Zaansch Veem (boek)

5,00

Categorie:

Beschrijving

Ik kreeg een blauwe blazer met een grijze broek, een wit overhemd en een rood strikje . Mijn lievelingsdracht. Vooral met dat voorname rode strikje zou ik me straks in de kerk onderscheiden van de andere collectanten. Moeder zou verbaasd zijn me zo te zien. dikwijls had ze mij het begeerde vlinderdasje beloofd, maar keer op keer bleek een andere aanschaf noodzakelijker en werd ik met een misschien-houd-ik-de-volgende-maand-wat-over aan het lijntje gehouden. Nee, wat was het dan heerlijk om rijk te zijn en niet op een pinkelhoutje te hoeven kijken.

Midden jaren tachtig werd Freek de Jonge door het gemeentebestuur van Zaandam gevraagd zijn jeugdherinneringen aan deze plaats op papier te zetten. Het was oorspronkelijk de bedoeling om, naar aanleiding van de reconstructie van de binnenstad, een klein representatief boekje te maken. De Jonge pakte het echter groter aan en het uiteindelijk resultaat was zijn literair debuut: Zaansch Veem (1987).

Gezien de aard van de opdracht heeft De Jonge hiervoor gebruik gemaakt van zijn eigen herinneringen. Het hoofdpersonage draagt zelfs zijn naam. Het is dan ook verleidelijk om de roman als een echte autobiografie te lezen. Toch is dat geen juiste leeswijze. In Zaansch Veem wordt de werkelijkheid namelijk niet waarheidsgetrouw weergegeven. Zo is het bijvoorbeeld zeer onwaarschijnlijk dat Karel Appel zijn gevleugelde woorden ‘Ach joh, ik rotzooi maar wat an!’ daadwerkelijk tegen Freek persoonlijk heeft gezegd.

Nu is de vraag wat echt gebeurd is en wat niet, nauwelijks van belang. Een roman creëert zijn eigen werkelijkheid en als lezer volg je die. De reden dat ik het probleem hier ter sprake breng, is dat het spelen met de werkelijkheid heel kenmerkend is voor het werk van Freek de Jonge. Men heeft er regelmatig op gewezen dat hij zowel in zijn romans als in zijn theatervoorstellingen de fictie gebruikt om de werkelijkheid op z’n kop te zetten. In feite geldt dit in meer of mindere mate voor iedere kunstenaar, maar de manier waarop De Jonge dit proces beheerst, mag op zijn minst opmerkelijk genoemd worden. Zaansch Veem is daar het zoveelste voorbeeld van.

Recensie(s)
Deze verhalenbundel is tot stand gekomen op initiatief van het gemeentebestuur van Zaanstad, de plaats waarin het voormalige Zaandam is opgegaan. In die gemeente was de vader van Freek de Jonge van 1951 tot 1962 Nederlands Hervormd predikant. Een belangrijk deel van zijn jeugdjaren bracht de latere cabaretier dus daar door. In dit boek heeft hij herinneringen uit zijn lagere schooltijd op schrift gesteld. De toon van deze verhalen verschilt niet wezenlijk van die van de conférences uit zijn theatervoorstellingen en net als in die programma’s loopt ook door dit boek een rode draad: het collecteren voor de bouw van de Paaskerk, waarvan de inwijding op de laatste bladzijden plaatsvindt, maar buiten de aanwezigheid van de kleine collectant die met de Hempont onderweg is naar Amsterdam. Hoewel de ernst overheerst, kan De Jonge het niet laten af en toe hilarische situatie in te vlechten of midden in een serieuze beschrijving van een interieur pesterig-woordspelig op te merken: ‘Grote herten met kleine reetjes sierden de wanden’. Een gaaf “literair” debuut.
(Biblion recensie, Dick Welsink.)

De Harmonie, 1987