenplaatsen het over Vrede op Aarde hebben. Toen schoot hem dat over die kaarsen te binnen. Dat er geen kaarsen meer waren. Deze Kerst. Het kerkenblaadje lag op de salontafel. Digna’s moeder was plotseling opgesprongen en had allerlei lades en kasten opengetrokken en een paar keer verzucht dat ze ‘…toch hoog nodig eens al die rommel moest weggooien…’ ‘Wat zoek je?’, had Digna gevaagd. ‘Kaarsen.’

Het was de laatste zin van het stukje geweest – ‘Het gebed voedt de hoop’- die iets in haar moeder wakker geroepen had. Die zich er door aangespoord voelde hoe dan ook iets te doen aan die deprimerende onmacht die de bezetting meebracht. Ze begreep ook wel dat kaarsen de vrede niet dichterbij brachten, maar de dominee had gelijk het verzet zat hem niet alleen in levensgevaarlijke heldendaden maar ook in de simpele volharding van geloof in vrede. Door het zingen van het licht dat komt. De bevrijding die aanstaande is. Het branden van de kaarsen.  Kaarsen die er niet meer zijn. Tenminste volgens de dominee. Maar zij wist zeker dat er ergens in huis nog kaarsen lagen. Op de vliering misschien.
Digna is op weg naar de pastorie van Westernieland. Op haar net nog te grote fiets. Ze mocht mee naar de kerstnachtdienst als zij de kaarsen, die haar moeder in een krantje gerold in haar fietstas gestopt, weggebracht naar de pastorie een dorp verder. Ze was nog nooit alleen op de fiets zo ver gegaan. Het was koud en nat. En het was oorlog.  Haar tenen duwden de trappers naar beneden. Ze had iets om naar uit te zien. De kerstnacht tussen haar ouders in zingen in de kerk. 
Vrede op aarde.
Toen gebeurde waar ze voor gevreesd had. Wat ze niet tegen haar moeder gezegd had. Waarom niet? Haar moeder moet toch geweten hebben van de mogelijkheid. Je kwam bijna nooit een soldaat tegen. Er reed wel eens een motor met zijspan langs. Of een vrachtwagen waar je achterin wat soldaten zag zitten met een geweer tussen hun knieën. 

De Duitse soldaat was opeens vanachter een boom de weg opgestapt en had zijn hand opgestoken. Digna viel bijna om van schrik. De soldaat wist met een snelle handeling haar fiets op te vangen waarbij hij zijn geweer op de grond moest laten valllen, waarna hij een besmuikt ‘Verzeihung‘ mompelde.  Digna wist niet wat de soldaat ermee bedoelde, maar ze voelde de angst uit haar lichaam wegstromen en gaf hem haar liefste glimlach.  Toen ze de pastorie naderde begon haar hart opnieuw heviger te kloppen. Nu niet van angst, maar van opwinding. De nieuwe dominee was een keer bij hen op visite geweest en moeder was helemaal over haar ‘theewater’ geweest, volgens vader.  Ze zette de fiets tegen het ijzeren hek en nam de kaarsen uit de fietstas. Het hek ging piepend open. Ze trok aan de deurbel. De mevrouw met een baby op de arm deed open en riep haar man.  De dominee.  Toen ze hem de kaarsen gaf zei hij: ‘Nou je mag blij zijn dat er hier zo weinig Duitse soldaten zijn.’ Ze keek hem verlegen lachend aan en durfde niet te zeggen dat ze er net door een was aangehouden. Een hele vriendelijke nog wel. Of ze al groot genoeg was om bij de Kerstnachtdienst te zijn?, wilde de dominee weten. Toen ze daarop verlegen lachend ja knikte, zei de dominee: ‘Dan weet ik het goed gemaakt: dan mag jij de kaarsen aansteken!’  Op de terugweg koste het Digna geen moeite meer om bij de trappers te komen.

Dit verhaal is gebaseerd op wat een 85-jarige vrouw uit Pieterburen mij tijdens de tentoonstelling Het Volle Leven in Het Groninger Museum aan mij vertelde. Zij was tien toen ze dit avontuur beleefde. De ‘krant’ waarin haar moeder de kaarsen had gewikkeld betrof een nummer van de illegale Trouw. De baby op de arm van de domineesvrouw was ik.

23 december 2019

Gisteren had ik geen voorstelling. Wim Kan maakte in een oudejaarsconference (1973) een grap, een woordspeling ik zeg het al vast maar even, over de CHU’er Roelof Kruisinga. Die als Staatssecretaris van Volksgezondheid verantwoordelijkheid droeg voor water- en luchtverontreiniging. Kan vond Kruisinga een strenge man, hij ging niet met de AR in zee, niet met de KVP, maar Wim zag ‘m wel in Scheveningen in de vieze zee zwemmen.

De woordspeling heeft jarenlang triomfen gevierd in conferences van Wim Kan, maar vooral ook in die van Toon Hermans. Toen ik met monoloogjes begon, stikten die dan ook van de woordspelingen. Nu is het met een grap -en een woordspeling is een grap-, zo, dat als er om gelachen wordt is ie leuk. Die lach kan soms voortkomen uit de timing (Toon Hermans), soms uit de oubolligheid van de guitigheid (Neerlands Hoop) en soms uit de onverwachte, geniale gedachtensprong (daar heb ik zo gauw geen voorbeeld van).

Frits Spits vroeg afgelopen zaterdag in zijn programma de Taalstaat wat ik mijn beste taalvondst achtte. Er schoot me te binnen: een vrouw van lichte zeden had haar benen genummerd zodat zij ze dan beter uit elkaar kon houden. Ik zei het niet, ik keek wel uit. Die grap kan gewoon niet meer, maar oogste in de Neerlands Hoop Express veel succes.​ Het is met de woordspeling als met naakt in een speelfilm: Het moet functioneel zijn. Marco Kroon, de gelauwerde wildplasser, maakt dit jaar tot een Kroonjaar: kroonlid, kroonkurk, kroonjuweel, kroongetuige, kroonluchter en ga zo maar door. Wim Kan vroeg hem of dat geen kwaad kon in die vieze zee te zwemmen, waarop Kruisinga zei: ‘Dat hindert niet als ik er maar tot mijn kruis in ga!’

22 december 2019

Gisteravond speelde ik in het Westergastheater waar deze vier regels uit de proloog, die vanaf de eerste try-out meegingen, sneuvelden:
Voor al wat verloren gaat
meldt zich een louche vinder
veel te bieden heeft hij niet
‘minder minder minder’

Om de een of andere reden ontstond er maar geen klaarheid aan het begin van de voorstelling. Het publiek zocht zijn lachjes en ik trok een vierde wand op met de, aarzelend gesproken, eerste zin: ‘Ik durf niet, ik ga niet.’ Uitdrukking gevend aan mijn weerzin me te mengen in het gepolariseerde, politieke discours in ons land. Waarin een kwart van de bevolking die wij ‘De Ongehoorden’ mogen noemen de rest gegijzeld houdt, door het eigen belang van de korte termijn nogal opzichtig boven het algemeen van de toekomst te stellen, gebaseerd op een twijfelachtige filosofie waarin De Leugen niet veel minder aanzien geniet dan De Waarheid, met een vertoon van botte macht die de samenleving ontwricht. Nu ik dit allemaal noteer is het op dat moment ook wel veel gevraagd van een publiek dat er net voor is gaan zitten. Ik was te gretig. Nu zei ik, niet meer zo dwingend geacteerd: ‘Ik ga niet ik wil niet.’ Meer als de oude man die het allemaal al eens een keer gezien heeft en ​niet meer de fut kan opbrengen er nog weer eens bovenop te springen. Het programma ‘De Kneep’ begon ik, nadat ik verteld te hebben dat uit onderzoek was gebleken dat de eerste vijf minuten van een show het publiek volkomen ontgaan, met het voorstellen van de muzikanten.

21 december 2019

Gisteravond in het Westergastheater. Een van de niet te verontachtzamen aspecten in het runnen van een theater betreft de Horeca. Voor veel zalen een onmisbare pijler om de begroting rond te krijgen. Een Algemeen Bitterballenverbod zou de nekslag voor menige schouwburg betekenen. In Carré kost het me zelfs 3000 euro als er geen pauze in mijn programma zit. In het Westergastheater hebben we geen Horeca. Er staan twee glazen kannen met een schenktuitje aan de onderkant gevuld met water en sinaasappelsappelschijfjes en citroenschillen waar de bezoekers gratis hun dorst kunnen lessen. Ik ​heb er niet op aangedrongen en er is voldoende spijs- en drankvoorziening in de buurt. Westergas heeft zelf nog drie dagen een proef gedaan, maar kwam niet uit de kosten. Vooral na afloop doet zich het gemis gelden als we niet even met onze gasten bij een glaasje en een hapje kunnen nababbelen. Misschien volgend jaar? Voor je het weet, is de voorstelling ondergeschikt.

De telefoon ging. De Taalstaat, dat ik genomineerd ben. Voor Taalstaatmeester 2019! Medegenomineerden Wilma Borgman en Jeroen Dijsselbloem. Eerste reactie: Sprakeloos. Tweede reactie: Ik had me een heel andere Kerst voorgesteld! Nu moet ik het land in om stemmen te winnen. Lobbyen, handenschudden, baby’s optillen, korte praatjes houden vol taalvaardigheid zonder daarbij de virtuositeit de urgentie van het betoogde te laten overheersen.

Hier kunt u stemmen! https://onzetaal.nl/nieuws-en-dossiers/poll/wie-wordt-de-taalstaatmeester-van-2019

Foto’s: NOS/Stefan Heijdendael (Wilma Borgman), Rijksoverheid (Jeroen Dijsselbloem) en Dirk Annemans (Freek de Jonge).

20 december 2019

Gisteravond in Westergastheater schijn ik gezegd te hebben dat de Erasmus Universiteit in Amsterdam stond. Niet met nadruk natuurlijk, maar meeslibbend als begeleidende kleuring bij een verhaal: ‘Ik sta naast een excellente student op de Heren van de Erasmus Universiteit in Amsterdam….’ Deels belangrijke informatie want in het vervolg van de voorstelling speelt Erasmus een (kleine) rol. Amsterdam had ik weg kunnen laten. Toch zei ik het. Fout. Wat ging er door de toeschouwer heen die mij Erasmus Universiteit in Amsterdam hoorde zeggen? Er volgde geen lach, dus het werd niet als leuk bedoeld beschouwd. Er klonk geen morrend: ‘Rotterdam zal je bedoelen!’. Het was voor niemand aanleiding om woedend de zaal te verlaten: ‘Als we zo gaan beginnen hoeft het voor mij niet meer!’ Pikant detail: het substantieel liegen van tegenwoordig is een thema in de show. Toch nestelde het foutje zich bij een paar bezoekers die de moeite namen mij via de sociale media op de hoogte te stellen van de verspreking. Zeer invoelend overigens. Mij was mij volstrekt niet opgevallen. Tot nu toe had ik het gevoel dat ik iedere verspreking, soms op het nippertje, betrapte en maakte daar dan een triomfantelijke opmerking over. ​Met als toevoeging: ‘Er komt natuurlijk een moment dat ik het zelf niet meer in de gaten heb!’ Het is mij nu overkomen en misschien eerder ook al wel, want de mensen zullen niet altijd reageren. Ik mocht er dan nog wel eens op doorgaan en tegen het publiek te zeggen: ‘Er komt onvermijdelijk een moment dat u de verspreking ook niet meer hoort.’ Dan wordt het pas echt lachen.

Achter de schermen


19 december 2019

Gisteren Westergastheater. Nadat ik zaterdag de zaak nog al door elkaar gehusseld had, bleef het gevoel hangen dat die door het lot bepaalde verandering zo gek nog niet was. Dinsdagavond voerde ik de wijziging niet door in de voorstelling en kwam er daardoor naar mijn gevoel niet echt in. Alsof er de hele tijd iemand doorheen zat te praten. Gister overdag besteed aan het zorgvuldig hercomponeren waarbij het op aan komt dat de nieuwe lassen niet opvallen. Misschien maak ik me daar drukker over dan het publiek dat het voor het eerst ziet en alles als zo bedoeld ervaart. Voor de voorstelling vroeg een van de medewerksters of het nou niet saai is om elke avond hetzelfde te moeten zeggen. Nee. Er komen zoveel noodzakelijke en terloopse gedachten bij in die uitzonderlijke staat van bewustzijn dat de herhaling van een tekst juist bijdraagt aan de roes. Zoals in een mantra waarin de voortdurende herhaling van een tekst tot bevrijding van de geest kan leiden. De weg naar de leegte. Het is tegenwoordig gebruikelijk de artiest voor opkomst ‘veel plezier’ te wensen of hem ‘geniet ervan’ toe te voegen. Zinloos.​Voor dergelijke ervaringen is geen tijd. Je betreedt een ruimte, waarin je vrij en gebonden tegelijk bent, terwijl je de vrijheid niet als mateloos ervaart en de gebondenheid niet als beperkend. Ik maakte gisteravond één verspreking. Ik zei ‘geheugen’ in plaats van ‘geweten’. Die had ik al eerder gemaakt. Alsof het geheugen het geweten wil verdringen. Naar de leegte leidt geen spoor.

18 december 2019

Lied behorende bij deze tweet:

Ja een haai heeft scherpe tanden
Duidelijk zichtbaar bovendien
Maar als De Neus zijn macht laat gelden
Is het niet om aan te zien
Aan de oever van de Amstel
Vallen mensen op de grond
Niet als gevolg van pest of cholera
Het gerucht gaat De Neus waart rond
Een bankier was een der eersten
In een lange rijke rij
Er volgden vele liquidaties
Maar De Neus was er nooit bij
Fotografen journalisten
Artiesten zelfs College Tour
Poseerden proostend met het biertje
Waarvan de brouwer was ontvoerd
Als zijn gabber tevens zwager
Plots het leven laten moet
Wijzen velen in zijn richting
Maar De Neus doet of hij bloedt
Na jarenlang te zijn vernederd
Kwamen zijn zusters uit de kast
Hun verraad vermoordt de onschuld
Waarin De Neus zijn handen wast
Astrid een boekje open
Openhartig nooit vertoond
Ze verkocht driehonderdduizend
En zo zie je misdaad loont

17 december 2019

Gisteren had ik een vrije dag. Ik belde met de gepensioneerde cabaretcriticus P. vd H. die de voorstelling zaterdagavond bezocht had. Hij schrijft nog voor de onvolprezen Theaterkrant, maar een collega was hem voor geweest. Jammer, want P. was erg te spreken over de voorstelling. Ook over de recensie trouwens. Door het geëmmer met stoelen voor de laatkomers was een ontspanning ontstaan die hem verwachtingsvol had doen onderuit zakken. Waarom blijft het begin van de avond zo precair terwijl publiek en artiest hetzelfde verlangen koesteren? Veel hangt af van het verwachtingspatroon van het publiek. Eigenlijk treed ik de zaal nog altijd tegemoet als in de beginjaren van Neerlands Hoop. Toen het publiek nauwelijks te houden was en elke poging om de zaal te beteugelen tot nieuwe hilariteit leidde. In kleine zaaltjes in de provincie wil, omdat het publiek elkaar kent, nog wel eens die stemming heersen. Toen ik solo ging was er sprake van ontzag. De Komiek begon met bijna acht minuten stil spel. Ondenkbaar nu. Wanneer precies de kentering naar een zekere spanning is gekomen weet ik niet. Misschien ben ik in de loop der jaren wat strenger geworden en is het publiek iets bezadigder. ​Bij De Canon in Carré liep ik de tweede avond op, op de tonen van New York, New York in de uitvoering van Frank Sinatra. De stemming zat er gelijk in. Misschien is mijn verwachting wel te hooggespannen. Ga ik er van uit dat het publiek er klaar voor is, terwijl er nog te veel door hun hoofd spookt, waardoor het de eerste lach missen waardoor ik denk: o jee wat moet dit worden? De toeschouwer stelt zich steeds afhankelijker op.

16 december 2019

Gisteren ben ik de deur niet uitgeweest. Het werd een dagje rondlummelen. Als ik niet vijf x in de week optrad, zou ik me schuldig gevoeld hebben. Ik heb een ziekelijk arbeidsethos of is het gewoon aandachttrekkerij? (Tip: Stel nooit een rethorische vraag via de sociale media) Ik heb wat van de papieren opgeruimd die op de foto bij de vorige blog te zien waren. Daar zaten een paar van die kleine briefjes met een plakrandje aan de achterkant tussen, waar ik iets opgeschreven had. Iets wat op het moment van noteren van levensbelang was en maar wat nu bezien onbegrijpelijk en soms zelfs onleesbaar is. Een dag of langer rond lopen met het je proberen te herinneren van een geniale inval, is geen pretje. Ik klamp me daarom vast aan de geruststellende gedachte: als die inval zo geniaal was, komt ie altijd weer boven drijven. Wat niet dubbelblind bewezen en daarom onzin is. Verloren gegane invallen zijn overleden vrienden. Ze keren niet weerom. Dus schrijf ik ze, als het even kan, in de haast, in de auto of op de wc, in het donker, in de regen, in de metro op. var- varia , zelfmoord bestonden 10 jaar, 98-70, alles is vorm, hel cloud bereik, ze ​moesten tegen Alzheimer bridgen en ze verloren, laatste druppel . Het vet gedrukte zit op de een of andere manier in het programma. De andere notities zijn onbegrijpelijk geworden of bleken ongeschikt. Zo schijnt de librettist van JS Bach, Picander ooit op een briefje gezet te hebben: Jauchzet Frohlocket! Ik heb het vet gedrukt want Picander heeft zich zijn inval herinnerd en uitgewerkt. Luister wat Bach er mee deed: https://www.youtube.com/watch?v=rUcdKa3wkHo

15 december 2019

Gisteravond speelde ik in het Westergastheater.
Ik was al even bezig toen ik lichttechnicus Daan W. aan de zijkant van de tribune met losse stoelen in de weer zag. De deur ging even open en ik zag een vijftal drentelende mensen op de gang een verlangende blik naar binnen werpen.
Laatkomers.
De laatkomer heeft een bijzondere status in het theater. Van uiterst storend tot zeer welkom. Bij een voorstelling waarbij de optredende zich rechtstreeks tot het publiek richt, kan hij de beoogde samenzwering tussen artiest en publiek aangenaam versnellen.
Er ontstond een komische stoelendans aan de zijkant omdat iedereen zijn best deed vooral niet te storen. Ieder antwoord van de laatkomers op mijn vragen werd door de toeschouwers met een gulle lach ontvangen, opgelucht als ze waren zelf niet in de netelige positie van pispaal te zitten.
De laatkomers bleken de wandeling van de geparkeerde auto naar het theater te hebben onderschat. Ik gaf een korte inhoud van het reeds gespeelde, daarbij de optijdkomers de kans te geven om te laten horen hoe goed ze hadden opgelet en ze af en toe te verrassen door met een variatie te komen.
Toen de laatkomers, na de versnelde inburgeringscursus, eenmaal geïntegreerd waren, was de stemming optimaal.
Bij een optreden v.an de legendarische conferencier Lou Bandy, de grondlegger van de conference in ons land, zocht een laatkomer nogal omstandig zijn stoel.
‘Is de koning gezeten?’ vroeg Lou geïrriteerd.
Waarop de laatkomer antwooordde: ‘Ja, de nar kan beginnen!’
Tip: Toon het publiek nooit je ergernis!

14 december 2019

Gisteren was ik weer in het Westergastheater. Tot nu toe heb ik in deze blogs nog niet veel losgelaten over de inhoud van mijn programma. De belangrijkste reden is dat ik niets wil verraden. Er van uitgaande dat je verheugen op iets, niet doodgedrukt mag worden door een opgeklopt verwachtingspatroon. Wat de komende maanden onvermijdelijk gaat gebeuren met het Eurovisie Songfestival en de F1 Grand Prix in Zandvoort. Een gebeurtenis krijgt niet meer een kans een gebeurtenis te worden tijdens de gebeurtenis, zei ik erover in De Lachgasfabriek. Zei ik, want de zin is er inmiddels uit. Niet met opzet overigens, sommige grappen en beweringen verdwijnen opeens. Zo vecht een bosje rozen uit Israel ook al weken om een plaatsje. Nu ben ik het weer twee avonden achter elkaar vergeten. Vanavond zal het er weer in zitten. Goed, waar gaat het in De Lachgasfabriek allemaal over? Hoofdthema is Het Geweten, de persoonlijke scherprechter in te maken keuzes. De Duits Amerikaanse filosoof/psycholoog Erich Fromm constateerde lang geleden al dat het geweten veel aan betekenis had ingeboet. Zijn geweten en handelen in evenwicht is er sprake van vertrouwen (innerlijke rust). Verlegen is men als het geweten het handelen voor de voeten loopt, overmoedig als ​het geweten een geringe rol speelt bij het maken van een keuze. En als vanzelf komen we dan bij het boerenprotest, de gewetenloze misleiding van het populisme, de schandelijke uitbuiting van kinderen, de meedogenloze mensenhandel. De steeds groter wordende onmacht van mensen om deel te nemen aan een steeds krankzinniger samenleving. Er is maar een ontkomen aan: De Lachgasfabriek.

13 december 2019

Gisteren speelde ik voor de vijfde keer in het Westergastheater. Direct na afloop volgt het applaus. Dat ik dan in ontvangst moet nemen. Armoedig cliché, plichtmatig applausje, buigen en wegwezen, dacht ik toen de roem zich vestigde. Maar een zangpaedagoge, die ons optreden bezocht had, vond mijn houding schandalig. Ze prentte mij in met gepaste aandacht te bedanken. ‘Daar hebben de toeschouwers recht op. Ze proberen hun dankbaarheid uit te drukken met de beperkte middelen die ze hebben.’
Dus ik buig. Er gaat even niets door mijn hoofd. Ik loop naar de trap. Hella komt naar beneden. Ik help haar de laatste treden af. Als ze het podium betreedt, zwelt het applaus even aan. Wij buigen naar elkaar. Een ontroerend moment. Dan loop ik naar de kleedkamer en ontdoe mij van de microfoons. Wissel een paar woorden met Peter de B., die hele avond met de Ipad op schoot de voorstelling heeft gevolgd. Hij weet precies wat hij zo direct na afloop tegen mij moet zeggen. Hella wil nog wel eens meteen op een onvolkomenheid wijzen waar ik dan even geen behoefte aan heb. Zeker niet aan het begin van de serie als er nog zoveel is dat niet klopt. Liever later, op de terugweg inde auto. Eenmaal aangekleed meng ik me tussen mensen. Te beginnen met de gasten. ​Complimenten in ontvangst nemen is niet mijn sterkste punt, maar dat ik mijn prestatie relativeer vinden de gasten weer niet nodig. Onbekenden knikken mij lachend toe. Steken een duim op. Een enkeling spreekt mij verlegen aan: ‘Dat dansen hoeft voor mij niet’. Een ander zegt zich verontschuldigend: ‘Die droom moet u er uitlaten. Te pijnlijk’ Ik ga naar huis en overdenk alles.

12 december 2019

Gisteren speelde ik voor de 4e keer in het Westergastheater. Het idee om voor die locatie te kiezen ontstond uit het verlangen om in de maand december in Amsterdam op te treden. De afgelopen jaren was ik regelmatig in het (Nieuwe) DelaMartheater te vinden rond die tijd, maar op de een of andere reden wilde ik maar geen vaste gast worden. Wat een rol speelde was dat ik de jaarsconference moest inspelen. Op mijn speurtocht naar het juiste theater passeerden het vertrouwde Compagnietheater (bezet) en het Shaffytheater (wordt verbouwd, bijna klaar trouwens).

Het Westergasterrein, ooit door inspanningen van de deelraad West tot monument verheven met een culturele creatieve bestemming, bood ook plaats aan een theater met 200 plaatsen. Het werd de thuisbasis van MC Theater een intercultureel productiehuis. Toen Cosmic failliet ging en de subsidie stopte was het gedaan met de vaste bespeling en moesten verhuringen wat geld in het laatje brengen. Mijn vraag om er te mogen spelen, viel samen met de ambitie van de nieuwe directie (Duncan Stutterheim) om het theater regelmatiger te laten bespelen.

Met een compleet theater ben je er nog niet. We pioneerden weer eens. Wie verkoopt de kaartjes? Wie richt de keuken (Green Room) in? Wie controleert? Wie maakt ​schoon? Hebben we beveliging nodig? Doen we wat aan horeca? Dat laatste had ik liever niet als extra complicatie, in de directe omgeving was voldoende eten en drinken, maar op het laatste moment doemden er twee mensen en een expressoapparaat op. Gelukkig hoef ik me geen zorgen te maken over de rendabiliteit ervan. Intussen heb ik een optie genomen op volgende jaar. Zelfde periode.

11 december 2019

Gisteravond mocht ik weer in het Westergastheater. Het ging niet zo lekker. Zulke avonden heb je ook. Dat het naar je eigen idee onbevredigend was, terwijl het publiek het een prima voorstelling vond. Waar lag dat aan? Straf voor mijn openhartigheid? Het is gewaagd om zo gedetailleerd in te gaan op iets dat in feite niet te verklaren is. Omgeven wordt door weinig rationele zaken als toeval, inspiratie en genade aan de kant van de artiest en openheid, smaak en overgave ter zijde van het publiek. Er komt als vanzelf bijgeloof bij kijken.
Ten tijden van Neerlands Hoop konden wij ons vermeien (opstelwoord) door op het toneel te fluiten. Dan werden we keer op keer door een oude toneelrot terecht gewezen. Er zouden door ons gefluit demonen ontwaken die rust zochten in de krochten van de schouwburg. De kwade geest van een gefrustreerd regisseur of een bedrogen actrice. Wij achten ons toen superieur aan bad vibrations . Had ik nu de goden verzocht?
Gisteren begon ik, voor het eerst, meteen te spelen. Te acteren dus. Ik trok een vierde wand op. Dat vinden de toeschowers tegenwoordig niet prettig. Men voelt zich buitengesloten. Wil van mij horen dat ik ze zie zitten.​Een oorzaak zou ook te vinden kunnen zijn in het feit dat ik te lang van te voren in het theater aanwezig ben. Te lang omgeven door kunstlicht. Dat ik de spanning naar de voorstelling verlies. Misschien voelde ik onbewust, want ik heb er tijdens het spelen geen tel aan gedacht, dat Ajax ten onder ging in de Arena. Ook daar ontbrak het even aan scherpte. Ik kan het gelukkig vanavond alweer rechtzetten.


10 december 2019

Gisteren had ik alweer geen voorstelling. Er verscheen een recensie op de site van De Theaterkrant. Een goeie. Dat wil zeggen de voorstelling werd als goed beoordeeld, kreeg zelfs een gouden badge.

Of de recensie goed was? Ik heb heel wat recensies gehad in mijn leven. Van algehele, bijna kritiekloze jubelende tot halverwege de jaren negentig tot de wat geïrriteerd gedogende van de laatste jaren. De literaire kritiek heeft me terug in mijn hok gejaagd, de televisiekritiek is nooit serieus geweest, behalve ten aanzien van de Holland Festivalserie de Noodzaak van en Zomergasten. Allebei vernietigend. Zowel De Grens als De Vergrijzing zijn goeddeels genegeerd.

Ik kan me de laatste jaren niet onttrekken aan het gevoel dat de critici me uit alle macht met beide benen op de grond willen houden. Uit liefde vooral. Enfin, ik maak wat ik maak met dezelfde passie als toen ik begon.

Een goede recensie is belangrijk omdat mijn publiek niet op basis van het vorige automatisch het volgende boekt. Waarom dat zo is, is me een raadsel. Laten we het houden op het onberekenbare, de behoefte om te zingen en het voortdurend wisselen van theater.

Mijn imago heeft er zeker ook mee te maken. Wat vroeger spannend en uitdagend was, wordt ​nu als storend en aandachttrekkerig ervaren. Voornamelijk op de social media wel te verstaan.

Het enige wat telt, is de voorstelling. Die moet aan een paar voorwaarden voldoen: volledige inzet, grote beheersing en eigenzinnige kijk op de wereld. Of de Lachgasfabriek daar aan voldoet? Kom, oordeel zelf.


9 december 2019

Gisteren was ik thuis. We maakten de wandeling om het dorp, die altijd begint met de vraag: of we eerst langs het strand lopen of langs de volkstuintjes? We kozen voor het laatste. Die begint bij het Echobos met halverwege de Echomuur die om duistere reden een echo laat weerklinken indien op de juiste plek in de juiste richting iets geroepen wordt. Meestal: ‘echo!’. Zoals in Jeruzalem de othodoxe joden deinend ‘klaag’ roepen tegen hun Muur.

Iets verderop staken we bij de Joodse Begraafplaats om de Googweg over naar het weggetje met de knotwilgen. We liepen op een van de bunkers van de Hollandse Waterlinie af, een verdedigingsmiddel dat zijn tijd gehad heeft en tot monument verheven is. Zo gaat dat. We kregen een gesprekje met een oudere dorpsbewoner die ook in de categorie Monumenten valt en daarom een rollator voortduwde. Over dat het nooit goed komt in de wereld en dat er altijd wel wat is en hoe gelukkig we ons mogen prijzen in ons mooie dorp.

We liepen langs de aanleunwoningen van de Flevohof, het voormalige bejaardenhuis, dat in handen van een beursgenoteerde zorggigant gevallen is. We stonden bij het kunstgrasveldje even stil om de ballende jeugd gade te slaan. We keken ​elkaar aan: gaan we de hele ronde doen of gaan we lekker naar huis? We staken af.

We hebben nog een praatje met een dorpsgenoot die al 46 jaar in het dorp woont. Wij 42 jaar. Hoe het weitje voor zijn deur in handen van een projectontwikkelaar was gevallen en dat de gemeente nog net op tijd ingrepen had. Waardoor gelukkig alles bij het oude bleef.


8 december 2019

Gisteren speelde ik opnieuw in het Westergastheater. De hele sfeer, de opwinding van het publiek, de gretigheid van de bespeler en het enthousiasme van de medewerkers, roept herinneringen op aan 50 jaar geleden toen we met Neerlands Hoop in het Shaffy Theater onder vergelijkbare omstandigheden begonnen aan ons avontuur.

Na afloop kwam een vriend die me al jaren volgt op me af met de vraag: ‘Hoe is het toch mogelijk?’ Ik weet het niet en dat is maar goed ook. denk ik. Genade.

Nu begint alles op zijn plaats te vallen. Nu komt het ritme aan bod. In het begin van de ontwikkeling krijgt al het bedachte nog dezelfde nadruk en wordt met dezelfde urgentie gebracht. Allengs wordt duidelijk waar het verstandig is wat gas terug te nemen en elders wat meer te geven.

Hoewel timing in grote mate een kwestie van natuur en gevoel is, komt nu ook de plaatsing van de frappe, de clou aan de orde. Dat even durven wachten waar Toon Hermans de meester in was. Soms hoorde je het publiek de ‘grap’ fluisteren, in elk geval denken en dan maakte Toon ‘m. Geestig, net niet oubollig.

Ook opmerkelijk is dat bepaalde dingen, die om diverse redenen weggezakt waren weer terugkeren en hoe er terloops ook weer nieuwe invallen aankoeken. Steeds duidelijker wordt hoe het programma in elkaar steekt en dat had tot gevolg dat ik het einde ingrijpend veranderd heb.

Wat ik geleerd heb, is dat je nooit moet hechten aan je materiaal. Het is niet meer dan een middel. Er is altijd een beter middel om je doel te bereiken.


7 december 2019

Gisteren speelde ik in Amsterdam, in het Westergastheater. Ik was daar voor het eerst, wat ook gold voor het publiek. Apart zo’n vuurdoop.

Alles was op tijd klaar. Zelfs de in allerijl van stal gehaalde foto’s die glans gaven aan de Groningse expositie, hingen. De eerste voorstelling van een serie en dan zeker op een nieuwe lokatie is vooral spannend met betrekking tot de vibraties. Wat trilt er? Hoe valt het? Hoe reageert de zaal? Hoe moet je timen? Ik begeef me op een terrein waar de wetenschap nog weinig onderzoek heeft losgelaten al weet Eric Scherder wel precies in welk deel van het brein zich zich deze waarnemingen afspelen. In grote lijnen tussen de oren.

Je weet eigenlijk al na een halve minuut of het zaaltje deugt of niet. Toch blijft het de hele avond en ik weet niet of ik deze vergelijking al eerder gebruikt heb, met de voeten schuifelen over jong ijs. Af en toe schrik je terug van een gekraak van een scheur die zich snel vertakt, dan weer glijd je soepel ijsvloer die je zacht zingend lijkt te verwelkomen . De eerste schaterlach nestelde zich behaaglijk in de hoeken van de zaal.

Robert Jan S. die dit schrijven onderbrak met een telefoontje, vertelde hoe hij zich bij een optreden met de Nits in het Olympia in Parijs omringd voelde door de geest van het Franse Chanson. Wat later, na een ingrijpende verbouwing, nauwelijks meer het geval was. In het Compagnietheater is het nooit echt vanzelf gegaan . Het verbouwde DelaMar speelde minder makkelijk dan de ouwe bak. Carré blijft Carré.

Het is een genoegen om het Westergastheater in te spelen.


6 december 2019

Gisteravond vierden wij Sinterklaas. Onze kleinzoon kreeg een koptelefoon dus die is voorlopig onder de pannen. Opgelucht kan het land ademhalen: weer een ‘zwartepiet’ doorstaan. Het is te hopen dat de kinderen van nu straks niet denken dat de traditie van het Sinterklaasfeest schuilt in het elkaar op de huid zitten. Later op de avond keek ik naar de documentaire over Margeret Atwood, de onlangs met de BookerPrice gelauwerde Canadese schrijfster. Het toeval wilde dat ik luttele ogenblikken later boven in bed de laatste bladzijden van haar meesterwerk Het verhaal van de Dienstmaagd las. Daar was ik net voor De Lachgasfabriek aan begonnen. Ik maakte er een gewoonte van om voor het slapen gaan een hoofdstukje te lezen. Dat was meestal niet veel meer dan zeven bladzijden. Dat heeft naast bezwaren, het dreigt los zand te worden, ook zijn voordelen: je leest intenser. Zoals ze in de documentaire opmerkte was het perspectief van de vrouw een belangrijk uitgangspunt van haar dystopie. (Het tegenovergestelde van een utopie) Daar werd eens te meer duidelijk wat er gebeurt als we op vooroordelen gebaseerde vanzelfsprekendheden in de wet gaan vastleggen en in rituelen verwerken. Dan ​wordt, in dit geval, de vrouw teruggebracht tot baarmoeder. Hetzelfde geldt voor onze sluimerende ideeën over anderen vooral als uiterlijke kenmerken ze makkelijk als groep duidbaar maken. Onze op oerangst gebaseerde vooroordelen, vinden overal een weg om verder te woekeren in dromen van een samenleving waar een superieure soort bepaalt. Volgend jaar kunnen we weer zien wat we dit jaar aan inzicht gewonnen hebben.


5 december 2019

Gisteren was ik vrij
Vrij ben ik als ik niet hoef te spelen
Spelen zo noemen wij artiesten optreden
dus als ik niet speel ben ik vrij
als kind speelde ik als ik vrij was
Vandaag heb ik andere taken
ik moet gedichten maken en niet alleen de mijne
maar ook de hare en de zijne
want ‘dat is geen probleem voor jou
jij schudt die dingen uit je mouw’
De vader van mijn vrouw was dichter
maar niet met Sinterklaas
dan was hij even niet thuis
Nou ja de deur van zijn kamer zat op slot
Bij ons werd er helemaal niet gedicht
Ik kan mij verrassend weinig Sinten herinneren
Een toen Zwarte Piet ons dienstmeisje
onzedelijk betastte
(er zitten heel wat moderne taboes in die zin)
De tweede betrof het verhaal van mijn vader
het kindertrauma werd ieder jaar op 5 december opgerakeld
Vader (kleine André) had een trein gevraagd
De pakjesmand raakte snel leeg
Er bleef een vrij grote doos over
Voor André
Mijn vader pakte een legpuzzel uit
Van een trein.
Een vast cadeau voor mij was een vulpen
die ik vaak voor de kerst al weer kwijt was
​Ik had niet eens tijd gehad om er aan gehecht te raken
Prettige pakjesavond.


4 december 2019

Gisteren was ik in Amersfoort in het Onze Lieve Vrouwe Theater. De laatste reisvoorstelling. We hebben in een maand ruim 5000 kilometer afgelegd. We konden nog van de maximum snelheid van 130 km/u profiteren. Wat in totaal 35 minuten scheelde. Naar Mars is een snelheidsbeperking vervelend, op het traject Amersfoort-Muiderberg is hij te verwaarlozen. In de show beweer ik dat ik door allerlei handigheidjes in mijn leven inmiddels zoveel tijd heb uitgespaard dat ik, als ik doodga, waarschijnlijk tijd over heb. Een half uurtje voor aanvang kwam de gastvrouw zich voorstellen. Dat ging gepaard met het aanbieden van de consumptiebonnen. Altijd weer een plechtig moment. Na onze dankbetuiging vroeg de gastvrouw tamelijk plompverloren of ik zenuwachtig was. Daar kun je van allerlei dingen bij denken. Bijvoorbeeld of de gastvrouw wel de aangewezen persoon is om drie kwartier voor de voorstelling aan de optredende artiest te vragen of hij zenuwachtig is. Stel je voor dat hij dat is en dat je daar vooral geen aandacht op moet vestigen om dat hij wel eens een zweetaanval kan krijgen waar de vochtafscheiding van Prins Andrew klein bier is vergeleken.​ Ze heeft geluk: er is volkomen balans in wat het publiek van mij vraagt en wat ik te bieden heb. Een betere vraag was geweest hoe het gesteld was met de concentratie. Dan had ik kunnen zeggen: die is het moeilijkst op het moment dat je voor het eerst uit je hoofd gaat spelen. Dan valt er iets van de rust weg die het geheel biedt en spring je gehaast van detail naar detail in je hoofd uit angst iets te vergeten. Na afloop stroomden de reacties op Volle Zalen binnen.


3 december 2019

Gisteren trad ik niet op. ’s Morgens nam ik een kijkje en hoortje in de studio van Frans H., waar Reyer Z. zijn filmmuziek voor De Vogelwachter opneemt. De nabewerking van een film heeft een enorme vlucht genomen. Niet alleen is het mogelijk visueel met special effects het onmogelijk geachte te doen, de sountrack krijgt ook steeds meer nuance. Nodig om de mogelijkheden van een steeds geraffineerder geluidsreproductie zo goed mogelijk te benutten. Daarna ging ik even voetballen wat er de laatste weken bij ingeschoten was (geen woordspeling). Sjaak S. maakte zich in de kleedkamer nogal druk over de mondigheid van Noa Lang. De hattrick tegen Twente was voor Sjaak niet voldoende om nu al te doen of hij (Lang) de opstelling kon bepalen. Tijd voor de post daarna. Een (eerste!) reactie op het, na de voorstellingen van De Canon, gratis verstrekte boekje ‘Freek viert Carré’. Een van de verhaaltjes, over een incident in Carré tijdens de laatste voorstelling van De Mars live door de radio uitgezonden eindigde met: ‘Ik weet niet of de opnamen ervan bewaard zijn. Ik hoop van niet’. Jos L. schreef: ‘Die 29e augustus in 1981 zat ik met mijn cassetterecorder in de aanslag klaar toen de live-uitzending begon. Het bandje heb ik 25 ​jaar bewaard, en toen ik mijn cassetterecorder en de cassettes de deur uitdeed, heb ik er een mp3 van gemaakt. Die staat nog op mijn harde schijf. Wat ik mij herinner (ik heb het niet teruggeluisterd) is uw boosheid. Ik dacht dat u de twee onverlaten te lijf zou gaan.’


2 december 2019

Gisteren hoefde ik niet te spelen. ’s Middags zaten we in de Stopera bij Die Walküre van Richard Wagner. Een hele zit, qua tijd. De voorstelling duurde vijf uur en kende twee pauzes. Maar het ‘Gesamtkunstwerk’ zoals de componist-librettist het graag noemt, boeide van de eerste tot de laatste minuut omdat alles tot in de details klopte. Het decor was overrompelend: een kolossaal houten wiel dat schuin omhoog stond wat van de fantastische solisten extra concentratie en inspanning vroeg. Om optimaal te genieten van het gebodene kan men het beste van te voren grondig bestuderen waar het over gaat. Dan kun je de dirigent gadeslaan die zijn orkest en de solisten aanstuurt, dan heb je oog voor sublieme kostuums en oor voor de emotie in de zang. Ik was gedwongen af en toe van de boventiteling gebruik te maken wat afleidt temeer daar die met multifocale glazen moeilijk leesbaar is. Misschien heb je bij de opera multivocale glazen nodig. Heel merkwaardig in deze hallucinerende ervaring was dat aan het eind van de voorstelling, wanneer boodschap en ontroering naar een climax leiden, twee percussionisten opeens in hun pogingen zo onopvallend mogelijk plaats te nemen in het orkest dat op het toneel zat de volledige aandacht opeiste.​Pierre Audi, de regisseur die een rij voor ons zat. moet door de grond gegaan zijn. Ik voel nu al de pijn van straks aan het eind van de uitzending van De Lachgasfabriek als verschijnt volgens protocol, rechtsboven in beeld de aankondiging van het volgende programma verschijnt. Een kras in het ‘Gesamtkunstwerk’.


1 december 2019

Gisteren was ik in Hellevoetsluis in theater De Twee
Hondjes. Een speelse naam. Waar die vandaan komt leest u op de site van Jan Dirk Snel.
https://jandirksnel.wordpress.com/tag/twee-hondjes/
Het was de zeventiende try out van dit programma. Hij duurde precies anderhalf uur en ik deed hem helemaal uit mijn hoofd.
Er was een moment dat ik aan Hella, die elke avond achterin de zaal achter de lichttafel zit, vroeg wat er er nù kwam. Het publiek vraagt zich op zo’n moment af: hoort dit er nu bij of niet?
Gisteravond wel, maar straks niet meer.
Theaterwetten, bij Neerlands Hoop hadden we er een sport van gemaakt ze te overtreden. Maar elke overtreding leidt tot een nieuwe, of vernieuwing van de wet.
Het is een eeuwig gevecht tegen het door het verwachtingspatroon opgedrongen cliché.
In het begin klamp ik me vast aan de lach, later, als het inhoudelijke zich begint op te dringen, probeer ik de goedkoopste grappen te laten vallen.
Voorbeelden graag, hoor ik u denken, daarmee een taboe van deze blogjes aansnijdend: niet te veel verraden. Maar de grappen over het procesje rond onze wildplasser Marco Kroon spreekt de laagste lusten in een komiek aan: de woordspeling.
Op de terugweg, het futuristische verleden van Pernis, hebben we het over wat ik vergeten ben. Dat blijkt nog behoorlijk veel. Maar er waren ook verrassende toevalligheden. Iets wat door vergeten en alsnog herinnerd, op een betere plaats viel.
Het blijft genieten.


30 november 2019

Gisteren waren we in Woerden in Het Klooster. In verband met de vrijdagspits vrij vroeg. Het Klooster is behalve een theater met zo’n 180 stoelen, ook een cultureel Centrum. In de ruimte naast de kleedkamer repeteerde een dansklas, iets verderop in het gebouw kreeg iemand drumles en intussen speelde een theatermedewerker met een vinger sinterklaasliedjes op de piano. Dat laatste viel buiten het kader van de kunstzinnige vorming natuurlijk. Terwijl Hella Woerden ging verkennen, nam ik de overgangen in de show door. De afzonderlijke nummers zitten er nu wel zo’n beetje in. De rode draad, een verhaal van een over de randjongere, is in stukjes geknipt en verdeeld over de voorstelling. Iedere nummer eindigt met een pointe en soms sluit het fragment van de rode draad daar op aan, zoals ook het einde daarvan vanzelf naar het begin van een nieuw nummer leidt, maar soms ook niet. Dan, als het geheugen niet op associatie kan werken, moet het geholpen worden door de kracht van de herhaling. Mijn ervaring is dat na tussen de 30 en 40 keer spelen de stof zodanig is opgeslagen dat je er op allerlei manieren mee aan de slag kunt. Sterker nog dan komt er weer ruimte in het brein om aan andere dingen te denken. Die meestal leiden tot inprovisaties, maar soms ook​ over zaken gaan die niets met het programma te maken hebben. Wat doen we met Bouterse met de Kerstdagen? Maar zover is het nog niet. ‘Opa heb je sigaretten bij je’ moet naadloos worden gevolgd door: ‘Wist u dat Trump ooit begonnen is met een Bed and Breakfast?” Het brein piept en kraakt.


29 november 2019

Gisteren had ik geen voorstelling
Waar denk aan als je nergens aan denkt? dacht ik vanmorgen
Poëzie moet dat wat het brein vermoedt verwoorden
Waarom is willen begrijpen vooral bij poëzie zo’n barrière?
Kun je racisme oplossen met meer camera’s in het stadion?
Tygo hield zijn teen in het zwembad van de psychatrie
Koudwatervrees voor zelfverminking
Wij hebben deze wereld zo gemaakt en gaan onverdroten door
De bladblazers voor mijn deur jagen de herfst op stapeltjes
Je zal maar slak zijn of duizendpoot
In mijn zalen zitten mensen die er om willen lachen
die er om kunnen lachen
Ik maak ze aan het lachen
Ik kan niet anders
Wil ik anders?
Nee ook niet
In Muiden jubileerde een vrouwenkoor
Verzamelde onschuld
Goede wil
De vreugde van het samenzijn
Wat hebben we er van gemaakt?
Geheel verzorgd is ons ideaal
de dood heeft onze aandacht
intussen we leven we er op los


28 november 2019

Gisteren was ik weer in Rotterdam, in Kantine Walhalla. Tijdens de voorstelling speelde Ajax in Lille tegen Lille. De mensen vragen zich wel eens af of ik dan als supporter van Ajax tijdens de voorstelling wel eens aan de wedstrijd moet denken. Geen seconde, luidt het antwoord. Ik zou bijna zeggen: net zo min als de Ajax-elf zich zorgen maken over mijn voorstelling. Tegelijkertijd juist en onjuist. Ajax weet niet van mijn bestaan. Maar wij zijn allemaal wel allebei 100% geconcentreerd en dat betekent dat je gefocused bent op je taak, om het met Cruijff te zeggen. In 1984 had Nederland zich bijna voor het EK voetbal in Frankrijk geplaatst. Spanje moest met 11 doelpunten verschil van Malta winnen. Ik speelde die avond in het Circustheater in Scheveningen. In de pauze hoorde ik de uitslag en die ik meldde ik direct na de pauze. Luid gelach. Niemand geloofde me: 12-1 voor Spanje. Nederland was uitgeschakeld. Met enige regelmaat word ik aangesproken door mensen die er die avond bij waren en die dat hun hele leven hebben meegedragen. Het was het immobiele tijdperk. Tijdens een voorstelling was je als publiek volledig afgesloten van de wereld. Toon Hermans heeft vanaf het toneel wel eens gezegd: ‘Honderd ​meter verderop in het café staan twee mannen te biljarten’. Een mooie relativering van het absolute van de voorstelling. Gisteravond stormde een jongetje van twaalf bij Lille-Ajax tijdens de tweede helft op zijn idool Zyech af, die hem liefdevol omarmde. Een even mooie relativering van een nog onaantastbaarder fenomeen.


27 november 2019

Gisteren was ik in Rotterdam, Kantine Walhalla. Het geheugen is niet alleen je grootste vriend, maar ook een gevaarlijke voyeur. Na twee dagen rust, waarop vooral geldt: niet te krampachtig naar de tekst kijken, nestelt zich een herinnering aan de reacties van het publiek. Die is meestal gekleurd in positieve zin. Dat kan frustreren als je weer gaat spelen en denkt lachten ze daar vorige keer niet harder om. Als dat twee, drie keer na elkaar gebeurt, kan er twijfel en onzekerheid in je hoofd kruipen. Irritatie. Dan komt het aan op jezelf aanpakken, de geest vrijmaken. De sportman zal het herkennen. De herinnering aan wat fout ging snel loslaten, wissen. Vooral bij golf kun je zien hoe veerkrachtig grote spelers omgaan met een inzinkje. Bij tennis kan de houding van de zich verloren gewaande speler ineens omslaan nadat hij, omdat hij toch gaat verliezen, va banque kan spelen, daardoor een paar winners slaat en een matchpoint wegwerkt. De tegenstander even minder geconcentreerd omdat hij dacht dat hij er al was, schrikt: wat gebeurt er nu opeens? De wedstrijd kantelt. Gisteren dus Rotterdam. Daags na het proces rond de wildplaskwestie met kopstoot van Marco Kroon, het wachtgeld van Klaas Dijkhof ​en de falsche Schritt van Marco van Basten. De voorstelling liep daardoor tien minuten uit. Een geslaagde improvisatie werkt als doping. Opeens kost het geen moeite meer. Lichaam en geest vloeien in elkaar over. Mystiek.


26 november 2019

Hilbert Walstra in Bolsward

Gisteren was ik in Bolsward. Niet om op te treden, Peter de B., sinds jaar en dag trouwe steun op het podium, en ik brachten een werkbezoek aan Walstra Antieke Bouwmaterialen. We gaan toch nog proberen een decor te maken zonder daarbij de ruimte die er nu -dankzij de leegte- op het toneel is, te verliezen. Een van de belangrijkste voorwaarden voor een goed decor is functionaliteit. Op het plaatje ben je snel uitgekeken. Die functionaliteit ontstaat vaak in de try-out periode en dan meestal bij toeval. De eerste keer voel ik me meestal diep ongelukkig in het nieuwe decor. Alles wat tot dan toe vanzelf liep, lijkt opeens geforceerd. Wat moet ik hiermee? We gaan waarschijnlijk iets met deuren doen. Hilbert Walstra ken ik van nog via Jopie Huisman, ze deelden een passie: antieke tegels. Jopie was de legendarische lompen- en metalenman, die als fijnschilder het tot een goed bezocht eigen museum in zijn geboorteplaats Workum heeft gebracht. Jopie was een meesterverteller met een scherp oog voor het menselijk tekort. Liefde en mededogen klonk altijd door in zijn verhalen over de kleine mens in de grote wereld. Daarnaast verzamelde Jopie schoenen, sleutels, hoeden, vaasjes om te schilderen maar ook om neer te zetten.​Hij kon je dan, als je op bezoek kwam, met zijn kolossale handen een paar kinderschoentjes laten zien, die meteen ontroerden omdat er een verhaal van een opgroeiend kind zichtbaar werd. Hilbert heeft diezelfde liefde voor de dingen en verdomd, op zeker moment liet hij me een paar kinderschoentjes zien. Precies zoals Jopie dat kon doen. Met eerbied.


25 november 2019 Op bezoek bij CTO ’70
“Vanmiddag was ik bij CTO ’70 om prijzen uit te reiken en het spandoek te onthullen. Ons ideaal is dat langs alle voetbalvelden deze woorden staan. Onze Freek & Hella de Jonge Stichting betaalt.”

Ray Semmoh, met wie ik regelmatig een rondootje speel bij Zeeburgia, zag daar de borden achter de doelen. Reclameborden met de woorden Vertrouwen, Discipline en Concentratie.
Die waren betaald door de Stichting van Hella en mij. Toen Ray vroeg of die ook bij CTO ’70 geplaatst konden worden zei ik onmiddellijk: ‘ja!’.
Vertrouwen heb je als je de vraag Mag ik er zijn? volmondig met ‘ja’ kunt beantwoorden.
Of je er mag zijn is een heel ding tegenwoordig. Er zijn mensen die daar een heel rare mening over hebben. Omdat ze twijfelen aan zichzelf weten ze zeker dat een ander er niet mag zijn.
Het is heel belangrijk om te begrijpen dat zodra je vindt dat een ander mag bestaan en genieten van het leven dat jij dat dan ook voor je zelf voelt.
Discipline betekent dat om er te mogen zijn, je moet luisteren naar mensen die je iets kunnen leren. Waar zij, voorlopig, meer verstand hebben dan jij. Het betekent vooral dat je moet leren de baas te worden over jezelf. Dat alleen jij beslist of iets goed voor je is of niet.
Concentratie betekent: ik ben er! Ik doe mee op mijn manier: Als ik voetbal denk ik aan niets anders. Probeer ik te doen wat de trainer me geleerd heeft. En als ik huiswerk heb, doe ik niets anders dan mijn huiswerk, omdat dat tijd scheelt en ik ook meer leer.
Vertrouwen, Discipline en Concentratie gaan, kan ik je als 75-jarige voorspellen, een heel leven mee.


25 november 2019 Ongehoord, Nederland

Gisteren was ik thuis. ’s Avonds keek ik naar Medialogica van Human een nogal warrig programma over haatcampagnes via sociale media. We kregen een paar Nederlanders te zien die, omdat ze zich inzetten voor vluchtelingen, konden rekenen op ernstige bedreigingen van ongehoord Nederland. Dat was heel vervelend, maar door gebrek aan context konden we niet echt meevoelen met de slachtoffers. Een om onduidelijke redenen opgetrommelde Harvard-professor gaf aan dat de Mainstream Media er goed aan zouden doen geen aandacht te besteden aan op leugens en verdraaide waarheid gebaseerde campagnes die brave mensen moeten breken. Dat leek me een goed punt. Maar let op, de komende weken zal het kwartet Miskende Nederlanders dat de nieuwe publieke omroep Ongehoord Nederland nastreeft weer overal te zien en te horen zijn. Om voor de zoveelste maal te beweren dat het wel losloopt met de opwarming van de aarde en de consequenties daarvan voor biodiversiteit en stijging van de zeespiegel, dat de immigratie de spuigaten uitloopt en ons volkseigen bedreigt, dat zwarten zich niet dienen te mengen in het debat over de zwartheidsgraad van Zwarte Piet, dat de Eurtopese Unie een geldverslindende organisatie is die de antonomiteit van ons land ​ernstig bedreigt en dat een referendum het enige democratische middel is om de volkswil tot zijn recht te laten komen. We hebben POW (wild rechts) en WNL (braaf rechts) en daar wil nu dom rechts bij. Niet mee bemoeien, lekker laten gaan.


24 november 2019

Gisteren was ik in Haastrecht in Concordia, een zaal waaraan ik dierbare herinneringen bewaar. Het was jammer dat we in het donker aanreden want nadat we de A12 hadden verlaten reden we binnendoor via Waarder, Driebruggen naar Hekendorp/Goejanverwellesluis. De strijd tussen de Oranjes en respectievelijk Van Olderbarneveldt, Johan de Witt en de Patriotten is tijdens mijn prot. chr. Lagere Schoolopleiding onderbelicht gebleven. Dus heb ik vanmorgen nog eens de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, in Goejanverwellesluis er op nagelezen Haar geraffineerde plan om haar broer Frederik Willem ll orde op zaken in Holland te laten stellen, lukte. In 1982 draaiden we een aantal scenes voor De Illusionist in Concordia dat toen nog niet opgeknapt was en ook de erker waarin nu een Grand Café huist, was er nog niet. Ik had me er op verheugd hier iets over te kunnen zeggen, maar het liep anders. Opkomstapplaus bleef achterwege, waardoor er een klassieke spanning onstond. Toen ik die geroutineerd wilde doorbreken, maakte een mevrouw op de tweede rij een opmerking over mijn schoenen. Op een toon die tv-kijkers bezigen als zij het over de hoogte van de hakken van Annechien Steenhuizen hebben als ze haaks op het nieuws staan.​ Ik zei gepikeerd iets terug, zij gaf lik op stuk. Ik vroeg of ze de hele avond zo door zou gaan. Zij antwoordde dat die kans groot was. Ze was in haar eigen woorden ‘een flapuit’. Ik begon met mijn eerste zin van de voorstelling: ‘ Ik durf niet..’ Waarop iemand uit de zaal riep: ‘Ik ook niet!’ We hadden een ordeprobleem. Ik liet mijn voornemen om de conference uit mijn hoofd te doen varen. Schakelde naar de tweede versnelling, kreeg de zaal in mijn greep en kwam in mijn concentratie.

1983 De Illusionist – Jos Stelling, Freek de Jonge, music Willem Breuker Het fragment in zaal Concordia Haastrecht begint op 13’40” https://youtu.be/4z2bvI4znUE via @YouTube

https://web.archive.org/web/20141007161145/http://www.euronet.nl/users/temagm/wpruisen/wpruisen.html… de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen in Goejanverwellesluis via @internetarchive


23 november 2019

De Tuin in Leusden

Onze (die van het gezin De Jonge jaren 50) eerste auto was een tweedehands kever. Kenteken TK 23-16. Oom Jan een rondborstige confectionair, jongste broer van mijn moeder en Mercedesrijder ging, toen mijn vader hem trots de nieuwe aanwinst toonde, enigszins wiegend op de treeplank ter bestuurderszijde staan die daarop afbrak. We waren diep gekwetst: Oom Jan was een nouveau riche patser. Gisteren was ik in Leusden in De Tuin. We waren er nogal vroeg. Zelden heb ik mijn auto zo dicht bij het podium kunnen parkeren. Ik ben vergeten te vragen waarom men tot die naam besloten had. Natuurlijk een tuin kan klein zijn, maar menig hovenier kan zodanig met ruimte woekeren dat een overvloed aan geur en kleur de argeloze waarnemer aangenaam verrast. Het theatertje was een gribus, een onhandig ingerichte fietsenstalling met kringloopmeubilair. De kleedkamer was een belediging. Een ruimte waar een aan een kruisverhoor onderworpen verdachte onmiddellijk doorslaat om er maar weer weg te kunnen. Ik probeerde er wat te rusten. Vluchtend voor de vragende blik waarmee een vrijwilliger je aan kan kijken, die je laat voelen dat je hem nooit voldoende eer zal geven voor zijn onbaatzuchtigheid en bovendien nog eens manifest maakt dat veel van je collega’s wel in staat zijn lekker te gaan zitten beppen bij een kop koffie waar de suiker en melk met tegenzin in gaan.​Ik ga schaamteloos voorbij aan de liefde en inzet waarmee mensen in hun vrije tijd proberen in een vijandig cultureel klimaat een podium te bieden aan beginnende artiesten en een mogelijkheid scheppen voor de lokale bevolking om in eigen omgeving een voorstelling te beleven. Ik ben een oom Jan.


22 november 2019

Gisteren was ik in Voorburg in Theater Ludens. Sinds ik voor de Zeeuwse week van het boek Het Speldje schreef, houd dat verhaal me bezig. Het dook het op in allerlei voorstellingen: Ben ik een Zeeuw, De Suppoost, De Canon en nu weer in De Lachgasfabriek. Het gaat over twee speldjes. Het ene, een van de OS 1948 in Londen, gooi ik in woede weg op het strand van Texel om nooit meer terug te vinden. De reden van mijn kwaadheid was de terugtrekking van Fanny Blankers Koen uit het Olympisch atletiektournooi in 1952 wegens een blessure. Het andere, een Duits speldje van het WK voetbal in 1954 exclusief uitgereikt door Adenauer aan de winnende spelers, vond ik in 1956 op het strand van Vrouwenpolder. Hella die bij alle voorstellingen met liefdevolle timing de belichting verzorgt had vanaf de eerste keer dat ik het vertelde moeite met het verhaal. Het was te lang, het was niet haar thematiek, nostalgie lag op de loer. Ik weet niet precies wat het was. Het komt niet vaak voor dat ze zich ontevreden toont over mijn werk, maar het kan gebeuren en het spoorde mij aan het van alle kanten kritisch te bekijken waardoor het nog langer werd. Gisteravond op de terugreis wist een medepassagier mij te overtuigen. Vanavond in Leusden gaat Het Speldje eruit. ​Daar heb ik vannacht even van wakker gelegen om me ermee te verzoenen. Dat is gelukt. Het enige is dat we twee dagen geleden opdracht hebben gegeven voor 2000 speldjes om aan het publiek in het Westergastheater uit te reiken. Vervelend, maar wel weer een nieuw verhaal.


21 november 2019

Gisteravond was ik Ritthem in De Verwachting. Bezoekers aan Miniatuur Walcheren kennen de toren van de Hervormde Kerk die duidelijk ambities had om hoger te worden, maar waarschijnlijk door geldgebrek op tweederde een soort feestmuts kreeg opgezet. Inmiddels door de tijdgeest verandert in een slaapmuts. Ritthem waar ik niet kan beginnen zonder te zeggen dat ik als ik er naar toe rijd aan blues moet denken en aan Wim Koole die er geboren is en degene was die, als directeur van het IKON (InterKerkelijk Overleg Nederland), mij in 1982 een uur zendtijd schonk om op oudejaarsavond een conference te houden. Dat werd De Openbaring. Het moment komt naderbij de geschreven tekst los te laten. Sinds jaar en dag begin ik een nieuwe voorstelling vanaf, aanvankelijk de laptop, en sinds enkele jaren de Ipad voor te lezen. Al snel ken ik bepaalde delen uit mijn hoofd die dan snel doorgroeien naar conference-taal. Er loopt ’s avond een opname mee en de volgende morgen werk ik de tekst bij. Helemaal in het begin bij Neerlands Hoop hadden we de liedjes goed gerepeteerd, maar de conferences kwamen voornamelijk op basis van improvisatie tot stand. Bram en ik kwamen er na zo’n acht jaar achter dat hij volkomen op mij vertrouwde en ik volkomen op hem. Ik stikte de moord bij de ​eerste try outs. Later ging ik steeds meer schrijven. Dat is om de onzekerheid, die naarmate je ouder wordt in angst omslaat, voor te zijn. Ik zie nog hoe mijn dochter ooit haar zwembandjes afdeed en te water sprong. Ze wist dat ze zwemmen kon. Dat bewustzijn is er bij mij ook, figuurlijk gesproken, maar het is nog zo lekker met de bandjes.


20 november 2019

Gisteren was ik in de Johan Cruijff Arena om te kijken naar Nederland-Estland. Het Nederlands Elftal begon met 7 donkere spelers en 4 witte. Het eerste doelpunt werd gevierd met een van tevoren afgesproken manifestatie van broederschap tussen de huidskleuren die de mensen bij hun geboorte hebben meegekregen. Dit als antwoord op oerwoudgeluiden in Den Bosch. Een op een is de mens snel geneigd de ander te begrijpen en aanvaarden, in groepsverband heeft hij/zij daar wat meer moeite mee. (Waarom is het woord mens eigenlijk niet onzij/hijdig?) Ik maak dan wel geen oerwoudgeluiden, mijn denken is nog altijd doordrenkt van blank- superieure vooroordelen en die zal ik in mijn leven niet meer kwijt raken. Wat je voelt is vaak iets anders dan wat je denkt of liever wat je hebt geleerd te moeten denken. Ik heb veel van die gevoelens leren beheersen en daarom ga ik niet door het leven als racist. Pas als ik het andere aan de ander niet meer voel, ben ik het gevaar gepasseerd de ander bij voorbaat als bedreigend te zien. We mogen niet berusten in gevoelens van superioriteit van de ene mens boven de ander. Leren voedt ons bewust zijn. Bewustzijn beïnvloedt het gevoel. Onze minister-president vindt dat de samenleving het racismevraagstuk op moet ​pakken en dat we de politiek er even buiten moet laten. Aardig punt. Begin dan met onderwijs terug te geven aan de samenleving. Een leerzaam artikel uit Trouw (2004!) : https://www.trouw.nl/nieuws/je-slikt-het-racisme-of-stopt~bb61d581/


19 november 2019

Gisteren waren we in Floralis in Lisse. Het is het oude veilinggebouw, het oudste bollenveilinggebouw ter wereld, ternauwernood gered door er na een grondige verbouwing een theater/bioscoopbestemming aan te geven. We kregen er een staaltje gastvrijheid voorgeschoteld dat zijn weerga niet kende. Het ontbrak ons werkelijk aan niets. Bij aankomst stond de man die Floralis van de sloop gered heeft ons buiten al op te wachten. Er was een parkeerplaats gereserveerd met een rood koord tussen twee verchroomde statieven. Wij waanden ons een ogenblik sterren. De gastheer week niet van onze zijde en benadrukte hoe geweldig het was dat wij de moeite hadden genomen naar Lisse af te reizen. We voelden geen enkele behoefte dat te relativeren omdat dat ongepast leek gezien de inspanning die men leverde het ons naar de zin te maken. Wat we drinken wilden? De maaltijd was goed verzorgd. Vegetarisch is nog niet de standaard, waarmee ik bedoel te zeggen dat nog steeds niet de vleeseter om vlees moet vragen, maar de vegetariër om geen vlees. De maaltijd was met liefde bereid en smaakte navenant. Na het eten, ik was misschien niet de gezellige causeur die men zich van mij had voorgesteld, ​maar in deze voorbereidingstijd is concentratie cruciaal. Om u even te verlossen van de gedachte dat wij een luizenleven hebben, hieronder een foto van de omstandigheden waarin ik voor de voorstelling een uiltje heb moeten knappen. Maar daarover valt de organisatie niets te verwijten. Na afloop kregen we nog een feestelijke bos bloemen mee.


18 november 2019


17 november 2019

Gisteravond was ik in De Weijer in Boxmeer.
Na al die jaren moet je even herinnerd worden door de omgeving of ik hier al eerder was. We kwamen tegen het duister aan en opeens zag ik het: daar had ik eens gelopen op een warme dag.
De voorstelling was heel anders dan de avond tevoor.
Ik ben in een volgend stadium gekomen van de ontwikkeling van de voorstelling: de compositie.
Wat nu vastligt is het materiaal dat ik ga gebruiken. Het verschil van het gesproken woord als materie met klei, hout of verf is dat die materie eerst gecreëerd moet worden, pas dan kan het vormgeven, het componeren beginnen. Zoals noten thema’s worden en thema’s een symphonie.
Elk stadium van de ontwikkeling heeft zijn eigen charme. De eerste voldoening ervaar je als het verzonnene een lach opwekt, maar de echte stappen naar de volmaakte voorstelling worden gezet bij de rangschikken van de thema’s en dat voelt als het echte werk.
Het componeren dus.
Dat betekent niet alleen het verplaatsen, verschuiven en het opdelen van nummers over de hele voostelling, maar ook het schrappen van grappen of stukken waar je al aan gehecht was.
In de auto op de heenweg doe ik een paar suggesties aan Hella die aangeeft welke darlings ik beslist niet mag killen
Uiteindelijk heb ik voor deze avond zoveel geschoven dat ik besluit mijn voornemen om ’t helemaal uit mijn hoofd te doen laat varen.
Ik kom met de IPad.
Het is mijn kurk mijn valscherm.


16 november 2019

De Wegwijzer in Nieuw- en Sint Joosland

Gisteren was ik in De Wegwijzer in Nieuw en SintJoosland het theater met het mooiste plafond van Nederland. Geschilderd door de alweer ruim twee geleden overleden Goesenaar Reinier de Muynck.
Op de heenweg mocht ik in de NieuwsBV de consument waarschuwen voor gladjakkers die proberen het publiek veel te dure kaartjes aan te smeren.
Sinds jaar en dag verzorgt René P. het geluid bij mijn voorstellingen. De voorstellingen met muzikanten zijn qua werkvariatie een stuk aantrekkelijker voor hem maar nu draait alles weer even om de twee microfoontjes op m’n bril.
Die micro’s zijn verbonden met twee zendertjes in de kontzakken van mijn broek. Die verbinding loopt via twee dunne snoertjes over mijn blote rug. Die snoertjes zijn weerbarstig en zoeken op gezette tijden hun eigen weg op mijn blote, soms bezwete rug, kruipen op mijn schouders en in mijn nek. Ik kan nergens anders meer aan denken. Gisteravond was dat het geval.
Ik zeg dit niet om uw medelijden op te wekken voor mijn werkomstandigheden. Ik weet ook wel dat ik vergeleken met de met de Nepalees die in Quatar hotels en stadions moet bouwen om ons een vlekkeloze WK 2022 te bezorgen het aanzienlijk zwaarder heeft. Nee, het gaat mij om de subtiliteit van de concentratie. Waarom het ene ongemak er aan bijdraagt of zelfs onopgemerkt blijft terwijl het andere onoverkoombaar blijft hinderen.
Hella gaat vandaag aan de binnenkant van mijn overhemd op de rug een bandje stikken zodat Rene de snoertjes kan vastbinden.
Ik kijk er nu al naar uit.


15 november 2019

Culemborg, op weg naar theater De Fransche School

Gisteren was ik, waren wij in Culemborg, in De Fransche School een romantische naam voor een klein theater dat Culemborg mag koesteren.
Ik zeg wij omdat het de dag van Hella en mij was waarop ons 50 jarig samenzijn mochten vieren. 14 november 1969 ontmoeten wij elkaar op de verloving van Bram en Titia om elkaar nooit meer te verlaten.
Het leek me leuk Hella op een speciale manier naar Culemborg te brengen en koos voor Het Veer dat ons op luttele meters van het theater op de zuidoever van de Lek zou afzetten.
De moeite die het kostte om Het Veer te vinden trok een wissel op onze langdurige verhouding. Een spanning die al sinds wij autorijden opeens ongemerkt kan instappen had bij Fort Honswijk zijn climax bereikt.
Ik heb altijd moeite om opeens ver boven de door mij verwachte aankomsttijd te arriveren. Dat dreigde diverse keren, maar het vooruitzicht van het pontje hield me op de been en toen ik opeens een witte koe door de uiterwaarden zag waden, kwam er een rust over mij die een reisleider moeten voelen als hij een bus vol geheel verzorgde gezichten ziet.
Na afloop van de voorstelling droeg ik met Hella aan mijn zijde op het toneel het op Jacques Brels Chanson Des Vieux Amants geïnspireerde Lied Van De Oude Geliefden voor.
De tranen biggelden over haar wangen en menigeen in de zaal hield het niet meer droog. Huilen kan soms meer opluchten dan lachen.
Later reden wij innig voldaan over de A2 naar huiswaarts.

In theater De Fransche School – Het lied van de Oude Geliefden
Lied van de Oude Geliefden

13 november 2019 – Concordia Enschede

Gisteren was ik in Concordia Enschede een van de aardigste theatertjes die Nederlands rijk is. Elk jaar opnieuw moet het vrezen voor zijn voortbestaan omdat een wethouder van financiën de begroting rond weet te krijgen door Concordia op te heffen.
Enfin, het bestaat nog steeds en je kunt merken dat Twentes jaar in de Keukenkampioendivisie enorm louterend gewerkt heeft op de Tukkers.
Er was een hartelijke sfeer en vooral ook een oprechte belangstelling voor wat ik te zeggen had.
Weg was die mengeling van hoogmoed en provinciale achterdocht: Hij moet niet denken dat hij ons hier kan wijsmaken hoe het leven in elkaar zit.
En dus werd het een heerlijke avond waar ruimte was om te improviseren op #rotmaatregel.
Zo nam Klaas Dijkhof (VVD) die om onduidelijke redenen nog een f aan zijn naam heeft toegevoegd de verantwoording voor de #rotmaatregel op zich.
Man zal voortaan ’s nachts 130 kilometer per uur moeten gaan rijden om mensen met de kerst door te kunnen laten werken in de bouw.
Ik ben in verband met mijn werk vaak nog laat op pad en wat altijd opviel was de heerlijke rust waarmee je naar huis kon rijden. In bed lagen de VVD-ers die om twee minuten eerder bij hun maitresse te zijn met 130 p/u over een vijfbaansweg laveren. Een spoor van vernieling achterlatend.
Kamervraag van Van Haga: ‘Geldt de snelheidsbeperking ook voor het circuit van Zandvoort?’
Op de terugweg waren op de A1 over een lengte van zo’n 50 kilometer wegwerkzaamheden gaan die ons noopten 70 km aan te houden.

Jeugdkoor en volwassenenkoor in de Nationale Opera en Ballet

13 november 2019

Gisteren zat ik aan aan een fondswervingsdiner voor de afdeling jeugdeducatie van onze Nationale Opera en Ballet. Mijn vrouw en ik waren gevraagd een wervend praatje te houden.
We werden getracteerd op een optreden van een jeugdkoor dat samen zong met een deel van het grote operakoor. De overrompelende ontroering die de kinderen losmaakten werd indrukwekkend overstemd door het vocale geweld van de volwassenen professionals.
We aten op het toneel van Het Muziektheater naast het indrukwekkende decor van de Walküre. De opera van Wagner in de regie van Pierre Audi waarmee men de komende dagen afscheid van de meester neemt.
Ik zat tussen twee dames die, naast twijfels over het nut van de avond ook zo’n diner zonde van het geld vonden. Ze kregen te horen van een medewerker van De Nationale Opera en Ballet dat het diner gesponsord werd door restaurant De Bokkedoorns. Dat vond de mevrouw links van mij wel een mooie geste maar die zou wel eens uit eigen belang kunnen zijn voortgekomen.
We werden door de avond geloodsd door een negenjarige ceremoniemeesteres. Een talent dat de personificatie is van het nut van de inspanningen die vele kunstinstituties leveren om de jeugd te benaderen en warm te maken voor beleving van- en actieve deelname aan kunst.
Na afloop werd bekend gemaakt dat er een mooi bedrag was opgehaald.


12 november 2019

Bij het eerbetoon aan Piet Keizer, boekpresentatie

Gisteren was ik even in de Amsterdamse Brasserie Keyzer waar een eerbetoon aan Piet Keizer in boekvorm gepresenteerd werd. Ondanks het noodweer puilde het publiek de horecagelegenheid uit. Het schitterende verslag van Piets leven, we mogen het geen biogafie noemen, is geschreven door Bart Jungman: de mens Piet en Jaap Visser: de voetballer Piet.
Maarten Spanjer vertelde een grappig verhaal over zijn ontmoetingen met buurtgenoot Piet die, toen al zijn held, nog steeds bij zijn moeder woonde.
Specs Hildebrand vertolkte zijn ode aan Piet; no. 11.
De ontroerendste bijdrage kwam van Angela van den Boezem, Piets hartsvriendin.
Ze begint met te zeggen dat ze niet blij is met het boek. Dat ze liever Piet nog had gehad en zolang die leefde zou er nooit een boek komen. Al snel geeft ze toe dat het een prachtig boek is. Ze is geschrokken van de voorpublikatie in Het Parool over haar laatste ogenblikken met Piet die zijn einde zelfverkozen had. Vooral van de intimiteit van het moment die opeens openbaar werd.
En dan doet Angela het nog eens dunnetjes over. Ze vertelt ons hoe ze naast Piet op bed lag. De arts had zijn werk gedaan. Ze lag in Piets armen, voelde een bemoedigend kneepje en daarna was het voorbij.
Waarna, voor mij in elk geval, het leven niet gewoon door ging.


11 november 2019

Gisteren was ik toeschouwer in de Arena bij Ajax – FC Utrecht. Voor de wedstrijd sprak ik, zoals bij Spijkers met Koppen beloofd, even Edwin van der Sar aan.
Ajax gaat zich in de winterstop voorbereiden op de tweede seizoenshelft in het altijd lekker warme Quatar. In tegenstelling tot vorig jaar toen Ajax daar 50 000 euro voor moest betalen, krijgt het nu onder het mom van testen van de WK-stadions, 700 000 euro toe. Mijn punt is dat Ajax als maatschappelijk bewuste ondeneming niets te zoeken heeft in Quatar.
https://www.hrw.org/report/2012/06/12/building-better-world-cup/protecting-migrant-workers-qatar-ahead-fifa-2022
Iemand die lang is, heeft meteen al een gezagsvoorsprong in een discussie, merk ik.
Ik ken de argumenten nog uit de Argentiniëtijd (Moeten wij de braafste van de klas zijn) met de geijkte dooddoener tot slot. (Dan kunnen wij nergens meer heen).
Ik zei dat een mens in zijn eentje nauwelijks invloed heeft op de stikstofuitstoot en de ontaarde bio-industrie, maar wel vegetariër kan worden.
We gingen nadat Edwin gezegd niks te wijzigen aan zijn standpunt en ik berustend zei in elk geval mijn beklag te hebben gedaan, gingen glimlachend uit elkaar.
Terwijl ik wegliep realiseerde ik mij dat ik lid ben van Ajax.
Sinds 2000. Een hele eer! Moet ik mijn lidmaatschap opzeggen? Dat heeft weinig zin. De club heeft niets over de NV te zeggen.
Ik blijf sowieso kijken naar Ajax, een vegetariër kan ook niet zonder eten.


10 november 2019

Stoel wachtend op artiest (Oostknollendam)

Gisteren was ik het Dorpshuis van Oostknollendam. De vierde try-out. Ik begon de avond met De Zaan, een ode aan mijn jeugdrivier die ik ongeveer daar laat eindigen, Volgens iemand uit het publiek was het andersom: de Zaan ontspringt in Oostknollendam en eindigt in het Noordzeekanaal.
Oostknollendam is opnieuw een van die uitprobeertheaters waar bijzondere dingen zijn gebeurd. Ik herinner me dat ik daar in rolstoel, ik had mijn been gebroken, in 1992 De Estafette voorbereidde. Huilen van het lachen, helaas ben ik vergeten waarom precies.
De vraag gisteren was opnieuw: ben ik nou zo leuk of zijn de mensen hier zo lachgraag?
De IPad die mij de eerste dagen gered heeft, begint nu al tot last te worden. Af en toe raakt een vinger of duim een toets of hotspot van het besturingsmechanisme en schiet mijn bestand heen of weer.
Het publiek mag je geen seconde aan zijn lot overlaten. Vrijwel onmiddellijk begint het gemor, dat lijkt op het ongeduld dat de televisiecommentator thuis kenmerkt.
De vier afgelopen dagen zijn zowel voorbij gevlogen als dat ze een eeuwigheid hebben geduurd. Al die indrukken, die potentie, de tekortkomingen de gretigheid van publiek en artiest.
Ik heb het gevoel dat ik weer goud in handen heb.


9 november 2019

Gisteren was ik in De Schalm te Westwoud. Het dorpshuis waaraan ik zoveel dierbare herinneringen bewaar. Voor het eerst trad ik er op zonder de legendarische Kees Ooteman die van De Schalm een een veilige haven maakte voor artiesten die geen boodschap hadden aan de showbizhysterie en zich aan een open publiek van hun beste kant wilden tonen. Altijd een gebakje bij de koffie, een voedzame maaltijd voor de voorstelling en een keu om een paar caramboles te maken op een van de twee biljards. Kees besloot vorig jaar uit het voor hem onleefbare leven te stappen na een paar herseninfarcten.

Het publiek was gretig als vanouds. De Westfriesen roepen het beste in mij wakker. Ik weet niet precies waar het ‘m in zit. Ergens in het programma heb ik het over dat ‘gezond verstand’ iets te maken heeft met ‘onschuld’ en dat je op het platteland mee aantreft dan in de stad. Daar zouden ze eens onderzoek naar moeten doen. Ook interessant blijft hoe het brein werkt, het bewuste en onbewuste elkaar afwisselen, het toeval van de timing vanzelf spreekt, het kameleontische in het spelen met het publiek zich voltrekt. En hoe dan voldoening en lichte frustratie zich oplosssen in het slotapplaus.


8 november 2019

Gisteren tweede voorstelling in de fraai gerestaureerde Drommedaris in Enkhuizen. Een magische plek. Niet dat ik er ooit eerder optrad. Volgens mijn publiek was dit zelfs de eerste keer dat in hun woonplaats aandeed.

Nee, de Drommedaris doemde ooit op als de boot die in Stavoren vertrokken was de Noordhollandse kust begon te naderen, dan strekte mijn vader zijn hand, stak zijn wijsvinger uit en zei: ‘Kijk, de Drommedaris!’ Die zin moet in in 1948 voor het eerst gehoord hebben en daarna nog vele malen.

We passeerden nu in de auto het legendarische station waar toen de opgewonden reizigers, na een korte wandeling, hun bagage voor zich uit de trein in duwden. De Blauwe Engel zou ze naar Purmerend brengen, Zaandam of het eindpunt Amsterdam.

De voorstelling verliep al vlotter dan de eerste. Het proces voltrekt zich eigenlijk altijd op de zelfde wijze. De vorm begint zich te openbaren. Bij opkomst werd ik gevolgd door een zestal laatkomers die allemaal een stoel bij zich hadden omdat het vol was. We vormden een vrolijke optocht die tot veel hilariteit leidde.


7 november 2019

Gisteren begonnen in De Bouwkunde, Deventer.
Niet veel meer dan het voorlezen van wat ik de afgelopen weken genoteerd heb. Soms al in detail, maar vaker in grove lijnen van wat het moet worden. Het blijft een wonderlijk gevoel zo’n eerste avond, wat overheerst is dat je hem het liefst zou overslaan. Maar er doen zich mirakeltjes voor van grappen die zich openbaren en er zijn ook de aanzetten tot de flow waarin je hoopt weg te zakken.
Daarnaast waren er ook gisteren weer de momenten van grote verwarring waarop het publiek zich even aan zijn lot overgelaten voelt en wanhopig naar betekenis zoekt. Om al die emoties zijn eerste avonden meestal onvergetelijk.
Het zal om te lachen worden. Dat is nu al duidelijk. Er komt een lijn in maar die ontbrak nog.
Vanavond sta ik in De Drommedaris te Enkhuizen.